[Home][Auteur: Ben Dijkhuis][Laatste update: 18-03-2013][Hoofdstuk: Vormen en technieken][Gebruiksvoorwaarden]

Vocale vormen, genres, stijlen en technieken
Deel 2: Wales

INHOUD van deze pagina (verberg)

  1. 1. Het volkslied van Wales
    1. 1.1 Inleiding
    2. 1.2 Vocale airs
    3. 1.3 Het 'echte' volkslied
    4. 1.4 Canu penillion
  2. 2. Opmerkelijke zangtradities rond Kerst en Nieuwjaar
    1. 2.1 Mari Lwyd
    2. 2.2 Plygain-singing
    3. 2.3 Hela'r Dryw ('Wren Hunt')
  3. 3. Hwyl
  4. 4. Traditionele hymnodie in het Welsh
  5. 5. Psalmodie in het Welsh
    1. 5.1 Inleiding
    2. 5.2 Historie en ontwikkeling
    3. 5.3 Psalmenboek van Edmwnd Prys
  6. 6. Annotaties en bronnen
    1. 6.1 Voetnoten
    2. 6.2 Geraadpleegde bronnen
    3. 6.3 Aanvullende informatie
    4. 6.4 Media
  7. 7. Appendices
    1. Appendix A: Lijsten van Welshe folksong-titels
    2. Appendix B: Lijst van 'Wren-hunt'-liederen
    3. Appendix C: Lijst van hymnetitels
    4. Appendix D: Lijst van vroege publicaties met betrekking tot de inheemse psalmodie van de Wales

1. Het volkslied van Wales

1.1 Inleiding

De meeste folks-songs van Wales zijn nog niet zo heel lang geleden genoteerd en gepubliceerd. De meest brede documentatie vond plaats, mede dankzij de inspanningen van de Welsh Folk Song Society (Cymdeithas Alawon Gwerin Cymru), die tussen 1905-1908 aan University College of North Wales in Bangor, werd opgericht. In 1909 werd het eerste nummer van het tijdschrift Journal of the Welsh Folk Song Society (JWFSS) uitgegeven, waarmee de Welshe volksliederen, balladen en melodieën werden gedocumenteerd. Dit met de hulp van enthousiaste medewerkers, waaronder Mary Davies (1855-1930). De laatste publicatie van de Journal vond plaats in 1972, doch een nieuw tijdschrift zag het licht in 1978, doch onder de naam 'Canu Gwerin: cylchgrawn Cymdeitha Alawon Gwerin Cymru/Folk song: Journal of the Welsh Folk-Song Society' (Bron: National Library of Wales: Welsh Folk-Song Society Records. Materiaal van de J.W.F.S.S. is on line te raadplegen).

Voor wat betreft een groot aantal van de meeste karakteristieke Welshe melodiëen, waaronder harp-airs en volksliederen, neemt men tegenwoordig aan dat deze inheems (dus niet van Engelse oorsprong) zijn, met hun wortels in een ver verleden.
Vanuit een verscheidenheid aan bronnen, valt af te leiden dat naast de elitaire traditie van het syllabisch metrum ('strict metre') die door bardische professionals werd aangewend, een parallelle traditie bestond die juist gebruik maakte van verzen op basis van een vrijer, ritmisch metrum. Dit laatste heeft betrekking op de teksten van volksliedjes, slaapliedjes, de liederen waarop werd gedanst werd (carols), liefdesliedjes en liederen voor feestdagen.

Gelukkig is in de loop van enkele honderen jaren toch een aanzienlijke hoeveelheid muziek bewaard gebleven, ondanks de oude traditionele wijze van mondeling-auditieve doorgifte. Het ontbreken van genoteerde bronnen van volksliederen uit het verleden hoeft niet altijd verband te houden met een voorgeschreven traditie. De oorzaak kan ook het gevolg zijn geweest van de ongeletterdheid van de volksmusici zelf, waarbij hun werk door de bardische elite werd genegeerd. De praktijk van de orale traditie van de laatste groep van beroepsmuzikanten (harpisten en crwth-spelers) en -voordragers/zangers (datgeiniaid) was overigens een vereiste in de hiërarchische bardische opleidingspraktijk. Met andere woorden, de ene groep musici mocht het niet noteren, terwijl de andere, niet geletterde groep gewoonweg daartoe niet in staat was.
H.Idris Bell merkt het volgende op in zijn 'Welsh Poems of the Twentieth Century' (Wrexham, 1925, p. 123) inzake de nieuwe invulling van het Welshe vers van de 19e eeuw (Williams, 1932):

"...may due to the emergence to literary consciousness of a class which found no voice in mediaeval poetry, that Iberian pre-Celtic race which the buoyant joy loving Celts subdued.."

W.S. Gwynn Williams deelde de genres van de traditionele Welshe muziek, als volgt in:

Naar boven

1.2 Vocale airs

(Zie ook: Terminologie inzake vormen, genres, stijlen en technieken)

Hoe zit het met de traditie van deze airs, waaronder de balladen en carols in Wales? De term carol (Welsh meervoud: carolau) vindt men reeds in laat-middeleeuwse Welshe manuscripten, waarvan men uitgaat dat deze liederen afkomstig zijn uit 'het volk'. Een andere soortgelijke liedterm is dyrïe (Welsh meervoud: dyrïau, hier vertaald met 'liederen'). Beiden hebben betrekking op een poëtische vorm in een vrij-metrum, in tegenstelling tot de strikt-metrum-poëzie (canu caeth, syllabische poëzie) van de middeleeuwse bardische klasse. (Zie: Het bardisch vers, de muziek der taal)

John Jones van Gelli Lyfdi (Cardiff Public Libraries: MS 2634, Hafod 24), tekende rond het begin van de 17e eeuw een anekdote op, waarin gewag wordt gemaakt van een bijeenkomst in ca. 1540 in een kapel in Flintshire. Hierin werd beschreven dat de mannen, blijkbaar de opgeleidde barden (gwŷr wrth gerdd), de professionele strikt-metrum-liederen zongen, inclusief de cywyddau en awdlau, terwijl de meisjes carols (carolau) en liederen (dyrïau) zongen (Harper, 2008)(Harper, 2007):

"Ir ystalm pan oeddem i yn gwilio ynghapel Mair o Bylltyn, ir oedd gwyr wrth gerdd yn kanu kywydd ac odle, a merched yn kanu karoe a dyrië"

"Lang geleden toen wij een wake in de kapel van Mary van Poulton hielden, zongen de bardische vaklieden cywyddau en awdlau en de vrouwen carols en liederen."
(vertaling uit het Engels: BD)

De dichter Siôn Tudur (ca. 1522-1590) beschreef in zijn 'Prognosticasiwn Dr Powel' eveneens dat meisjes vrij-metrum-liederen van het type dyrïau zongen, waarbij ieder vers eindigde met een refrein: 'Hai Iwlian hai Iwli'. Een gebruik die naar de uitvoering van Engelse carol valt terug te voeren (Harper, 2008). (Zie Terminologie inzake vocale vormen, genres, stijlen en technieken: Carol)

Vanwege de oude Welshe traditie van de bardische syllabisch poëzie, is de meerderheid aan teksten, alsmede de bijbehorende melodieën, die ooit buiten de elitaire kringen zijn gecomponeerd, buiten beschouwing gebleven en derhalve nooit genoteerd, laat staan gepubliceerd. Zonder enig bewijs is zelfs lange tijd beweerd dat de vrije metriek van de Welshe poëzie, waaronder alle teksten van carols en balladen, gedurende de 16e en 17e eeuw vanuit Engeland zijn geïmporteerd. Hierbij werd het argument aangewend, dat de vrije metrums zo nieuw waren in Wales, dat er geen geschikte melodieën voor handen waren, die in het Welsh gezongen konden worden. Dit is overigens slechts beperkt waar voor het deel dat was voorzien van Engelse titels.
Pas in de 16e eeuw verscheen echter de eerste Welshe ballade op papier, doch men gaat er vanuit dat dit slechts een onderdeel was van een veel omvangrijkere verzameling aan gedichten, van voor en rond de periode waarin de 'vrije metriek' in de Welshe poëzie vaker werd gebezigd.
(Zie ook het artikel van dit hoofdstuk: Het bardisch vers, de muziek der taal).
In een artikel schrijft T. Jones dat het hier om een ballade uit 1586 gaat, waarin wordt toegejuichd dat de moordpoging op Elizabeth I mislukte, gevolgd door andere balladen zoals de viering van de vertaling van de Bijbel in het Welsh en de overwinning van de Spaanse Armada (beide daterend uit 1588), alsmede de veroordeling van de anti-parlementaire 'Buskruitverraad' (Gunpowder Plot van 1605). Alhoewel gedrukte balladen in het begin van de 16e eeuw in Engeland verschenen, waren ze in Wales slechts in manuscriptvorm bekend. De eerste Welshe druk was in 1695 door Thomas Jones uit Corwen (Merioneth) (Jones, 2006)

De taal en de poëtische vorm is belangrijk in de Welshe zangtraditie, daarom worden de woorden door de zangers als het meest belangrijke beschouwd, zodat het niet moeilijk is in te zien dat ballade-melodieëen, vanuit ritmisch oogpunt zeer onregelmatig kunnen zijn. Zo wordt er nauwelijks gebruik gemaakt van melismen (meerdere tonen op een lettergreep). Het ritme van de tekst bepaalt dus feitelijk - hetzij regelmatig of onregelmatig - het ritme van de muziek. Dit in tegenstelling met de melodieëen van harptraditie, die wel een regelmatige ritmiek bezitten. Niettemin maakt een groot deel van de liederen gebruik van harpcomposities ('harp-airs'). Mogelijk betreft het hier liederen die met de harp werden meegezongen. W.S. Gwynn Williams geeft daarvan de volgende voorbeelden:

Can y Ffon ('The Song of the Walking Stick') Journal of the Welsh Folk Song Society, vol. II, 1914, Part I, page 40
Yr Enteth Ga'dd ei Gwrthod ('The Rejected Maid') Journal of the Welsh Folk Song Society, vol. II, 1914, Part I, page 53

Een synthetische weergave van Can y Ffon ('The Song of the Walking Stick')
Midi

Gezien vanuit het poëtisch metrum, bezitten veel balladen, alsmede de carols, zeer lange stanza's, met als gevolg dat de bijbehorende melodieën ook lang zijn. In gevallen waar de melodieën zijn opgsplitst is in twee hoofdzinnen, is er feitelijk sprake van herhaling.
Gwynn Williams merkt op dat de carols en balladen geen bijzondere kenmerkende frasering bezitten, uitgezonderd enkele liederen die, zoals hij dat noemt tot de 'echte volkliederen' ('folksongs proper') behoren. Er vinden weinig melodiesprongen plaats, die zich beperken tot intervalsprongen naar de kwint en octaaf en naar andere tonen met een sterk accent aan het begin van de frase. De overige noten volgen elkaar meestal stapsgewijs op. Bij de melodieën van de harp-traditie is de akkoordenstructuur mede bepalend.
Desondanks dat de meeste muziek niet veel afwijkt van de harp-airs en het volkslied, wordt de kwaliteit van het niveau en expressie niet zo hoog geacht, zoals blijkt uit een uitlating van J.Lloyd Williams, geciteerd door W.S. Gwynn Williams (Williams, 1932):

"Het is een onvoldongen feit [dat de muziek van de balladen] inferieur is aan de kwaliteit van zowel de harpmelodieën van de culturele klassen enerzijds, als het volkslied het platteland anderzijds" (vert. BGD)

J.Lloyd Williams kwalificeert de muziek bovendien als "excessief verbale en formalistische" poëzie, hetgeen resulteert in zeer simpele melodielijnen, die zodra de woorden worden weggelaten, oninteressant worden wegens het onbreken van melodische en ritmische schoonheid. Als mogelijk voorbeeld van een carol met zo'n eenvoudige melodiestructuur verwijs ik naar het onderwerp 'Mari Lwyd' in één van de volgende paragrafen.
Afgezien van deze kritiek is W.S. Gwynn Williams van mening dat een uitvoering van de beste liederen boeiend kan zijn, mits door de beste zangers uitgevoerd. Zij dienen dan wel kennis te hebben van de ingewikkelde Welshe versvormen en dat hun stemmen een scala van menselijke emoties kunnen voortbrengen.

Veel melodieën zijn voor wat betreft de toonsoort gebaseerd op de dorische toonladder (waarvan de stamtoonladder de stijgende reeks: d-e-f-g-a-b-c-d1 is), zoals dat ook gebruikelijk is bij de 'folksongs proper' en de gezongen preek, de zogenaamde hwyl.
Enkele voorbeelden:
Diniweidrwydd ('Innocence')(Jenkins Kerry Manuscripten: Melus Seiniau, Adran II), Journal of the Welsh Folk Song Society, vol. II, 1922, Part III, page 172;
Gwel yr Adeilad ('The Gentle Cooper') (John Owen Dwyran Manuscript) Journal of the Welsh Folk Song Society, vol. II, 1922, Part III, page 162;
Susanna (John Owen Dwyran Manuscript) Journal of the Welsh Folk Song Society, vol. II, 1922, Part III, page 174.

Een synthetische weergave van Gwel yr Adeilad ('The Gentle Cooper'). De toonsoort is D-dorisch, met enkele elementen van 'harmonisch mineur'.
Midi

Naar boven

1.3 Het 'echte' volkslied

De 'echte' volksliederen - zoals Gwyn Williams deze noemt - zijn, zoals in andere volksliedtradities, in te delen in verschillende klassen. Dit zijn de liefdesliedjes, slaapliedjes, liedjes met betrekking tot oude gebruiken, liedjes bij spelletjes, solo- en koorliederen, etc.

Dit gegeven is volgens Gwyn Williams niet zo interessant, doch een analyse met betrekking tot het gebruikte toonmateriaal, de ritmiek en de vorm, is volgens hem essentiëlere benadering om de Welshe traditionele volksliederen te bestuderen.
De muziek van het Welshe volkslied is, zoals de meeste muziek uit de Keltisch sprekende gebieden, voornamelijk modaal en wijkt daarmee voor een groot deel af van het conventionele westerse tonale 'majeur-mineur'-systeem. Ten eerste is de muziek die de dorische toonladder als basis heeft, en daarmee, naast de eolische of authetiek-mineur- en ionische toonladder (majeur), een prominente rol speelt.
(Voor nadere informatie over dit onderwerp, verwijs ik naar het onderwerp folk-modaliteit in het hoofdstuk Toonsystematiek: Folkmodaliteit.)

Een synthetische weergave van Y'm Mhont-y-pridd Mae 'Nghariad ('My Sweetheart is in Pontypridd'), afkomstig uit het anonieme 'Orpheus Manuscript', dat naar de Llangollen Eisteddfod van 1858 is gezonden. Deze melodie is kennelijk gebruikt door 'Dubliner' Luke Kelly in zijn 'Lifeboat Mona'.
Midi

Een synthetische weergave van Pan o'wn i'n Rhodion'n Mynwent Eglwys ('As I Walked in a Churchyard'), genoteerd door Mr. Philip Thomas.
Midi

Een synthetische weergave van Y Fwyalchetn ('The Blackbird') in M.J. Williams 'Ancient National Airs of Gwent and Morganwg (1844).
Midi

Naar boven

Een ander aspect is de zogenaamde disyllabisch einde van versregels en frasen, een specifiek kenmerk dat inherent is aan de Welshe taal zelf en die men eveneens tegenkomt in de oude Welshe poëzie. Het gevolg van dit kenmerk is, dat de laatste rijmende lettergreep niet perse een accent hoeft te bezitten, zoals we dat vanuit de Westerse poëzie gewend zijn. Onder andere dit gegeven, werd in het bardische vers uitgebuit, door middel van een techniek dat cynghanedd werd genoemd (zie daarvoor in dit hoofdstuk het artikel Bardisch vers: cynghanedd). Professor J. Lloyd Williams meldt in zijn inleiding van Sixteen Welsh Melodies (1907), dat bij de uitvoering van het volkslied de tendens bestaat om de geaccentureerde noot (dus de eerste lettergreep) als het ware in te korten en daarmee de laatste, ongeaccentueerde, lettergreep te verlengen. Dit veroorzaakt een vorm van syncopering en in sommige gevallen een motief zoals de zogenaamde 'Scotch snap'.
Als voorbeeld gebruikt hij het slaapliedje Suo-gân, waarvan een oude variant is gepubliceerd in Edward Jones' Musical and Poetical Relicks of the Welsh Bards (1794).

Het slaapliedje Suo-gân, een versie naar Edward Jones' 'Musical and Poetical Relicks of the Welsh Bards' (Jones, 1794)). De sterk ingekorte geaccentueerde lettergreep bevindt zich in de eerste, derde en vijfde maat op het woord 'hwi' ('hoewi')

Van deze techniek zijn diverse andere voorbeelden bekend, waaronder Gwen Lliw'r Lili ('Gwen, Color of the Lily') in M.J. Williams 'Ancient National Airs of Gwent and Morganwg (1844): Zie ook: JWFSS, vol. III, 1941, Part IV, p.209.

Het lied 'Gwen Lliw'r Lili'. De ingekorte geaccentureerde lettergreep, bevindt zich op de eerste 'li' van 'li-li', op de 'wis' van 'wis-gi' en op 'hof' van 'hof-fi'. De ongeaccentureerde lettergreep, is hier (abusievelijk?) met een rust verlengd, terwijl elders in JWFSS, vol.III, part IV wel een verlengde noot is aangewend.
Midi

Als men de volzinnen van een lied met A en B aanduidt, geldt volgens W.S.Gwynn Williams, voor een aantal modale airs, dat het toonmateriaal van de A-secties tot de eerste vijf tonen van de z.g.n. authentieke modus zijn beperkt. Voor de dorische toonladder is dit bereik b.v. d-a. De B-sectie beweegt zich dan over een groter bereik tot een kwart boven de dominanttoon (in dit voorbeeld is de dominanttoon de a), een kwart daarboven de e1. De omvang van iedere sectie is gewoonlijk twee tot vier maten, en soms zelfs zes of acht maten.

Liefdesliedjes worden volgens Gwyn Williams vaak in de vorm van AABA of ABBA uitgevoerd. De vorm van langere liefdesliederen varieert op natuurlijke wijze met de lengte en vorm van de tekst. Er zijn slechts enkele melodie&eml;n van meer dan 32 maten lang, terwijl de meerderheid het aantal maten van zestien niet overschrijdt. Prof. Gwynn Jones en anderen hebben geopperd dat een zo klein mogelijke lengte van het lied, aansluit bij het streven van de oude Welshe dichters naar perfectie, namelijk het scheppen van intense en perfect uitgewerkte miniaturen.

De Welshe Folksong 'Dacw 'Nghariad i' ('There is my sweetheart'). Uitgevoerd door Evie Goodman.
Zie ook: JWFSS, vol. I, part 2, p. 77> (D-dorisch). De vorm is herleidbaar tot AABA'

De Welshe Folksong 'Merch Y Melinydd' ('The Miller's Daughter'). Uitgevoerd door Meinir Gwilym.
Gepubliceerd in Ancient National Airs of Gwent and Morganwg (ANA) (Williams, 1844). Toonsoort D-majeur. Alhoewel de publicatie in 1844 plaats vond, meldt Daniel Huws in de facsimile uitgave van ANA terecht, dat de melodie niet echt Welsh of oud klinkt. De deun is volgens hem te vergelijken met een melodie dat in Engeland is gepubliceerd in 1716 (refererend naar C.S. Simpson; The British Broadside Ballad and its Music (1966). De vorm is herleidbaar tot AA'

De vorm van liederen die met de zeer oude gebruiken (waaronder de zgn. 'waissail-songs' (noot 1) of canu cwnsela, canu gwasael) in verband worden gebracht is vergelijkbaar met die van de liefdesliederen. Een zeer karakteristieke versie in dit verband is 'Mari Lwydd' ('Blessed Mary') (Williams, 1927), waarvan de vorm kan worden aangeduid met A1A2A2A3.

Een aantal melodieën zijn bijzonder geschikt om te worden aangewend als instrumentale harp-stuk ter begeleiding voor pennillilon-zang (canu penillion) (zie hierna). Bekend in dit verband zijn dit 'Nos Galan', Hob y deri dando en Can y Melinydd.

1.4 Canu penillion

Canu penillion (letterlijk: 'het zingen van stanza's', penill = 'stanza'), ook bekend als 'penillion-zang' ('penillion singing') is een zangvorm die samen met het spel van een traditionele harp-air wordt uitgevoerd (canu gyda'r tannau: lett.: 'zingen met het spel van de snaren'). Men neemt aan dat er een mogelijke connectie bestaat met de oude bardische harp-zang-traditie. Men onderscheidt bij penillionzang grofweg twee stijlen, die men de 'Noord-Welshe' en de 'Zuid-Welshe' stijl noemt. Met de laatste bedoelt men doorgaans de techniek, waarbij men het lied unisoon (gelijkluidend) met de harpmelodie meezingt. Specifiek is de 'Noord-Welshe stijl' in dit verband van belang. Het bijzondere daaraan is dat men de versregels van een gedicht, ten opzichte van harpbegeleiding improviserend uitvoert. Deze improvisatie (of compositie) bestaat uit een tegenmelodie ('counter melody' 'gosod') ten opzichte van de melodie van de harpbegeleiding ('cainc'). Een bepaalde harpmelodie kan voor meerdere gedichten worden gebruikt, waarbij de keuze van een geschikte stanza en de juiste harpmelodie een rol speelt.
Dit onderwerp wordt verder in dit hoofdstuk 'Vormen en Technieken', uitgebreid in een apart artikel behandeld: Canu Penillion.

Naar boven

2. Opmerkelijke zangtradities rond Kerst en Nieuwjaar

2.1 Mari Lwyd

Een zeer oude traditie in Wales is die van de Mari Lwyd-groep, een aantal zangers, die doorgaans zijn uitgedost met allerlei versieringen, terwijl één van hen de drager van een paarden- of ezelschedel is. Tijdens de dagen rond de kerst en nieuwjaar trekken zij van huis tot huis. De uitvoering van deze traditie was in het zuiden van Wales alom bekend, doch komt sinds de afgelopen eeuw nog maar zelden voor, behalve in het graafschap Glamorgan, alwaar het nog niet helemaal is uitgestorven. Het ritueel begint met het zingen van enkele strofen door de zanggroep aan de voordeur, waarmee toestemming wordt gevraagd om binnen te mogen komen, en dat men met een 'opponent' binnenshuis een uitdaging wil aangaan.
Daarop volgt de zogenaamde pwnco, een 'zingend' debat tussen de Mari-Lwyd-groep en hun tegenstander. Dit debat wordt op dezelfde melodie uitgevoerd, waarop traditionele en geïproviseerde strofen heen-en-weer worden gezongen, waarbij men gewoonlijk de spot drijft met elkaars dronkenschap, gierigheid en meer van dit soort kwalificaties.
De 'overwinning' van deze 'wedstrijd' levert de Mari-Lwyd-groep uiteindelijk toegang tot de woning op alwaar zij deelnemen aan het nuttigen van gebak en bier, of zelfs wat geld inzamelen. In enkele gevallen stellen de leden van de groep, nadat het 'debat' is beëindigd, zichzelf zingend voor, en nadat zij hun opponenten in het huis hebben vermaakt, gaan zij over tot het zingen van een afscheidslied (NMW, 2011).

W.S. Gwynn Williams meldt beschrijft de traditie als volgt (Williams, 1927):

"It was a very popular old custom in Wales for a party of about six singers, one dressed up with the head of a horse or an ass, and each one bedecked with ribbons, etc., to go from house to house to sing at Christmas time and New Year.
It was understood that they could demand food and liquor at any house where one of the inmates could not answer each one of their stanzas with another.
William Roberts in his 'Crefydd yr Oesau Tywyll' (1852) gives a full account of the pasttime, and shows that it is almost certainly a relic of the ancient Festivals of Balaam's Ass, the Flight of Mary into Egypt (as suggested by the name 'Mari Lwyd', Blessed Mary; compare 'Duw Lwyd' Blessed God, etc.) and the old Miracle Plays. Professor Gwynn Jones points out that such vulgarizations are common in countries where the religion of the people has changed, as the religion of Wales has changed since the Reformation."

De traditie van Mari Lwydd op een oude BBC-opname uit 1966 in het dorp Llangynwyd (Glamorgan) in Wales. De tekst verschilt overigens wel met die van W.S. Gwynn Williams hieronder.

(Ateb)
Rhowch glywed, wŷr doethion
Pa faínt y'ch o ddynion,
A pheth yn wych union
Yw'ch enwau?

(Mari Lwyd)
Chwech o wŷr hawddgar,
Gwŷr goreu y ddaear,
I ganu mewn gwir-air
Am gwrw.

(Ateb)
Rhowch glywed, wŷr difrad
O ble 'rch chwi'n dwad,
A pheth yw'ch gofyniad
Gaf enwi?

(Mari Lwyd)
Cenwch eich gorau,
Felly gwnawn ninnau,
A'r sawl a fo gorau
Caiff gwrw.

(Ateb)
I ffwrdd â chwi'r lladron,
Ewch ymaith y union,
Ni chewch chwi yn hylon
Fy ngweled.

(Mari Lwyd)
Os na chawn ní gennad
Rhowch glywed ar ganiad
Pa fodd mae'r 'madawiad
Nos heno.

(Ateb)
Does gen i ddim cinio
Nag arian i'w gwario
I wneud i chwi roeso
Nos heno.
(Answer)
Good luck to your labours,
Your pipes and your tabors;
But first tell me, neighbours,
Who be you?

(Blessed Mary)
Our carol's rare fashion
Shall win approbation
And earn us good ration
Of liquor

(Answer)
You'll tell me your station
Your name and vocation,
Ere you shall have ration
Of liquor.

(Blessed Mary)
A challenge we bring you;
We'll quickly outsing you
And win, if we ding you,
Your liquor.

(Answer)
Come, get you a-packing;
Such jokes as you're cracking
Shall earn you a whacking,
Not liquor!

(Blessed Mary)
In song you must quell us,
Good fellow, or tell us
How you can compel us
To leave you!

(Answer)
Then stay; but I fear, Sirs,
You'll never find here, Sirs,
Or money or beer, Sirs,
To cheer you.
Een dialooguitvoering van Mari Lwydd naar de optekening van W.S. Gwynn Williams van de zang van Mr. T. Bassett (1e stanza), zoals gezongen in het Llansantffraid-ar-Lai district in Morganwg (Glamorgan). De laatste twee stanza's zijn overgenomen uit het anonieme 'Orpheus Manuscript', dat naar de Llangollen Eisteddfod van 1858 is gezonden. De overige versregels zijn afkomstig van W. Roberts' 'Crefydd yr Oesau Tywyll'; 1852; Carmarthen.
Midi

2.2 Plygain-singing

Een ander Welsh gebruik is de zogenaamde plygain-singing, een traditie alwaar men tijdens de dienst (Plygain Service), op kerstochtend, carols zingt. In het verleden was deze traditie van het zingen van christmas-carols overal in het het noorden van Wales in gebruik. Tegenwoordig is deze gewoonte slechts beperkt in de oostelijke Welsh-sprekende gebieden (Mallwyd, Llanerfyl, Cefnyblodwl en Llangynog).
De kerkdienst is dan bijna twee uur lang geheel in handen van carol-zangers die hun liederen in het Welsh uitvoeren. Hiervoor wordt geen gepland programma aangewend, evenmin is er iemand die de liederen aankondigt. Om beurten loopt een groep zangers kalm naar voren en zingt vervolgens haar lied. Er zijn gemiddeld zo'n acht tot veertien zanggroepen die tijdens de dienst ca. twintig tot dertig Christmas-carols ten gehore brengen.

2.3 Hela'r Dryw ('Wren Hunt')

'Hunting the Wren' of 'Hela'r Dryw' (Wales) is een oud gebruik met een lange traditie tijdens de midwinterfeesten op de Britse Eilanden: naast Wales, eveneens in Schotland, Eiland Man, Ierland en (zeldzaam) in Engeland. Het is mogelijk, dat dit gebruik voor het eerst werd genoemd in het 'Red Book of Hergest' (Llyfr Coch Hergest)(ca. 1382-1410), waarin een dichter beschrijft, hoe een winterkoninkje (Engels: 'wren', Welsh: 'dryw') ernstig werd verwond, door het met een steen te slaan. Overigens is de traditie rond de jacht op het winterkoninkje, door de laat 17e eeuwse geleerde en antiquair Edward Lhuyd voor het eerst beschreven:

"Arverant yn swydh Benfro &c. dhwyn driw mewn elor nos ystwylh; odhiwrth gwr Ivank at i Garad, sef day nae dri ai dygant mewn elor a ribane; ag a ganant gorolion. Ant hevyd i day ereilh lhe ni bo kariadon a bydh kwrw v.&c. A elor o'r wlad ai galwant Kwlli [Kwtti] wran."

"They are accustomed in Pembrokeshire etc. to carry a wren in a bier on Twelfth Night; from a young man to his sweetheart, that is two or three bear it in an bier [covered] with ribbons, and sing carols. They also go to other houses where there are no sweethearts and there will be ale etc.. And a bier from the country the call Cutty Wran."

Informatie over het gebruik in 1920 in Pembrokeshire, werd uit eerste hand gegeven door de onderwijzeressen Dorothy en Elizabeth Phillips. De groep ('wren-party') trok naar ieder landhuis in de buurt, alwaar men eten en drinken, en soms geld kreeg. Dit vond plaats tussen 6 en 12 januari, dat 'Twelfth-Tide' werd genoemd. De 'wren-house' was een klein houten hutje, dat met linten van crêpe-papier was versierd. Hierin bevond zich, voor iedereen die 'de koning' wilde zien, het kleine vogeltje. Nadat de 'wren-party' binnenkwam werd een wassail-lied aangeheven:

We are not dry, we can drink no small
But tap you the barrel that's next to the wall
And sing ffol-de-rol, ffol-de-rol, ffol-de-rol dee dee.

De rituelen waren niet overal hetzelfde, zoals blijkt uit de Kidwelly-wren-lied (Kidwelly, Carmarthenshire) Cân y Berllan. Hierin komt het woord perllan voor. Dit is een kleine rechthoekig blad waarop een cirkel het midden markeerde. Vanuit het midden, naar iedere hoek waren houten richels aangebracht, terwijl op ieder hoekpunt een appel was vastgezet met, binnen de cirkel, een miniatuur van een vogeltje.

Phillis Kinney, verzamelde een aantal 'wren-liedjes' ten behoeve van haar artikel in de periodiek Welsh Music History 6 (2004) (Zie Appendix B op deze pagina). Er zijn verschillende vormen te onderkennen, zoals dialoog-liederen (vraag-antwoord) in het noorden van Wales (ook in het Manx), de liederen in het syllabische cywydd deuair fyrion-metrum uit het zuiden, het perllan-lied van Kidwelly en de 'Cutty Wren'-liederen van Penbrokeshire. Alhoewel de muzikale traditie zich sterk heeft gehandhaafd, is het ritueel waarover het feitelijk gaat na 1930 in Wales verdwenen.
In het westen van Ierland echter is het gebruik voortgezet tijdens St. Stephen's Day in de 70-er jaren van de vorige eeuw en daarna als herleefde traditie voortgezet. In vroegere tijden werd de 'wren-hunt' in Ierland uitgevoerd met een optocht van jongeren in de leeftijd van acht tot twintig jaar, in groepen van vijf ('wren-boys'). Zij droegen een hulsttak of een tak van de gaspeldoorn, dat versierd was met linten waaraan de lichamen van een aantal vogeltjes bengelden. Het winterkoninkje werd overigens niet altijd gedood en in sommige gebieden vrijgelaten vanwege het geloof dat het doden ervan ongeluk kon brengen. De optocht ging van huis tot huis, begeleid met het ritmische geluid van de bodhrán en soms met een concertina of mondharmonica om de liedjes ('luck visit-songs' met het karakter van een bedellied, alsmede 'wassails') van de 'wren-boys' te begeleiden (Kinney, 2004).
(Inzake de nog steeds levende 'wren-hunt'-traditie van het Eiland Man, raadpleeg dan het hoofdstuk 'Dans- en danhistorie', het artikel Dans- en danshistorie van het Eiland Man)

Naar boven

3. Hwyl

De hwyl (uitspraak wordt benaderd door, op z'n Engels: 'hoo-yel') is een specifieke techniek van de 19e eeuwse non-conformistische Welshe prekers (noot 2). Eigenlijk is hier sprake van een half-gezongen-half-gesproken preekstijl, dat van een sterke emotie ('emotional fervour') is doorspekt.
In 1874 beschreef Thomas Owen, de biograaf van methodistische dominee John Jones Talysarn (1796-1857), in zijn Confiant y Parch. John Jones Talysarn de hwyl als een recitatieve techniek van half-zang en half-spraak, doch dichter bij spraak (Harper, 2007).

Erasmus Jones karakteriseerde de hwyl als een preek, zijnde een spontane gesproken/gezongen 'compositie', dat in een mineur-toonsoort werd uitgevoerd, voorzien van een grote variëteit aan intonaties (Jones, 1876):

"The best description I can give of this peculiarity is this: it is the application of sentences in a chanting style to portions of the minor scale. The minister is never at loss how to apply the words to the melody; they appear to run together as by mutual attraction. The sentence is started, for instance, on E minor. The minister has his own peculiar melody. It ranges here and there from the first to the fifth, often reaching the octave, and the descending and ending in sweet cadence on the key note. I am sure that in the genuine hwyl the intonation are always in the minor mode. The introduction and the deliberative parts are in the major, and the voice continues until the emotional point is reached; then it glides triumphantly into a thrilling minor, wich generally continues to the close."

E. Cynolwyn Pugh geeft in zijn artikel The Welsh Revival een welhaast theatrale interpretatie van de hwyl-uitvoering (Pugh, 1955):

"Welsh preaching has one feature or peculiarity that is not found in any other kind of preaching anywhere in the world. (Some aspects of Negro preaching come near it.) It is called 'hwyl'.
'Hwyl' is the Welsh word for sail. The figure is that of a ship being borne along over the billowy waves with the breezes filling out her sails. As the sailor spreads the sails of the vessel and has very little more to do, so the preacher sets his spirit, as it were, in the pathway of the divine breezes, and when his spirit is in harmony with the Eternal Spirit, as happens on rare occasions, then strange and wonderful things take place.
The preacher begins his sermon, speaking slowly and generally using the lower tones of his voice; often, there is a little hesitation here and there, as though he were thinking his thoughts for the first time. That is really an unconscious, traditional, dramatic touch, and is used, probably, to create expectation in the listener. By and by, a warmth enters into the preacher's voice and he will be speaking a tone or two higher than he was at the beginning. As he proceeds, the winds of heaven begin to fill his sails and the voice gains in intensity and power.....on he goes with occasional eloquent pauses..... perhaps there will be a sudden shout that shakes the hearers out of all listlessness, as he thunders against some evil or other. "

W.H. Gwynn Williams gebruikt in dit verband de term 'gezongen welbespraaktheid' ('chanted eloquence') en spreekt eveneens van een 'emotional cry'. Terwijl andere auteurs spreken van mineur-toonsoort, benadrukt hij echter dat, zoals in veel Welshe volksliederen het geval is, de dorische toonaard de belangrijkste rol speelt (Williams, 1932).

R. Davies schreef in zijn artikel An Estimate and an Appreciation, het volgende commentaar (Davies, 1914):

"An English lady once asked a Welsh preacher if he used the 'Welsh howl' in his pulpit minstrations. Of course, it was the 'Welsh hwyl' she meant, and it was the limitation of the Saxon tongue that accounted for the mispronunciation and its unintended and unconscious insinuation. But in some case, perhaps, 'howl' would be no misnomer. Unless one has a natural aptitude for that particular kind of oratory, there will certainly be more 'howl' than 'hwyl' about it. But Mr. Davies [bedoeld is de baptistische boeren-dominee David Davies (1834-1908)] could do the 'hwyl' with consummate skill. He possessed the necessary gifts in a perfect form, so that as a piece of vocal execution, even, his preaching was sometimes astonishing, and exerted a kind of wizardry over the congregation that held them spell-bound, or roused them into uncontrollable manifestations of feeling. He could mesmerize the multitudes with the magic of his tones and overwhelm them by the sheer effect of his 'hwyl'. It was indeed an marvellous performance, and few who heard it will ever forget its thrill."

4. Traditionele hymnodie in het Welsh

De traditionele hymnen vormt een uitgebreid genre van volkliederen in het Welsh, waarvan het grootste deel zijn oorsprong had in de volksliedmelodieën, met name die van het type carol, ballade en liefdeslied. Rond 1740/50 zijn veel melodieën, door toedoen van de streng-in-de-leer zijnde, Welshe nonconformisten, omgezet naar gewijde hymnen. Sindsdien zijn deze hymnen ten opzichte van de seculaire volkliederen een eigen leven gaan leiden. In 1744 verscheen het eerste hymneboek van de hymneschrijver William of Pantycelyn (17171791), Aleluja, neu Casgliad o Hymnau, alwaar Welshe teksten op Engelse volksliedmelodieën zijn gezet.
Het gebruik van Engelse melodieën kwam spoedig onder druk te staan vanwege de voorkeur voor traditionele Welshe melodieën van de Welshe 'platte-land'-bewoners. Nadat de vroegere Welshe Nonconformistische hymneschrijvers en prekers hun vooringenomenheid hebben laten varen, werd er uiteindelijk plaats gemaakt voor de melodieën van de Welsh harp-airs en seculaire volksliederen, zodat deze nieuwe gewijde hymnen een eervolle plaats in het Welshe leven van alledag kregen. Dit had gevolg dat er na verloop van tijd talrijke publicaties in een grote verscheidenheid aan varianten verschenen.
Een belangrijke hymnecollectie in dit verband, is die van John Roberts; Caniadau y Cyssegr; 1839 (Dinbych). Deze verzameling bevat een aantal hymnen van Welshe airs, die voor het eerst is gepubliceerd. In Appendices of Evidence (vol. 7, Report of the Royal Commission on the Church of England and other Religious Bodies in Walse and Monmouthshire; 1911, London; p. 120-121) geeft Thos. Thomas uit Cardiff de bijzonderheden van ca. veertig collecties van de periode tussen 1816 en 1867 (Williams, 1932).

Terwijl het volkslied nog steeds, wel of niet onder instrumentale begeleiding, eenstemmig wordt gezongen, worden alle hymnen vanaf zo'n honderd jaar geleden in een vierstemmige (SATB) zetting uitgevoerd (noot 3). W.S. Gwynn Williams, beschrijft deze uitvoeringen als volgt (Williams, 1932, p.74):

"The great emotional heat under which the airs were adopted as hymn tunes has certainly left its mark deep upon them, with the result that they form to-day probably some of the fines and most suitable sacred melodies in any country, not excluding Germany with its world-famous chorals."

Deze ontwikkeling vanuit het volkslied ging wel ten koste van de bijzondere kenmerken van het oorspronkelijke modale toonbeeld (voornamelijk de eolische en dorische toonsoort). Ondanks dat deze gedeeltelijk in stand werd gebouden, viel een groot deel ten prooi aan de negentiende eeuwse arrangeurs en samenstellers die tonale harmoniëring (dat wil zeggen op basis van de majeur en mineur toongeslachten), op modale melodieën loslieten. Dit is de reden dat hierdoor de modale kwaliteit van de laatstgenoemde liederen verloren is gegaan.

Daarentegen zijn de vorm en ritmische kenmerken grotendeels behouden gebleven (Williams, 1932).

Zie Appendix C: Lijst van hymnetitels naar W.S. Gwynn Williams

Naar boven

5. Psalmodie in het Welsh

5.1 Inleiding

(Het merendeel van deze tekst in ontleend aan (Harper, 2008), (Harper, 2007)) Gedurende de periode van de oprichting van de Anglicaanse Kerk en de daarop volgende protestantse reformatie tijdens de 16e eeuw, was één van de belangrijkste doelstellingen om de kerkgezangen voor de ongeletterde leden van de parochies toegankelijk te maken. Dit gebeurde in Wales in de vorm van zgn. metrische psalmen, waarbij het Latijn in de gezangen werd uitgebannen en aanvankelijk omgezet naar het Engels en later naar de volkstaal, het Welsh.
Wales was het onderwerp van twee koninklijke afkondigingen, die van 1541 inzake de toegankelijkheid van de bijbel in het Engels in alle parochiekerken van het koninkrijk Engeland en de 'dominion' Wales, alsmede de Act of Uniformity (1559), waarmee het gebruik van het 'Book of Common Prayer' (het Anglicaanse liturgieboek) verplicht werd gesteld.
Omstreeks de jaren 1500 waren de missen nog overwegend in het Latijn, terwijl met muziek op de middeleeuwse vorm was gebaseerd, waarbij in de kleine kerken psalmen en responsen op een eenvoudige muzikale formule werden voorgezongen. In grotere kerken werd de eenstemmige 'cantus planus' (zie: Toonsystematiek: Liturgische muziek en ecclesiastische modaliteit: Historische ontwikkeling van de Latijnse liturgische muziek) uitgevoerd en in speciale gevallen in de vorm van polyfonie (meerstemmigheid). Rond deze periode, hielden sommige parochies in Wales een klein koor en organist erop na, doch in geen enkel geval bestaat bewijs dat de congregatie bij deelname van deze middeleeuwse liturgie zelf in staat was tot samenzang. De afkondigingen van 1541 en 1549 moesten hier een eind aan maken, zodat de Engelse taal in de liturgie kon worden ingevoerd.
Dat het Latijn werd vervangen door het Engels ging overigens niet zonder slag of stoot. Vanuit de bevolking van graafschappen Cornwall en Devon werd zelfs geëist om de Latijnse liturgie opnieuw in te voeren, alhoewel voor Wales geen bewijs bestaat voor zo'n heftige tegenstand.

In 1562 verscheen John Day's The whole book of psalms collected into Englysh Metre met alle 150 psalmen. De liturgie in het Welsh en de bijbehorende psalmodie deed pas later zijn intrede. In 1567 verscheen Llyfr Gweddi Gyffredin, de vertaling van het 'Book of Common Prayer' in het Welsh en 1588 William Morgan's vertaling van de bijbel naar het Welsh. In 1603 verscheen Edward Kyffin's psalmboek in het Welsh, met dertien psalmen in een eenvoudig metrum op de gebruikelijke melodieë van de Engelse kerk, die gezamelijk konden worden gezongen. In 1621 verscheen de collectie van de aartsdeken van Merioneth, Edmwnd Prys van alle 150 psalmen in hetzelfde metrum dat Edward Kyffin toepaste. Dit metrum staat bekend als het Welshe psalmmetrum: mesur salm.

(Zie appendix D voor een lijst van gepubliceerde werken inzake de psalmodie van Welshe kerk)

5.2 Historie en ontwikkeling

Kerkgezangen in het Welsh hadden aanvankelijk een informeel karakter, waarbij in dit verband de carol en cwndid genoemd kunnen worden. Sally Harper rapporteert twee middeleeuwse carols uit Wales: 'Myn Mair' ('By Mary!'), waarin voor de zuiverheid van de ziel wordt gepleit, waarbij naar de mis en de heiligen wordt verwezen, alsmede 'Ar for dydd Nadolig' ('On Christmas Morning') waarvan de tekst handelt over de vleeswording, kruisiging en wederopstanding van Christus (Harper, 2008).

Het stapswijze metrum van deze liederen was geaccentueerd, waaruit het volgens Harper, mogelijk blijkt dat het overblijfselen van de eenstemmige 'cantus planus' waren. Iedere strofe werd door een refrein gevolgd. Beide liederen konden zowel solistisch als unisoon door een groep worden gezongen. De toepassing lag volgens Harper mogelijk buiten de formele liturgie, zodat zijn tijdens bijzondere gelegenheden werden gezongen, zoals rond de kerst, de vastenavond en midzomer. De locatie kon dan een groot huis zijn, het kerkhof en eventueel de kerk zelf (Harper, 2008).

Van het Engelse woord conductus (dit is processiegezang in het Latijn) is mogelijk de middeleeuwse Welshe term cwndid afgeleid. De meeste van deze cwndidau hadden betrekking op Gwent en Glamorgan (Morgannwg), de laatste thuisbasis van de Mari Lwyd-processie. De Engelstalige cwndidau, 'Condutes of kryst-masse' van Syr Gawayne and the Grene Knight (ca. 1320/30) werden uiteindelijk 'christmas-carols' (Zie: Internet Archive). De cyndidau in het Welsh die bewaard zijn gebleven zijn overwegend religieuze of moraliserend carols, en vaak aangeduid met 'gezongen preken'. Het gros aan cwndidau werd zo rond 1550 tot en met de 17e eeuwt vertolkt, waarvan een aantal anti-protestante teksten bezitten.

Geen van deze teksten kregen een plaats in de formele liturgie, hetgeen ook gold voor de psalmen in het Welsh, die eveneens voor het gebruik van de parochies werden geweerd. De laatst droegen kenmerken van de carol, de cwndid en in het bijzonder van de vrijere syllabische metra, de awdl gywydd en de mesur triban (englyn cyrch).
De Engelse proza-versies van de psalmen, die bedoeld waren voor de 'nieuwe' inheemse kerkdiensten waren ongeschikt voor de congregatie-zang, hoewel dit niet gold voor de metrische teksten, die voor dit doel meer toegankelijk waren (Harper, 2008). Dit betekende dat Welshe parochianen slechts beschikking hadden tot de Engelstalige psalm-teksten. Alle 150 psalmteksten, met muzieknotatie, verschenen in die hoedanigheid voor het eerst in John Day's, The whole book of psalms collected into Englysh Metre (1562). Deze collectie was gebaseerd op de versificaties van negentien psalmen in Certayne psalms drawen into Englishe metre van Thomas Sternhold (1500-1549), de kamerheer van Hendrik VIII en John Hopkins, een dominee uit Suffolk.
Met het Engelse metrum wordt feitelijk syllabische zang (=één noot per lettergreep) bedoeld, in het zogenaamde 'gewoon metrum' ('common meter', CM). Dit is de lettergrepenverdeling over vier versregels in de vorm 8+6+8+6 (8.6.8.6). (Zie ook voor een verklaring op deze pagina: Appendix C (hymnodie), onderaan)
Hier volgt een voorbeeld van het Engelse 'common meter' (Harper, 2008):

Psalm 1: Thomas Sternhold
The man is blest that hath not lent (8)
to wicked men his ear, (6)
Nor led his life as sinners do, (8)
nor sat in scorner's chair. (6)
Metrum: CM (8+6+8+6 of 8.6.8.6)

Gedurende de 70-er jaren van de 16e eeuw, hebben enkele Welshe dichters het voortouw genomen met het experimenteren met versvormen voor de psalmen in het Welsh. Zo schreef Siôn Tudor bewerkte elf psalmen in het Welsh op basis van de strikt-metrum poëzie, en één in een vrij metrum. De psalmcomposities van Tudor, werden gevolgd door een bundel psalmen van de avonturier en zeekapitein William Middleton uit Debigshire (flor. ca. 1550-ca.1600), die postuum onder de titel Psalmae y Brenhinol Brophyd Dafydh in 1603 was gepubliceerd. Hiervoor wendde Middleton 43 strikte metra aan, waarvan hij deel zelf had verzonnen (Harper, 2008)(Harper, 2007). Boven iedere psalm gaf hij de naam van ieder metrum dat hij toepaste, waarvan er twee favoriet waren, cywydd deuair hirion en englyn unodl union (Williams, 1953, p. 198):
(Zie ook Bardisch vers, muziek der taal: Appendix B)

Psalm CXLIX
Cenwch i'r Arglwydd - caniad o newydd (5+5)
Mewn awel o gariad (6)
Bid i fawl rheidiawl yn rhad (7)
Ymys y saint gymysgiad. (7)
Metrum: englyn unodl union

Psalm CXLV
Moliannaf medhaf a'm min (7)
Mawr enwog dhuw fy mrenin: (7)
A bedithiaf mwyaf mawl (7)
Gwiwdhuw dy enw tragwyddhawl. (8)
Metrum: cywydd deuair hirion

Het resultaat van deze pogingen werkte slechts zeer beperkt en was slechts zingbaar door één persoon en derhalve dus niet geschikt voor samenzang.
Dit gegeven had frustrerende gevolgen, waarop Morris Kyffin, een legerofficier in 1595 zijn beklag deed. In een publicatie, waarin hij pleit voor een zingbaar metrum, dat tevens voor samenzang van allen geschikt is, klaagde hij over het feit dat in alle Europese talen, behalve in het Welsh, dit wel is verwezenlijkt.
Zijn wens werd aanvankelijk waar gemaakt door zijn broer, Edward Kyffin (ca. 1558-1603), curator van de St. Martin Outwich in Londen. Ondanks dat hij vroeg stierf aan de pest had hij vijftig psalmen in een eenvoudig metrum gecomponeerd, waarvan er twaalf geheel en de dertiende gedeeltelijk onder: Rhann o Psalmae Dafydd Brophydd i'w canu ar ôl y dôn arferedig yn Eglwys Loegr (Part of the psalms of David the Prophet to be sung after the customary tune in the English church)(Thomas Salisbury, Londen, 1603).

5.3 Psalmenboek van Edmwnd Prys

Het titelblad van de eerste uitgave (1621) van Llyfr y Psalmau van Edmwnd Prys.
In 1621 verscheen de publicatie van het meest belangrijke psalmboek in het Welsh, namelijk die van de collectie van de aartsdeken Edmwnd Prys, getiteld als: Llyfr y Psalmau Hierin zijn alle 150 psalmen opgenomen, waarvan ca. 90% op het metrum was gezet, die reeds door Edward Kyffin was geïntroduceerd, en met de term Welshe psalmmetrum of mesur salm: 8+7+8+7 (8.7.8.7) kan worden aangeduid. Prys zelf verwees in dit verband echter naar 'y mesur gwael hon' ('this poor meter'), dat vanwege zijn eenvoudigheid gemakkelijk voor samenzang kan worden aangewend. Het werk van Prys wordt gezien als een mijlpaal in de Welshe literatuur, die ook tegenwoordig zijn betekenis niet heeft verloren.
Het overige deel was gebaseerd op de 'common meter' (8.6.8.6)
Voor het gehele psalmrepertoire werden slechts twaalf melodieën toegevoegd, doch die niet van Welshe oorsprong waren. Acht circuleerden reeds in grote getale in Engeland en Schotland, twee zijn afkomstig van Prys zelf en twee waren voor het eerst gepubliceerd. Negen van de twaalf melodieën hadden het 'common meter' als basis. De psalmteksten in mesur salm, konden evenwel op dit metrum worden toegepast.
Gezien de toepassing van de eind- en binnenrijm, heeft de mesur salm een duidelijke connectie met het awdl-gywydd-metrum van bijvoorbeeld de carol 'Carol Nadolig' (deze is toegeschreven aan Huw Dafydd, priester van Gelliaer) (Harper, 2008):

Carol Nadolig: stanza 7
Canwn iddo glod a mawl (7)
Y sawl sy ddeffoledig; (7)
Na ollyngwn byth dros go' (7)
I foli fo'r Nadolig. (7)
Metrum: awdl-gywydd (7+7+7+7 of 7.7.7.7)

Hier volgt psalm 1 in Edmwnd Prys' uit Lyffr y Psalmau in mesur salm (Harper, 2008):

Psalm 1
Y sawl ni rodia, dedwydd yw, (8)
Yn ô drwg ystryw gyngor. (7)
Ni saif ar ffordd troseddwwyr ffôl, (8)
Nid eiste'n st&oacirc;l y gwatwor. (7)
Metrum: mesur salm (8+7+8+7 of 8.7.8.7)

Vervolgens wordt hier de melodie van Prys, die bij psalm 1 past, getoond. Tegenwoordig staat deze bekend als 'Song 67'. In dit voorbeeld wordt duidelijk op welke wijze de mesur salm in de common meter wordt gevoegd. De tweede en vierde versregel hebben met mesur salm in beide gevallen een lettergreep extra ten opzichte van de common meter. Dit euvel wordt gemakkelijk opgelost door de laatste noot in het Welsh twee keer te zingen.



De zetting voor de melodie op psalm 1 naar Edwmnd Prys in Llyfr y Psalmau (1621). (Dit schrift met ruitvormige noten is het zogenaamde witte mensuraalschrift dat ten tijde van de renaissance in Europa in gebruik was.)


Transcriptie van bovenstaande zetting


Transcriptie van bovenstaande zetting naar het moderne notenschrift. De toonsoort is F-majeur (F-ionisch)
Een synthetische weergave voor psalm 1 naar Edmwnd Prys: Midi

Tot slot nog een transcriptoe van een andere nieuwe melodie uit Edmwnd Prys' werk, namelijk die voor psalm 2 geschikt is. Heden ten dage staat deze bekend als St. Mary of Hackney:



Transcriptie van psalm 2 naar de zetting van Edmwnd Prys naar het moderne notenschrift. De toonsoort is D-dorisch
Een synthetische weergave voor psalm 2 naar Edmwnd Prys: Midi

Naar boven

6. Annotaties en bronnen

6.1 Voetnoten

  1. Oud-Engels: wes hál, in de betekenis van 'in goede gezondheid' of 'gelukkig zijn'. Het Welshe woord gwasael (washael) is mogelijk afgeleid van een woord, dat door de Saksen zou zijn gebruikt, om tijdens festiviteiten op de gezondheid te toasten en te drinken uit een 'wassail-cup' ('liefdes-beker'). Waissail-vieringen zijn doorgaans in verband gebracht met seizoen-wisselingen, terwijl in Wales zeven gelegenheden waren: kerstfeest en nieuwjaar (met Mari Lwyd, Wren Hunt, Candlemass ('Mis van het Licht' op 2 februari), May Day (Calan Mai) en als huwelijksgebruik (Williams, 1844, p. 80)(Ifans, 2006).
  2. Non-conformisme is de protestantse stroming in Groot-Brittanië (Engeland, Wales en Schotland) die niet tot de Anglicaanse Kerk behoort. Deze religieuze beweging dateert uit het einde van de 16e eeuw en is deels uit verschillende afscheidingen (waaronder de presbyterianen, congregationalistten, baptisten, quakers en methodisten) ontstaan. De beperkingen van de godsdienstuitoefening die hen werd opgelegd vanwege de Act of the Uniformity (1662), werden grotendeels in 1689 opgeheven door de Toleration Act. Het duurde tot 1828 dat de non-conformisten toegang kregen tot staatsambten.
  3. S.A.T.B. is een algemene afkorting voor de samenstelling aan zangstemmen voor een vierstemmig (a-capella-) koor: sopraan, alt, tenor en bas.
  4. 6.2 Geraadpleegde bronnen

    Literatuur

    Naslagwerken

    Www

    6.3 Aanvullende informatie;

    Www

    6.4 Media

    Video


    APPENDICES


    Appendix A: Lijsten van Welshe folksong-titels

    N.B.(!) Deze verzameling aan titels is slechts een kleine greep uit het Welshe volksliedrepertoire

    Afkorting van de vermeldde bronnen:

    AC Bryan, Robert; Alawon y Celt ; pt 1, 1904, pt. 2 1905; Caernarfon
    ANA Williams, M. Jane; Ancient National Airs of Gwent and Morganwg; 1844; Llandovery (Williams, 1844)
    BM Jones, Edward; The Bardic Museum; 1802; London (Jones, 1802)
    CC Cerddi Cymru; 1876; Ruthin
    CCN Y Caniedydd Cynulleidfaol Newydd; Swansea; 1921
    CM Ieuan Ddu; Cambrian Minstrel; 1848; Merthyr Tydfil
    COT Roberts, William; Crefydd yr Oesau Tywyll; 1852; Carmarthen
    CYC Roberts, John; Caniadau y Cyssegr; 1839; Henllan, Dinbych
    FRMS Ffowc Roberts MS
    GWM Owen, John (Owain Alaw); Gems of Welsh Melody; ca. 1875 (Owen, ca. 1875)
    HD Griffith Harris; Halelwiah Drachefn (Hallelujah Again); 1855; Carmarthen JWFSS Journal of the Welsh Folk Song Society
    JKMSS Jenkins Kerry Manuscripts. (Reverend John Jenkins 'Ifor Ceri' 1770-1829)
    LET Llyfr Emynau a Thonau y Methodistiaid Calfinaidd a Wesleaidd; Caernarfon a Bangor; 1929
    LAMS Llewelyn Alaw MS: Collection sent to the Llangollen Eisteddfod of 1858
    LMS Llanofer MS 59 (18e eeuw)
    OMS 'Orpheus MS': Collection of Folk Songs sent by an unknown competitor to the Llangollen Eisteddfod of 1858
    OWFS Williams, W.S. Gwynn; Old Welsh Folk-Songs; 1927; London (Williams, 1927)
    RWB Jones, Edward; Musical and Poetical Relicks of the Welsh Bards; v.a. 1784 (Jones, 1784-1808)
    SWM Williams, J. Lloyd, Sommervell, Arthur; Sixteen Welsh Melodies; pt.I 1907 pt.II 1909
    WES Parry, John.; Welsh, English & Scotch Airs; 1752 en/of 1761
    WH Parry, John (Bardd Alaw); The Welsh Harper, Vol 1 1839 Vol2 1848; London
    WNMD Williams, W.S. Gwynn; Welsh National Music and Dance; 1932; Curwen, London, Philadelphia (Williams, 1932)
    YCC Thomas, John (Ieuam Ddu); Y Caniedydd Cymreig; 1845; Merthyr Tydvil

    Lijst van folk-song-titels naar W.S. Gwynn Willams

    (WNMD)(OWFS) (Williams, 1932)(Williams, 1927)

    Titel Toongeslacht/modus Primaire bron Opmerkingen
    Blodau'r Cwm
    ('Flowers of the Valley')
    mineur CM tekst OWFS: Gwili
    Bugeila'r Gwenith Gwyn (ANA)
    ('Watching the Wheat')
    majeur GWM, p. 58
    Cân Mleynedd i 'Nawr
    ('A Hundred Years From Now')
    majeur JWFSS, vol. I, part III, p.127; JKMSS; diverse MSS National Library of Wales
    Cân Y Melinydd
    ('The Miller's Song')
    mineur GWM, CC tekst OWFS: Ruddenfab?
    Cân Yr Alltud
    ('Song of the Exile')
    mineur CM tekst OWFS: R.Williams Parry. Variant van de melodie in JKMSS onder de namen van Cwynfan Prydain, Frarwel Prydain, Delw Llandaf
    Cyfri'r Geifr ('Goat-counting Song') ibid) majeur JWFSS, vol. I, part II, p. 90
    Dacw 'Nghariad i ('There is my Sweetheart') mineur JWFSS, vol. I, part II, p. 77 http://www.youtube.com/watch?v=Nrkgdj0bVAo
    Dadl Dau lydisch/majeur RWB mogelijk van Engelse oorsprong
    Distyll Y Don
    ('The Ebb of the Tide')
    in de 18e eeuw vermeende toonsoort 'gogywair' c-d-es-f-g-a-b-c' RWB, 1794 Hen benillion, (voor betekenis zie: Canu Penillion: hen benillion).
    Hen Ddarbi (of Cyfamod) waarschijnlijk uit Engeland afkomstig
    Hiraeth
    ('Longing')
    dorisch JWFSS, vol. I, part II, p.58 Hen benillion, (voor betekenis zie: Canu Penillion: hen benillion). Dr. Daniel noteerde dit lied van het zingen van zijn moeder, die het op haar beurt leerde van Dic Dywyll in Carnarvon, rond 1830, onder de titel: Morgan Jones o'r Dolau Gwyrddion. Een variant in F-majeur vindt men in RWB (1794) onder de titel 'Cerdd yr Hen Wr o'r Coed' ('The Song of the Old Man in the Wood')
    Hob y Deri Dando majeur RWB
    Lliw Gwyn Rhosyn yr Haf
    ('White Rose of Summer'/'White Wild Rose of My Heart')
    mineur JWFSS, vol. I, part II, p. 85 tekst OWFS: Dic Dywyll
    Mari Lwyd
    ('Blessed Mary')
    mineur Hen benillion, dialoog (voor betekenis zie: Canu Penillion: hen benillion). Genoteerd door W.S.G. Williams vanuit de zang van Mr. T. Bassett (1e stanza). De 2e en 3e stanza: COT Lied van Llansantffraid-ar-Lai district (Morganwg = Glamorgan). Variant in OMSS
    Mêl Wefus
    ('A Honeyed Lip')
    mineur JKMSS; WH vol 2; ; JWFSS, vol. III, part I, p.50-56
    Merch Ifanc o'n Ben Boreu
    ('I was a Maid in the Morning')
    dorisch JWFSS, vol. I, part I p. 35
    Mwynen Merch
    ('The Maiden's Melody'/'Lovely Lady')
    dorisch JWFSS, vol II, part II, p. 88; JKMSS; LAMS; FRMS tekst OWFS: John Thomas
    Nos Galan (ES, BM etc.)
    ('New Years Eve')
    majeur ES; BM; GWM, p. 36; RWB, p. 159 Winter-carol. Melodie 'geleend' voor het kerslied 'Deck the Halls'. Eveneens een dansmelodie voor de lenteviering: Dawns Flodau/Dawns Mai (The Flower Dance/The Garland-Mayday).
    Pa Bryd Y Deui Eto?
    ('When Will You Come, My Sweeting')
    dorisch CM, YCC tekst OWFS: Wil Ifan
    Pan o'wn i'n Rhodion'n Mynwent Eglwys
    ('As I Walked in a Churchyard')
    dorisch/mineur JWSS, vol. I, part II, p. 79 Variaties: JWFSS, vol. II, part IV, p. 275; JWFSS, vol. IV, part II p. 51
    Suo-gân ('Lullaby Song') majeur Van een oud manuscript in het bezit van Mr. Orwig Williams door Mr. Robert Bryan; AC tekst OWFS: Robert Bryan. Slaapliedje (lullaby song). Een variant in RWB 1794 p.183: 'which the Welsh nurses sing to compose the children to sleep'
    Ton, Ton, Ton! authentiek mineur (eolisch) LMS; NLW MS 13146 A 18e eeuw; JWFSS, vol. III, 1930, part I, p. 78, 79
    Tra Bo Dau ('Whilst There's Two') majeur SWM JWFSS, vol. I, 1909, Part 1, page 41
    Y 'Deryn Pur ('Address to the Dove') majeur ANA
    Y Fwyalchen ('The Blackbird') majeur ANA
    Y Gwŷdd
    ('The Loom')
    mineur ANA: 'The Weaver's Song' Hen benillion (stanza 1), tekst OWFS: Will Ifan (stanza 2)(voor betekenis zie: Canu Penillion: hen benillion)
    Y Gwelltyn Glas
    ('The Green Gras')
    mineur LAMS; JWFSS, vol. II, part II, p.79
    Ym Mhont-y-pridd mae 'Nghariad
    ('My Sweetheart is in Pontypridd'/'In Yonder Cottage Dwelling')
    dorisch OMS; JWFSS, vol. I, part I, p. 26 Hen benillion, (voor betekenis zie: Canu Penillion: hen benillion). Variant in: JWFSS, vol. II, part II, p. 81-2
    Yn Iach Lawenydd
    ('Joy Forsakes Me')
    mineur JKMSS: Melus Seiniau Cymru, Adran II De air staat bekend als Diniweidrwydd. Teksten zijn van Huw Morris 'Ymddiddan rhwng y byw a'r marw' (1695, gepubliceerd in Blodeugerdd, 1759)
    Yr Hen Wr Mwyn ('The Kind Old Man') majeur JWFSS, vol. I, part II, p. 81

    Lijst van folks-song-titels naar Maria Jane Williams; Ancient National Airs of Gwent and Morganwg

    (ANA) (Williams, 1844):
    Titeltitel (Engels) toongeslacht/modus paginanr. Secundaire bronnen/opmerkingen
    Breuddwyd The Dream majeur p.64
    Bugeila'r Gwenith Gwyn Watching the Wheat majeur p. 38 GWM p.58
    Callyn Serchus Lovely Kate/Charming Kate majeur p. 14
    Cân Aberhonddu The Song of Aberhonddu (Brecon) majeur p. 63
    Cân Y Lleisionaid The Song of the Tribe called Lleisionaid (in Glyn Nedd) majeur p. 18
    Canu'r Bugail The Shepherd's Song majeur p. 62
    Castell Nêdd The Castle of Neath mineur p. 52
    Cerais Ferch I Loved a Maiden majeur p. 40
    Clychau Aberdyfi The Bells of Aberdyfi majeur p. 72 GWM: The Bells of Aberdovey, p. 76
    Craig y Ddinas Dinas Rock mineur/dorisch p.54
    Dewch Yn Nes Come Ye Near mineur p. 57
    Dyddiau Gwynion Ionawr Snowy Days of January majeur p.35
    Fanni Blodau'r Ffair Fanny Blooming Fair majeur p.32
    Ffoles Llantrisant The Merry Girl of Llantrisant majeur p. 24
    Ffynon Ovor Gover's Well/The Well Of Govor mineur p. 70
    Glyn Nêdd The Glen of Nêdd dorisch p. 37
    Glyn Tawy The Vale of Tawy mineur p. 41
    Gwegil y Fwyell The Hatchet majeur p.58
    Gwen Lliw'r Lili Fair Gwen or Lily coloured dorisch p. 26
    Holl Brydyddion Glân Come All Ye Bards mineur p. 68
    Holl Feibion a Merched All Youths and Maidens mineur p. 44
    Hyd Yma Bu'n Cerdded Sing sung after the Wassail majeur p.31
    Llawen Glân Awen Glyn Nedd The Lively Inspiration of Glyn Nedd majeur p. 19
    Mab Addfwyn The Gentle Swain majeur p.60
    Merch y Melinydd The Miller's Daughter majeur p. 29 http://www.youtube.com/watch?v=ZH8fbzTBTq8
    Myfi Sydd Ganiedydd A Songster Am I majeur p.16
    Pan Oeddwn ar Ddydd Yn Cyd-Rodio When Together We Roamed mineur p.56
    Pan O'wn y Gwanwyn The Song of Spring mineur p. 20
    Pan O'wn Y'n Rhodio When I was Roaming majeur p. 46
    Pryd O'wn ar Ddiwarnod When On a Day Returning mineur p. 75
    Toriad y Wawr The Break of Day majeur p. 66
    Triban Morganwg Glamorgan Triplet majeur p.9
    Y Bore Glas The dawning of Morn majeur p. 25
    Y Ddafad Gyrnig The Horned Ewe majeur p.53
    Y 'Deryn Du Pigfelyn The Golden Beaked Blackbird majeur p.12
    Y Deryn Pur Address to the Dove majeur p. 10 GWM: The Gentle Bird, p.154
    Y Ferch Fedydd The God-Daughter dorisch p.34
    Y Ferch O'r Scer The Maid of Scer majeur p. 42
    Y Fwyalchen The Blackbird majeur p. 48
    Y Gwydd The Weaver's Song mineur p.22
    Y Milwr The Warrior majeur p.50
    Y Washael The Wassail majeur p. 30 Mary Jane Williams meldt dat deze Christmas Carol in sommige delen van Wales Mari Lwyd ('The Venerable Mary') wordt genoemd.
    Yr Eos The Nightingale majeur p.28

    Appendix B: Lijst van 'Wren-hunt'-liederen naar Phyllis Kinney

    (Kinney, 2004). De onderstaande melodieë, staan er slechts drie in mineur. Dit zijn nr. 6, 11 en 25.

    Titel Taal Locatie Bijzonderheden Maatsoort
    1. Halsing y Dryw ('Praising the Wren'):
    Begint met: Dyma'r dryw, Os yw e'n fyw.
    Welsh Pembrokeshire Opgetekend door Reverend John Jenkins ('Ifor Ceri', 1770-1829) 4/4
    2. Halsing y Dryw ('Praising the Wren'):
    Begint met: Fe roed ef dan len. Yn yr elor fracth wren.
    Welsh Pembrokeshire Opgetekend door Reverend John Jenkins ('Ifor Ceri', 1770-1829) 3/8
    3. Begin met: Dryw bach ydy'r gwr Welsh Pembrokeshire Variatie op nr. 2, na Jenkins. Niet circulair, zoals 2 3/4
    4. Begin met: Dryw bach ydy'r gwr Welsh Pembrokeshire Variatie op nr. 2, na Jenkins. Niet circulair, zoals 2 3/4
    5. Begint met: Joy health love and peace Engels Pembrokeshire Variatie op 2, opgetekend en gezongen in Hook, Pembrokeshire door de gepensioneerde onderwijzeressen, Dorothy en Elizabeth Philps. In 1981 door het Welsh Folk Museum opgenomen
    Gebruikmakend van het metrum cywydd deuair fyrion
    3/4
    6. Cân y Berllan (Perllanlied)
    Begint met: Gyda ni mae perllan
    Welsh Kidwelly, Carmarthenshire Perllan is een houten plank waarop een miniatuurvogeltje is bevestigd. 2/4
    7. Begint met: Ddoi di'r coed? Dibyn wrth Dobin Welsh Noord-Wales De melodie staat bekend als de 'Dargason-air' 6/8
    8. Begint met: I ble'r awn ni fory? medde Dibyn wrth Dobyn Welsh Noord-Wales Later in de 20e eeuw genoteerd 6/8
    9. Begint met: Ddoi di i'r coed? medda Dibyn wrth Dobyn Welsh Noord-Wales Later in de 20e eeuw genoteerd 6/8
    10. Welsh Denbigh Tekstloos gepubliceerd 6/8
    11. Begint met: Ble rwyt ti'n mynd? Dibin wrth Dobin Welsh Noord-Wales Beperkt toonbereik van vijf tonen (pentachordiek). 6/8
    12. Begint met: O, where are you going? says Milder to Melder. Engels Pembrokeshire Cutty Wren-lied. Type zoals deze ook in Schotland wordt gezongen. 3/4
    13. Begint met: Where art thou gwayin? says the younger to the elder Engels Pembrokeshire Cutty Wren-lied 13/8 + 13/8 + 9/8 + 9/8
    14. Begint met: The wran, the wran, the king of all birds Engels Ierland 'Luck-visit'-lied 6/8
    15. Begint met: The Wren, the wren, the king of all birds Engels Ierland 'Luck-visit'-lied 6/8
    16. Begint met: The wren, the wren, the King of all birds Engels Ierland 'Waissail'-lied 6/8
    17. Begint met: The wren, the wren, the king of all birds Engels Ierland De oudst gedrukte instrumentale melodie van dit lied staat in Edward Bunting's collectie van Ierse melodieën (1809) 6/8
    18. An dreólín Iers Gaelisch Ierland Dit lied is ouder en verschilt in metrum, vorm en melodielijn van andere 'wren-songs' en impliceert een connectie met wassailing. In dit lied wordt de jacht op het winterkoninkje beschreven, alsmede de eer aan het vogeltjes als die aan een koning met goud in zijn broekzak. Daar de eerbetrachting erg sterk is, wijst dit op een vruchtbaarheidsritueel:
    (vertaling) 'The rightful king will again be set before us and we will drink his health'.
    4/4
    19. Begint met: Hemmayd y kill dooyrt Robin-y-Bobbin Manx Gaelisch Eiland Man Lees meer over de 'wren-hunt'-traditie van het Eiland Man in het hoofdstuk Dans- en danhistorie, het artikel Dans en danshistorie van het Eiland Man 6/8
    20. Begint met: We'll hunt the wren said Robin the Bobbin Engels Eiland Man Basis voor veel bestaande 'Wren-songs' van het eiland Man 6/8
    21. Tekstloos Eiland Man Dansmelodie van nr. 20 6/8
    22. Begint met: We'll away to the woods, says Robin to Bobin Engels Eiland Man Variant van de 'Dargason-air'. Zie ook nr. 7 6/8
    22a. Begint met: Will ze go to the wood? quo' Fozie Mozie; Will ze go to the wood quo' Johnie Rednozie Engels Schotland Oudste Schotse vermelding van een 'wren-song' in David Herd; 'The Ancient and Modern Scots Songs' (1776), vol.2; p. 210-211. Vraag-antwoord dialoog.
    23. Begint met: O, where are you going? said Milder to Malder Engels Schotland Van Ierse oorsprong 6/8
    24. Begint met: 'Come to the wood', says Tozie Mozie, 'Come to the wood', says Johnnie Red Hosie Engels Schotland-Orkney Uit de collectie van Alan Bruford 6/8
    25. Begint met: Warm dee well come peddica too Engels Schotland-Shetland Vaag spoor van een 'wren-song' van Shetland. In deze zgn 'dandling-song' worden de namen 'Tozie Mozie' en 'General Ozie' genoemd. 4/4
    26. Begint met: We'll go ashooting, says Richard to Robin; We'll go ashooting says Robin to Bobbin Melodie van Oxfordshire 6/8
    27. Begint met: Come to te woods, says Rickety Robbit. Engels Engeland Als de Dargason-melodie van Wales en het Eiland Man (zie 7 en 22) 6/8
    28. Begint met: I fun' a bird's nest, says Robin-a-bobbing, I fun' a bird's nest, says Richard to Robin. Engels Engeland Opgetekend door Cecil Sharp aan de hand van een zanger uit Yorkshire. 6/8

    Appendix C: Lijst van hymnetitels naar W.S. Gwynn Williams

    (WNMD)(OWFS) (Williams, 1932)(Williams, 1927):

    Namen van titels van de oudst bekende traditionele hymnemelodieën

    Inclusief het syllabische metrum.
    Waar de titels bekend staan onder verschillende namen, wordt de meest recente naam aangewend.

    Titel Toongeslacht/modus Syllabische metrum *)
    Arfon (Meribah) mineur 87.87.D*)
    Bethel majeur 98.98.D
    Beulah majeur 888.6.D.
    Braint ('Privilege') mineur 2.88.888. Zie ook: JWFSS, vol. II, 1925, part IV, p. 249-250
    Caerfyrddin majeur 87.87.37
    Croeshoeliad mineur 886.866
    Crugybar majeur 98.98.D.
    Darowain mineur 888.6.D.
    Diniweidrwydd ('Innocence') mineur 87.87.D. Zie ook: JWFFS, vol. II, 1922, part III, p. 171-173.
    Opmerking: W.S. Gwynn Wiliams schrijft hierover in zijn Old Welsh Folksongs (OWF), alwaar hij de titel Yn Iach Lawenydd gebruikt (Williams, 1927):
    The air, known as Diniweidrwydd, is taken from the Jenkins, Kerry, MSS., Melus Seiniau Cymru, Adran II (Rev. John Jenkins, 1770-1829). The Welsh verses are from Ymddiddan rhwng y byw a'r marw, written by Huw Morris in 1695 (published in Blodeugerdd, 1759)
    Dinbych (Llanbeblig) mineur 664.6664
    Dolfor mineur 87.87.67.
    Dolgellau (Canaan) mineur 66.66.88
    Edinburgh majeur 87.87.D.
    Gwahoddiad mineur 87.87.67.
    Gwladys majeur 66.66.88.
    Jabez (Rhiwabon) mineur 76.76.D. John Robert: Cainiadau
    Jersey mineur 87.87.D.
    'Joanna' (CCN, LET), voorheen: 'Palestina' (CYC) majeur 11.11.11.11 Van het volkslied: Can Mlynedd i 'Nawr (JKMSS). 'The Miller's Song', zie ook JWFFS, vol. 1. pt. III, p. 126-7
    Llanddowror mineur 664.6664.
    Llangan majeur 87.87.D.
    Llangeitho majeur 76.76.78.76
    Llanilar mineur 87.87.47
    Llansannan (1877: Aberth Moliant) (CCN, LET) mineur 87.87.D. Van het volkslied: Y Gwelltyn Glas (LAMS). 'The Green Blade', 'The Green Grass', zie ook: JWFSS, vol. II, 1919, part II, p. 79-80
    Llantrisant (CNN, LET) voorheen: Bryniau Môn ('The Royal Harp of David', 1816), Coedllai (CYC) majeur LM Van het volkslied: Mêl Wefus (JKMSS, WH, vol. II, p.7). 'A Honeyed Lip', zie ook: JWFSS, vol. III, 1930, part I, p. 50-56
    Opmerking: de volksliedmelodie in mineur, de hymnemelodie in majeur
    Lledrod majeur LM
    Moriah (of: Milwriaeth y Cristion) (HD) majeur 87.87.D.
    Peniel majeur 87/87.47.
    Rhosyn Saron ('White Rose of Summer') majeur 888.888. Van het volkslied: Ton, Ton, Ton! (LMS). Zie ook: JWFSS, vol. I, 1910, part II, p. 85-88; JWFSS, vol. I, 1912, part IV, page 199; JWFSS, vol 3, part I, p. 78-79
    Opmerking: de volksliedmelodie in authentiek mineur (eolisch), de hymnemelodie in majeur.
    Rhyddid majeur 76.76.D.
    Siloah majeur 64.64.66.64.
    St.John mineur 886.886.
    Talybont (Penry) mineur 76.76.D.
    Talyllyn majeur 76.76.D.
    Tiberias mineur 74.74.D.
    Trefdeyrn majeur 66.46.88.76.
    Trefdraeth mineur 776.557. Hymnemelodie; Zie ook: JWFSS, vol. II, 1925, part IV, p. 232-233
    Y Delyn Aur ('The Golden Harp') mineur 87.87.47.

    *)Verklaring van de notatis van het metrum. B.v. 87.87.D. betekent dat de eerste versregel 8 lettergrepen bezit, de tweede 7, vervolgens weer acht voor de derde en zeven voor het vierde vers. De letter 'D' staat voor 'dubbel. Het patroon 87.87 herhaalt zich dus voor de vijfde tot en met de achtste versregel. Andere afkortingen in dit verband zijn: CM (common meter): 86.86. ; SM (short meter): 66.86 ; LM (long meter): 88.88.

    Lijst van enkele oorspronkelijk niet-traditionele hymnetitels

    (WNMD) (Williams, 1932):

    Titel Bron Opmerkingen
    Dorcas CCN; LET (vermeld als 'Alaw Gymreig' = 'Welsh Air') compositie van David John James, Penrhyndeudraeth, 1733-1821
    Erfyniad CCN; LET (vermeld als 'Alaw Gymreig' = 'Welsh Air') compositie van Robert Williams, Rhydymain, 1795-?
    Llangoedmor CCN; LET (vermeld als 'Alaw Gymreig' = 'Welsh Air') compositie van John Jeffries, Llanynys, 1718-1854
    Caerllyngoed CCN; LET (vermeld als 'Alaw Gymreig' = 'Welsh Air') compositie van Stephen Llwyd, 1794-1854
    Clod waarschijnlijk uit Engeland afkomstig
    Caerlleon waarschijnlijk uit Engeland afkomstig
    Hen Ddarbi (of: Cyfamod) waarschijnlijk uit Engeland afkomstig
    Caersalem CCN; LET compositie van Robert Edwards, Liverpool, 1796-1862
    Llanfair CCN; LET compositie van Robert Williams, Mynydd Iithel, Llanfechell, 1781?-1821

    Appendix D: Lijst van vroege publicaties met betrekking tot de inheemse psalmodie van de Wales

    Bron van deze gegevens: (Harper, 2007)

    Jaar van publicatieOmschrijving publicatie
    1549Thomas Sternhold: Certayne psalms drawen into Englische metrenegentien metrische psalmen in het Engels
    1562John Day: The whole book of psalms collected into Englysch MetreDe oudste uitgave van alle 150 psalmen in de metrische versies naar Sternhold en Hopkins, gedrukt met uitgeschreven melodieë
    1570, 70-er jaren van de 16e eeuwSiôn Tudur: Elf psalmen in de traditionele strikte metra en één in een vrij metrum.Het werk van Siôn Tudur was slechts solistisch, en niet voor samenzang, geschikt. Morris Kyffin klaagde in 1795 over het ontbreken van de mogelijkheid van samenzang in het Welsh.
    1579William Daman: The Psalms of David in English metreEenvoudige vierstemmige zettingen van de teksten van Sternhold en Hopkins, bedoeld voor huiselijk gebruik
    1592Thomas Este: The Whole Booke of Psalmes with their wonted TunesNaar teksten van Sternhold en Hopkins, bedoeld voor huiselijk gebruik
    ca. 1595William Midleton: selectie van strikt-metrum-psalmen in het WelshZie ook bij 1603
    1602De psalter van MiddelburgNederlandse publicatie volgens het Engelse gebruik van tekst en metrum
    1603William Midleton: Psalmae Brenhihol Brophwyd DafydhPostuum gepubliceerd. Alle 150 psalmen in 43(!) strikte metra
    1603Edward Kyffin: Rhann o Psalmae Dafydd Brophwyd i'w canu ar ôl y dôn arferedig an Eglwys LoegrTwaalf metrische psalmen en de dertiende gedeeltelijk, in het Welsh in één Welsh metrum, de mesur salm. Geschikt voor samenzang van de congregatie
    1615Andro Hart: The .CL. Psalmes of DavidVolgens de metrische teksten van Sternhold en Hokins, met een selectie van gangbare melodieën
    1621Edmwnd Prys: Llfyfr y PsalmauDe eerste publicatie van alle 150 metrische psalmen in het Welsh, samen met twaalf uitgeschreven melodieën.
    1621Thomas Ravenscroft: The Whole Book of Psalmes .. composed in 4. PartsMet verscheidene nieuwe melodieën, inclusief vijf 'Welche tunes'
    1630Edmwnd Prys: Llfyfr y Psalmau2e editie, meegebonden in de Welshe bijbel en gebedenboek
    1638Edmwnd Prys: Llfyfr y Psalmau3e editie