Musicologie van de Keltische en naburige stijlen
[Home][Info][Introductie][Cultuurhistorische onderwerpen][Dans en danshistorie][Vorm, technieken en idioom][Toonsystematiek][Akkoordenleer][Harmonie][Extra]

[Home][Auteur: Ben Dijkhuis][Laatste update: 01-01-2018][Hoofdstuk: Dansmuziek en danshistorie][Gebruiksvoorwaarden]

Dansmuziek en danshistorie van het Eiland Man

INHOUD van deze pagina (verberg)

  1. 1. Enkele historische referenties
  2. 2. 19e eeuwse collecties en publicaties
  3. 3. Revival van de dans van Man
    1. 3.1 De bijdragen van Mona Douglas
    2. 3.2 Revival en reconstructie
    3. 3.3 Giense
  4. 4. Instellingen
  5. 5. Annotaties en geraadpleegde bronnen
    1. 5.1 Voetnoten
    2. 5.2 Geraadpleegde bronnen
  6. 6. Aanvullende informatie
    1. 6.1 Internet
    2. 6.2 Media

1. Enkele historische referenties

Ondanks het aantal sporadische vermeldingen in historische bronnen, is het in elk geval duidelijk dat sinds de 17e eeuw, de fiddlers en hun instrumenten, een belangrijke rol vervulden binnen de muziek- en danstraditie van het Eiland Man. Opvallend genoeg is het feit, dat ondanks de Gaelische connectie met Ierland en Schotland, er geen harptraditie bewaard is gebleven. Evenmin blijkt de afwezigheid van de doedelzak. Desondanks blijkt dat het volk van Man enthousiaste muzikanten en dansers waren.(Bazin, 2001)

Tot nu toe zijn er geen oudere bronnen bekend, dan de referenties naar de muziek of dans van Man gedurende de 17e eeuw. Alhoewel het van Man, de Hebriden, Orkney- en Shetland eilanden, aannemelijk wordt geacht, dat via overlevering restanten van dans en muziek uit de 10e-11e eeuw, ten tijde van de Noorse overheersing bewaard is gebleven. De Manx Dirk Dance (Reeaghyn dy Vannin, ook: Kings of Man) is mogelijk zo'n overblijfsel. Dit idee wordt nog eens versterkt door het feit dat dezelfde melodie eveneens voor blijkt te komen als een slaapliedje(!) van Skye (een eiland van de 'Inner Hebrides'). Er bestaan eveneens (niet bewezen) veronderstellingen inzake de dans, uit de tijd van de oude Keltische druïden. Dit zou het geval zijn voor de rituele dans, Salmon Leap.(Douglas/Miller, 2004)
Gedurende de periode van 1735 tot 1765 waren de Dukes of Atholl de heersers, de Lords van het Eiland Man, wier thuisland Schotland (Blair Atholl) was, alwaar de Schotse fiddlestijl een belangrijke rol begon te spelen als concurrent van de bagpipes. Het is daarom aannemelijk dat de Manx musici, na het horen van de diversiteit aan Schotse fiddle-deunen, deze wijze van musiceren steeds meer begonnen over te nemen. In dit verband bestaat een referentie over een Schotse fiddler van rond 1850, die iedere zomer de hoofdstad Douglas bezocht, die gekleed was in "rather gaudy-looking kilts, ....". Hij zong en speelde eveneens de fiddle: "Celtic songs and hymns, playing on the fiddle the same time..". (Bazin, 1997)

Toch was het gebruik van de fiddle op Man, niet typisch voor de 18e en 19e eeuw. James Stanlagh Mooar (Yn Stanlagh Mooar), de 7e Earl van Derby, schreef in 1646 aan een vriend, met betrekking tot een jaarmarkt in Castletown:

"..I was greatly pleased with the excellence of the goods on the benches.....but most of all by the fiddling and the dancing, so much so I was minded to join in myself..... [The dancers] did dance through the street, winding hither and thither among the townsfolk, so that withal it was pretty to see."

Rond het jaar 1650 beweerde de gouverneur Chaloner dat de meest populaire instrument van het eiland, de viool was. Hij bestempelde het instrument als 'ongebruikelijk', omdat:

"..their Neighbours: the Northern English; the Scots; the Highlanders, and the Irish, generally, affect the Bag-Pipe."

Omdat de moderne viool pas ongeveer dertig jaar later, op Britse eiland werd geïntroduceerd, is het aannemelijk, dat ten tijde van Chaloner en Stanlagh Mooarde, de middeleeuwse vedel als instrument gangbaar was. (Bazin, 1997)

Het is bekend dat zelfs op zondag, na het verlaten van de kerk, werd gedanst. Evenals in andere gebieden, zoals Wales en Cornwall, stelden de kerkelijke autoriteiten alles in het werk om het dansen te ontmoedigen. Desondanks liet de populariteit voor muziek en dans zich niet onderdrukken, zelfs niet tijdens de bisschoppelijke strenge decreten, die tussen 1698 en 1755 werden uitgevaardigd. In een verslag van de kerk van Onchan uit het midden van de 17e eeuw werd gemeld dat:

"..sometimes young folks when they meet at a wedding, doth use too much dancing.."

Dit soort nachtelijke bijeeenkomsten met dans en muziek, de zgn. gienses, op zaterdag, hadden tot gevolg dat feestvierders de volgende dag niet fit genoeg waren om de kerkdienst te volgen. Dit leidde ertoe, zelfs na 1700, dat het regende van de klachten bij de kerkelijke rechtbank.
Een man uit Douglas belandde zelfs in de gevangenis omdat er fiddlemuziek in zijn huis werd gespeeld, ondanks het feit dat hij zelf niet thuis was. (Bazin, 1997)

George Waldron meldt in zijn A Description of the Isle of Man uit 1731 (Waldron, 1731): "Dancing, if I may call it so, jumping and turning round at least, to the fiddle and base-viol, is their great diversion. In summer they have it in the fields, and in winter in the barns. The month of May is every year ushered in with a ceremony which has something in the design of it pretty enough, and I believe, will not be tiresome to my reader in the account."

Waldron verwijst eveneens naar drie belangrijke folkloristische gebruiken, waarvan de dans een belangrijk onderdeel vormde.

2. 19e eeuwse collecties en publicaties

Deze eeuw wordt gekenmerkt als een periode, waar een verhoogde belangstelling ontstond voor de muziek van 'de gewone man'. Dit leidde tot een intensieve speurtocht naar de traditionele liederen en dansmuziek van het Eiland Man. De eerste publicatie van zo'n collectie verscheen in in 1820 onder de titel The Mona Melodies. A Collection of Ancient and Original Airs of the Isle of Man. De samensteller en arrangeur van deze uitgave was John Barrow (*1796), organist van de St. George's Church van Douglas. Het werk bevat twee dansmelodieën, Mylecharaine en Hunt the Wren. Overigens verscheen de Mylecharaine in bijna alle manuscripten en gedrukte bronnen die betrekking hadden tot muziek van het Eiland Man. In 1910 was deze deun reeds opgenomen in Master Sheperd's Book met de titel 'an original Manks tune' .

De meest omvangrijke bijdrage aan de verzameling van de Manx muziek vond plaats in de jaren 1890. Slechts een kleine groep heren heeft zich hiermee bezig gehouden. Met name, John Glague (1854-1908), de gebroeders John Frederick ('Deemster Fred') en W.H. Gill (resp. 1842-1899 en 1839-1922) en Arthur William Moore (1863-1909).
John Glague was een violist en richtte samen met Deemster Gill een orkest in Castletown. Rond 1890 begon hij zijn onderzoek naar de traditionele muziek van Man. Dit onderzoek, dat hij samen met de gebroeders Gill voltooide, omvatte het gehele eiland Man. Dit resulteerde in twee publicaties in 1896: Manx National Songs en Manx National Music. De manuscripten van Glague (gedateerd op 1893), bevinden zich momenteel in het Manx Museum. Deze manuscripten bestaan uit drie delen: Dancing and singing-games (50 deunen); liederen en balladen (160 titels) en carols en hymnen (85 titels)
A.W. Moore had een bijzondere interesse voor de studies met betrekking tot het Eiland Man. Zijn grootste prestatie was het tweedelige werk History of the Isle of Man. Zijn boek Manx Ballads and Music, dat in 1896 was uitgegeven, werd destijds goed ontvangen vanwege de ongecompliceerde pianobewerkingen. Het boek bevat 74 teksten, en klein aantal melodieën en is nog steeds een belangrijke bron van de Manx muziek.
Sophia Morrison (1859–1917) was een actief lid van de Manx Society. Zij was de schrijfster van Manx Fairy Tales. Ze droeg bij in het tot stand komen van de Dictionary of Anglo-Manx Dialect, samen met A.W. Moore en Edmund Goodwin. Bovendien verzamelde zij liederen en melodieën, met de bijeenkomstigheid dat zij een poging deed om opnamen te maken met behulp van een fonograaf. Helaas zijn de wasrollen verloren gegaan, voordat ze naar een meer permanente geluidsdrager overgezet konden worden. (Bazin, 1997)

3. Revival van de dans van Man

3.1 De bijdragen van Mona Douglas

Ondanks de inspanningen van de hiervoor genoemde verzamelaars, bleek dat de tendens, waarbij de traditionele dans van het Eiland Man verloren dreigde te gaan, niet te stoppen. De reden hiervan, was de oude invloed van de kerk, gekoppeld aan een hardnekkig bijgeloof. Een tijdlang heeft het heersende Calvinisme allerlei vermakelijkheden voor de mensen ontmoedigd en bespot. Zelfs in het begin van de 20e eeuw bestond er een bepaalde mate van weerstand, waarbij zelfs het woord 'dans' taboe was. In bepaalde delen van Man werden reels en set-dances aangeduid met 'games' ('spelen'). Hoewel sommige traditionele gebruiken, zoals Mummers' Play (instrumentale dansbegeleiding) en Wren Singers (meerstemmig koor) werden uiteindelijk toch getolereerd, en daarmee onder de groep 'ongevaarlijke tradities' ondergebracht, zoals het zingen van Christmas Carols. Anderzijds werden bepaalde rituele dansen, zoals de Mylecharane's March (of Cutting off the Fiddler's Head) en de Mollag Dance, met vrees beschouwd. Ze werden gezien als een vorm van magie met betrekking tot de oude gebruik van de 'heidense Druïden'.
Ondanks deze negatieve invloeden, bestonden elders op het eiland een grote groep mensen, waaronder herders, boeren en vissers, die een uitgespoken gevoel hadden voor de traditionele zang en dans. (Douglas/Miller, 2004)

Een zeer grote bijdrage van de muziek en dans van het Eiland Man, zijn de verdiensten van Mona Douglas (1898-1987). Vanwege haar ziekte kon zij niet naar school en groeide op bij haar grootouders op het platteland, alwaar zij Manx Gaelisch leerde van de boeren die zij met haar grootvader bezocht. In het begin van de 20e eeuw, tijdens haar vroege jeugd was zij er van bewust dat er nog een schat aan traditionele liederen, dansen en verhalen bestonden, die nog niet waren verzameld. Zij begon in haar tienerjaren deze te noteren, waarna haar eerste collectie gedichten in 1915 verscheen, gevolg door een groot aantal andere publicaties. De informatie over de diverse dansen verkreeg zij van vissers en het volk van het platteland. In 1917 werd ze tot ere-secretaris van de Manx Society benoemd en werd in hetzelfde jaar toegelaten bij Gorsedd of Bards tijdens de Welsh National Eisteddfod. In de perioden van de jaren 70 en 80 kreeg zij diverse prijzen en titels toegewezen. Haar grote inspirator was Sophia Morrison, die haar persoonlijk had gestimuleerd bij het verzamelen en noteren van de diverse muziek en dans. (Bazin, 1997)

In 1928 meldde Mona Douglas een bijzonder gering aantal traditionele dansen van het Eiland Man en beschreef dat ze in het algemeen naar Engels of Schots voorbeeld waren, waarvan er twee haar opvielen:
De oude courting dance (verleidingsdans), Hyndaa yn Bwoailley (Exchange the Blow), bleek bijna identiek te zijn met het gebruikelijke type Engelse country dance, behalve het refrein:

"..where the woman runs up the man, strikes him on the cheek, and runs back. He follows her, turns her round facing him, kisses her, and brings her back to the centre, where they both set and turn. At the end of the last figure the woman drops on one knee and the man folds his arms and kicks his right foot over her head..." (Douglas/Miller, 2004)

Verder viel haar een solo-zwaarddans op (waarschijnlijk was dit de Manx Dirk Dance, BD):

"..There is also a Manx sword dance (solo) which is not quite like either the English or the Scottish sword dances though nearer to the latter. The dancer starts with the sword on the ground before him, picks it up and makes certain passes with it during the dance, and finishes in a kneeling position."

Andere dansen die zij in 1928 noemde waren de Frog Dance, die zij aanvankelijk beschreef, als op een Russische kozakkendans lijkende uitvoering en de Salmon Leap (een soort jig). (Douglas/Miller, 2004).

Het begin van dans-revival van het Eiland Man, werd door Mona Douglas zelf aangegeven als een gebeurtenis in 1929 tijdens haar lezing aan een 'Vacation School of the English Folk Dance Society' in de hoofdstad Douglas. De aanleiding was een optreden van kinderen van de Albert Road School te Ramsey, die door Mr. Killey en haar zelf waren opgeleid. Nadat zij drie dansen hadden uitgevoerd, werden deze door de aanwezige Engelse en Manx dansers met bijzonder veel enthousiasme ontvangen. Dit werkte als een katalysator, die uiteindelijk tot de revival leidde.

3.2 Revival en reconstructie

Aanvankelijk werden door Douglas veertien dansen verzameld en gereconstrueerd. Vijf waren gedeeltelijk gereconstrueerd, die samen met behulp van traditionele dansers nieuw leven werden ingeblazen.

De veertien volledig gereconstrueerde dansen:

Reeaghyn dy Vannin
(The Manx Dirk Dance, Kings of Man)

Klik hier voor een vergroting
Cum yn oanrey çhe
(Keep the old petticoat warm)
Mannin 6, 1914, p. 370

Klik hier voor een vergroting
midi midi
The Fairies' Dance
(The Fairy Reel, The Fairy Dance)

Klik hier voor een vergroting
Mylecharanes March
(Cuttin off the Fiddlers Head)
Richard Robinson Tunebook

Klik hier voor een vergroting
midi midi
Helg yn Dreean
(Hunt the Wren)

Klik hier voor een vergroting
midi

De aanvankelijk onvolledig gereconstrueerde dansen waren:

The Flitter Dance
www.thesession.org

Klik hier voor een vergroting
midi

3.3 Giense

Aanvankelijk was de giense een nachtelijk feest, alwaar jonge mannen en vrouwen elkaar ontmoetten om te dansen. Het woord is afgeleid van 'gien', het Manx voor vrouw en 'oieyes', dat nacht betekent.
Tegenwoordig kan de giense worden opgevat als samenkomst voor dans en muziek, dat een Manx equivalent is van de Ierse céilí en Schotse ceilidh (zie het voorgaande), alsmede de troyl (Cornwall), twmpath (Wales) en barndance.

(Clague, 1911)

4. Instellingen

Chruinnaght Vanninagh Ashoonagh, The Manx National Gathering of kortweg Yn Chruinnagt. Yn Chruinnaght (betekent letterlijk 'samenkomst'. Tegenwoordig is het een cultureel festival van Man met betrekking tot de andere Keltische gebieden (Schotland, Ierland, Wales, Cornwall en Bretagne). De evenementen bestaan uit muziek, dans, literatuur, beeldende kunst, handwerk etc. In 1924 was het aanvankelijk een equivalent van de Welsh eistedfodd, naar het idee van William Cubbon, de eerste directeur van het Manx Museum en tevens 'ere-schatbewaarder' van de Manx Gaelic Society (Yn Cheshaght Ghailckagh) en de World Manx Association.

Manx Heritage Foundation (Undinys Eiraght Vannin). Een overkoepelende organisatie voor de verbreiding van de Manx cultuur. Opgericht in 1983 te Tynwald.

5. Annotaties en geraadpleegde bronnen

5.1 Voetnoten

  1. 'Hunting the Wren' is een gebruik met een lange traditie tijdens de midwinterfeesten op de Britse eilanden, zowel op het eiland Man, maar ook in Wales, Ierland, Schotland, en in mindere mate in Engeland. Het is mogelijk, dat dit gebruik voor het eerst werd genoemd in het 'Red Book of Hergest' (Llyfr Coch Hergest)(ca. 1382-1410), waarin een dichter beschrijft, hoe een winterkoninkje ('wren') ernstig werd verwond, door het met een steen te slaan. Overigens is de traditie rond de jacht op het winterkoninkje, door de laat 17e eeuwse geleerde en antiquair Edward Lhuyd voor het eerst beschreven:

    "Arverant yn swydh Benfro &c. dhwyn driw mewn elor nos ystwylh; odhiwrth gwr Ivank at i Garad, sef day nae dri ai dygant mewn elor a ribane; ag a ganant gorolion. Ant hevyd i day ereilh lhe ni bo kariadon a bydh kwrw v.&c. A elor o'r wlad ai galwant Kwlli [Kwtti] wran."

    "They are accustomed in Pembrokeshire etc. to carry a wren in a bier on Twelfth Night; from a young man to his sweetheart, that is two or three bear it in an bier [covered] with ribbons, and sing carols. They also go to other houses where there are no sweethearts and there will be ale etc.. And a bier from the country the call Cutty Wran."

    Ondanks dat het ritueel na de 30-er jaren van de vorige eeuw is gestopt, worden nog wel zgn. 'wren'-liedjes gezongen, waaronder de 'Cutty Wren'-liedjes in Pembrookshire. (Kinney, 2004)

    Mari Lwyd. Afbeelding gevonden op http://www.morgannwg.org/
    Het paardsymbool, heeft eveneens betrekking op een oud gebruik in Wales tijdens de midwinterfeesten, met name in Glamorgan en Gwent. Dit z.g.n. Mari Lwyd-ritueel vind plaats tijdens de heildronk van een groep mannen en jongens, waarvan er één is verkleed als Mari Lwyd (Grey Mare of Holy Mary), voorzien van een paardenschedel op een paal. Terwijl de groep zich van deur tot deur begeeft, vragen zij aan een bewoner toestemming om binnen te mogen komen door middel van het zingen van traditionele liedjes. De bewoners beantwoorden hun verzoek eveneens door middel van zang (pwnco), voordat er eventueel toestemming wordt gegeven. Dit word gevolgd door de beste wensen voor het nieuwe jaar, die door de Mari en zijn gevolg worden uitgesproken, waarna zij worden uitgenodigd. Dit leidt tot zang en soms dans. In Glamorgan wordt de heildronkgroep soms vergezeld door de komische figuren Punch en Judy ('Jan Klaassen' en 'Katrijn') (Lile, 1999).
    Gwyn Williams schrijft in zijn 'An introduction of Welsh Poetry' met betrekking tot de mid-winter-carols en paardentotem (Williams, 1953):

    "The blattantly pre-Christian nature of the Mari Lwyd ritual, with its British totemic horse, suggests that carols of some sort were much older than this [middeleeuwse conducti of kerkelijke processie-zang = cwndid] and were associated rather with the mid-winter feast that preceded Christmas and became merged in it, just as the stone circle of Ysbyty Cynfyn became the churchyard wall."

    Met betrekking tot het paardsymbool kan ook de 'hobby horse' (Engeland), 'Obby Oss' (Cornwall) worden vermeld.
    Zie ook: The Magic Of The Mari en http://www.morgannwg.org/bromorgannwg/MariLwydPentyrch.htm

    Een soortgelijk gebruik beschrijft Dr. Johnson, dat plaats had op oudjaarsavond in Schotland, waarbij een van de leden van het gezelschap zich in een koeienhuid kleedde, waarna gezegende woorden van voorspoed werden uitgesproken. (Moore, 1891)

5.2 Geraadpleegde bronnen

Literatuur

Www

6. Aanvullende informatie

6.1 Internet

6.2 Media