Musicologie van de Keltische en naburige stijlen
[Home][Info][Introductie][Cultuurhistorische onderwerpen][Dans en danshistorie][Vorm, technieken en idioom][Toonsystematiek][Akkoordenleer][Harmonie][Extra]

[Home][Auteur: Ben Dijkhuis][Laatste update: 31-12-2017][Hoofdstuk: Introductie][Gebruiksvoorwaarden]
IerlandSchotlandWalesCornwallIsle of ManBretagneGalicië
De vlaggen die symbool staan voor de zeven gebieden en landen, die ook wel 'Celtic Nations' worden genoemd.

Wat is Keltische muziek?

INHOUD van deze pagina (verberg)

  1. 1. Over 'Keltische' muziek
    1. 1.1 Het 'etiket' van de Keltische muziek
    2. 1.2 Een bruikbare definitie
    3. 1.3 Een voetnoot
    4. 1.4 Wat is traditioneel?
    5. 1.5 Musicologische kenmerken
    6. 1.6 Diaspora
    7. 1.7 'Verkeltisering' en werkliederen
    8. 1.8 De nieuwe vertolking
    9. 1.9 Instrumenten
  2. 2. De oudste kunst
    1. 2.1 Keltische muziek volgens de oude Grieken
    2. 2.2 Bardische kunst
    3. 2.3 Robert Ap Huw manuscript
    4. 2.4 Edward Bunting
  3. 3. Annotaties en bronnen
    1. 3.1 Voetnoten
    2. 3.2 Geraadpleegde bronnen
  4. 4. Aanvullende informatie
    1. 4.1 Www
    2. 4.2 Discografie (van alles wat...)
    3. 4.3 Filmografie

1. Over 'Keltische' muziek

Zoals bij de meeste vormen van muziek, die niet direct binnen het beeld van de conventionele westerse muziek passen, is vaak een aanleiding of 'trigger' nodig, om een bepaalde mate van belangstelling hiervoor te ontwikkelen. Dit geldt zeker voor de stroming, die tegenwoordig met de hedendaagse, doch grove term, 'Keltische folk' of 'Keltische muziek' (Engels: Celtic music of met de term: 'Celtic') wordt aangeduid. De wijze waarop mensen hiermee kennis hebben gemaakt en vervolgens daardoor gecharmeerd van zijn geraakt, kan sterk uiteenlopen. Sommige liefhebbers zijn aanvankelijk enthousiast geraakt door de folkmuziek van Ierland, b.v. populaire Engelstalige Ierse muziek de Dubliners, of misschien wel door bekende tophits van de Ierse pop-band The Corrs en zijn later in aanraking gekomen met de Gaelische liederen uit het Ierse graafschap Donegal. Sommigen hebben traditionele muziek aan den lijve kunnen ondervinden tijdens hun verblijf in Bretagne of Schotland. Anderen hebben misschien, zijdelings, in filmmuziek, ermee kennis gemaakt. Het staat vast dat de muziek uit de populaire showdances Riverdance (componist: Bill Whelan) en Lord of the Dance (componist: Ronan Hardiman), aan het einde van de vorige eeuw, een grote rol hebben gespeeld bij de populariteit van de Ierse muziek. Een flink aantal folkbands, met name die voor een groot deel, een Gaelisch of een daarvan afgeleid repertoire heeft, is door de groeiende aandacht wereldberoemd geworden: The Chieftains, Planxty, Clannad, Altan, Capercaillie, Enya etc.

Vanaf het einde van de 18e eeuw, ten tijde van de romantiek, ontstond op de Britse eilanden een beweging, die de oude Keltische cultuur, hoewel met eigentijdse inzichten, zelfs met verzonnen elementen omarmde. De beweging wordt ook wel 'Celtic Revival' genoemd. Dit was de aanzet om in Ierland, Wales, Schotland, Cornwall en Bretagne, alles op historische en folkloristisch gebied onder de noemer Keltisch onder te brengen. Dat gold niet alleen voor de muziek en dans, maar ook voor de beeldende kunst en literatuur. Zo ontstond in Wales een kunstmatige culturele traditie in de vorm van oprichting (1792) van de Gorsedd of Gorsedd Beirdd Ynys Prydain (The Gorsedd of Bards of the Island of Britain), met nog steeds de jaarlijkse terugkerende festival de 'Eisteddfod'. Deze traditie is ook in Cornwall (Gorseth) en Bretagne (Goursez) overgenomen. In Ierland werd in 1893 de revivalistische organisatie de Gaelische Liga (Gaelic Liege, Conradh na Gaeilge) opgericht.
De eerste belangrijke recente opleving was die van de Ierse muziek (of Ierse 'folk-revival'). Deze vond plaats in de periode rond de 60-er/70-er jaren van de 20e eeuw eeuw. Bekende muziekgroepen uit die tijd zagen het licht, waaronder 'Ceoltóirí Chualann (waarin de beroemde Ierse componist Seán Ó Riada een rol heeft gespeeld. Later ontstond hieruit 'The Chieftains'), 'The Dubliners' (met name Engelstalige Ierse liedjes), Silly Wizard (Schotland), 'Planxty', 'The Bothy Band' en Clannad. Deze ontwikkeling stuwde het ontstaan van latere Ierse en Schotse groepen die vanuit hetzelfde muzikale idioom werkten (waaronder Déanta, Dervish, Altan en Capercaillie). In de jaren 1990 kreeg de populariteit van de Ierse en Schotse muziek een grote duw, waarbij de term 'Keltisch', zeker vanuit commercieel oogpunt weer in de mode kwam. De beroemde Ierse showdances 'Riverdance' (Bill Whelan) en 'Lord of the Dance' (Ronan Hardyman) hebben aan deze ontwikkeling, wereldwijd een grote bijdrage geleverd. Geraakt door de wellevendheid van de muziek en uit respect voor de Ierse cultuur en geschiedenis, wordt door diverse bands ook elders ter wereld, de muziek op verantwoorde wijze gespeeld. Dit geldt niet alleen voor de Europese landen, maar ook daarbuiten, waar muzikanten en groepen, de traditionele speelwijzen weer hebben opgepakt. Naast de diverse muziekbands, ontstonden eveneens buiten de Ierse grenzen, mede vanwege de populariteit van de Ierse showdances, meer Ierse-dansscholen en -groepen, die men tegenwoordig zelfs in Hongarije tegenkomt.

'Keltische muziek' (de door sommigen aangewende uitdrukking, 'Neo-Keltische muziek' heeft binnen deze context geen extra relevante betekenis) is, zoals gezegd, een hedendaagse(!) term, die in de laatste decennia van de vorige eeuw is bedacht en vaker wordt gebruikt. De potentiële of beginnende liefhebber kan echter op het verkeerde been gezet kunnen worden door grove interpretaties van platenmaatschappijen, muziektijdschriften, recensenten etc. In veel gevallen wordt vanuit een commercieel oogmerk, veel muziek op één hoop geschoven, waarbij bijvoorbeeld alle muziek uit Ierland, Wales en Schotland onder één en de dezelfde 'Keltische' noemer wordt geplaatst. De muziek van Ierse popgroep U2, valt nauwelijks onder de noemer van traditionele Ierse folk te plaatsen. Zo kan men de Engelstalige Ierse folk-songs van bijvoorbeeld de The Dubliners of de vertolkingen van de Ierse zangeres Mary Black, onder een algemene noemer van Anglo-Ierse folk plaatsen. Daarentegen verdient traditionele muziek uit de diverse Ierse graafschappen en streken, waar Gaelisch, een Keltische taal, wordt gesproken en dus in zangteksten worden toegepast, de aanduiding Keltisch-Ierse folk. Het is beide gevallen niet altijd de taal die een belangrijke rol speelt, om te herkennen of men met Ierse muziek te maken heeft. Aspecten zoals het muzikale idioom en gebruik van oude ornamentale zangtechnieken (bijvoorbeeld bij de sean nós-zang) drukken eveneens hun stempel hierop.
Daarnaast bestaan er ook nog eens diverse culturele verwevenheden. Toch wil ik de diverse aspecten een rol laten spelen op deze website, hetgeen de reden is dat ik heb gekozen, om deze website te betrekken op de Keltische muziekstijlen, gecombineerd met de daaraan verwante naburige stijlen en vormen. Een mogelijk bruikbare definitie voor wat betreft de Keltische muziekstijlen wordt hierna nog verder besproken.

Voor wat betreft het op 'een hoop vegen', blijkt dit eveneens te gelden voor, o.a. op harp of synthesizers geproduceerde, New Age-muziek. Deze muziek werkt rustgevend, waarmee ze de eigenschappen; meditatief, verheffend en mystiek krijgt toegekend. De begrippen 'Keltisch', 'middeleeuwen', 'mystiek', 'esoterie', 'fantasy', en 'New Age' worden in dit verband, zonder bepaalde kaders aan te geven, in één adem genoemd.

Er zijn meer zaken die vanuit een commerciële invalshoek worden geïnterpreteerd voor wat betreft het etiket 'Keltisch', zonder dat er randvoorwaarden aan vast zitten. Een voorbeeld hiervan is de muziek van Howard Shore voor Peter Jackson's verfilming van J.R.R. Tolkien's The Lord of the Rings.
In zowel het boek, als in de film is de fantasy-wereld van Tolkien doorspekt met Keltische en Germaanse elementen. In muzikaal opzicht wordt dit in de film nog eens extra ondersteund, bijvoorbeeld door de bijdragen van de Ierse groep Enya en de typische dansmuziek, waarin een Iers idioom valt te onderkennen. Mede door het verschijnen van Jackson's film, ontstond een geweldige hype, waarbij men de wereld van Tolkien en andere 'fantasy'-werelden in een mystieke 'Keltisch' milieu, met 'middeleeuwse' trekjes, plaatste. Deze hype impliceert een nieuw romantisch beeld en heeft daarmee in combinatie met het zgn. neodruïdisme, overeenkomsten met de 18e eeuwse keltomanie, een ware rage dat het gevolg van de toenmalige 'Celtic Revival' was (Zie ook: Keltisch erfgoed).

Van te voren wil ik opmerken, dat ik er natuurlijk niets tegen heb, dat het merendeel van het publiek geen belang heeft bij een zuivere definitie voor de 'Keltische muziek'. Tenslotte is het de bedoeling, dat men in de eerste plaats van de muziek geniet! De meer kritische en musicologisch ingestelde luisteraar of musicus, is wel benieuwd hoe bepaalde kaders aangegeven zouden kunnen worden, waarmee Keltische muziek te onderscheiden valt.

1.1 Het 'etiket' van de Keltische muziek

In het spraakgebruik, wordt de term 'Keltische muziek' meestal voor het gemak aangewend, om een onderscheid te maken als zijnde een genre, ten opzichte van andere muziekstromingen. Men stelt in dit geval de term 'Keltisch' feitelijk gelijk aan 'Iers' en/of 'Schots'. Doch, alhoewel de term 'Keltisch' steeds meer in gebruik is, moet wel gezegd worden, dat niet iedereen daar even gelukkig mee is. Velen zien er zelfs de zin niet van in, waaronder b.v. Ierse musici. Veel van hen zijn zelfs van mening dat er geen 'Keltische-muziektraditie' bestaat en spreken dan liever van, kortweg, Ierse-of Schotse muziektraditie. Het woord 'Keltisch' blijkt in dit verband meer een rol te spelen voor de commercie, met name om de muziekverkoop te stimuleren. Daarmee blijkt het legitieme bestaansrecht van de term Keltische muziek een punt van discussie te zijn. De genoemde bezwaren zijn niet de enige redenen, want ook het gebrek aan eenduidigheid van de grote diversiteit aan stijlen in andere Keltisch-sprekende gebieden, geeft redenen genoeg tot controverse.

Daarnaast is er nog een ander punt, omdat de term 'Keltisch', strikt genomen, van zichzelf discutabel is. Het suggereert namelijk dat de huidige muziek, die we 'Keltisch' noemen, op een één of andere manier, direct is afgeleid van die van de oude Kelten, een verzamelnaam van diverse voor-christelijke volkeren in het oude Europa en Klein-Azië, met bepaalde culturele en taalkundige overeenkomsten.
Tot voor kort nam men zondermeer aan, dat een bepaalde groep Kelten rond 500 v.C. vanuit het Europese vasteland, naar de Britse eilanden trokken. Het laatste blijkt tegenwoordig een controversieel onderwerp te zijn, zodat men genoeg aanleiding heeft om meer wetenschappelijk onderzoek te doen. Een deel van de muziek, die we 'Keltisch' noemen is inderdaad aantoonbaar archaïsch, waaraan we een 'Keltisch etiket' kunnen toekennen, doch die feitelijk het product van een cultuur-historische ontwikkeling is, die zich gedurende eeuwen heeft ontwikkeld.
De oudste (bardische) muziek, de zgn. cerdd dant uit Wales, die feitelijk pas in de 17e eeuw op schrift werd gezet, kan deels als 'Keltisch', doch ook deels als Germaans en Noors worden aangemerkt. Ondanks deze relatief late publicatie in de vorm van z.g.n. tabulaturen, is van een groot deel van de composities bewezen, dat deze teruggaan tot in de 14e eeuw. Het is ontegenzeglijk, dat de reconstructies van deze oude muziek heel anders klinken, maar zeker niet minder mooi en esthetisch zijn, dan die we met onze 'continentaal-westerse' oren gewend zijn. (Zie verder op deze pagina: Robert Ap Huw manuscript)

Hoe dan de originele stijlen, die we dan tegenwoordig onder de noemer 'Keltisch' worden geschaard, uiteindelijk zijn ontstaan, is niet bekend. Mede vanwege de traditie van mondelinge/auditieve doorgifte, was het niet de gewoonte om deze te noteren, zodat er veel van de vroege muziek verloren is gegaan. Verder ligt het voor de hand om te veronderstellen, dat de traditionele muziek zelf, het uiteindelijke resultaat van een bewogen cultuurgeschiedenis is. De eerste periode, waarin men, doch mondjesmaat, voor het eerst de muziek van 'het volk' noteerde, gaat echter niet verder terug dan de 17e eeuw! John Playford (1623-1688) publiceerde in 1651 de eerst collectie aan deunen en choreografiën, onder de titel The English Dancing Master. In deze collectie is een aantal Ierse, Schotse en Welshe dansen opgenomen, die destijds bij de Engelse bourgeoisie bekend was. Het eerste gepubliceerde werk met traditionele Ierse muziek was A Collection of the Most Celebrated Irish Tunes Proper for the Violin, German Flute or Hautboy (1724; John & William Neal, Dublin). Deze uitgave, wordt als bewijs uit eerste hand beschouwd van de traditionele (stedelijke) Ierse muziekbeoefening (Carolan, 2010).

Het mag in ieder geval duidelijk zijn, dat voor rechtvaardiging voor het gebruik van de term 'Keltisch muziek', men dit niet louter mag betrekken op de traditionele muziek van Ierland of Schotland, doch ook op andere gebieden die men in het algemeen als 'Keltisch-sprekend' aanmerkt. Dit heeft betrekking op andere delen van het Verenigd Koninkrijk: Wales, Eiland Man en Cornwall, maar eveneens het meest westelijke puntje van Frankrijk: (Basse-)Bretagne. Hoewel dit niet door iedereen wordt ondersteund, laat men dit ook gelden voor het noordwestelijke deel van Spanje: Galicië en Asturië, door sommige auteurs aangeduid met Keltisch Iberië ( 'Celtic Iberia' ) (Cronshaw, 2001). In plaats van de term 'Keltische muziek' te gebruiken, zou het eigenlijk beter zijn om 'Keltische muziekstijlen' te gebruiken, ware het niet dat de uitdrukking 'Keltische muziek' gemakkelijk in het gebruik is. Daarom zal ik beide termen op deze website naast elkaar gebruiken, waarmee men dus rekening dient te houden, dat de term 'Keltische muziek' geen betrekking heeft op een specifiek genre, maar op een verzameling aan diverse stijlen. Hierover straks meer.

1.2 Een bruikbare definitie

In het voorgaande is de term 'Keltische muziek', met het oog op controverse, zijn legitimiteit bediscusieerd. We kunnen in ieder geval vaststellen dat de term 'Keltische muziek' op zich, geen benaming kán zijn van een specifiek genre en als we die term toch willen handhaven, kunnen we deze louter betrekken op een totale verzameling van diverse genres en stijlen van diverse culturen. Deze paragraaf bespreekt een voorstel, als een mogelijk antwoord op de vraag hoe de term 'Keltische muziek' dan op een of andere manier, vanuit een etno-musicologisch standpunt gedefinieerd kan worden. Belangrijk is, om een gemene deler hierin te onderkennen. We kunnen hierbij gebruik maken van een equivalent van een reeds bestaande definitie, die voor de term 'Keltische gebieden' wordt aangewend: de streken of naties alwaar een Keltische taal wordt, of in een recent verleden, werd gesproken. Het laatste is voorgesteld door de Engelse middeleeuwen-historicus Dr. John Haywood, (Haywood, 2001). Gelijkwaardig hieraan zou dan een definitie voor Keltische muziek kunnen gelden: de muziek, die in de Keltisch-sprekende gebieden is ontstaan en wordt vertolkt. Maar hoe zit het dan met de gebieden, waar men zich, alhoewel discutabel, een Keltische identiteit aanmeet en waar geen Keltische taal wordt gesproken? Als men deze gebieden (doelend op de noord-Spaanse gebieden Galicië en Asturië) hierin per se wil betrekken, zal men in dat geval een nuancering moeten aanbrengen, dat niet ten koste van de consistentie mag gaan. Om het geheel toch in een context te plaatsen, zou in ieder geval de volgende definitie dan bruikbaar kunnen zijn:

De term 'Keltische muziek', is een moderne benaming voor de verzameling aan muzikale genres en stijlen van de traditionele zang- en instrumentale speelwijze uit landen en regio's, alwaar een Keltische taal wordt, of recentelijk werd gesproken en waar een Keltische identiteit wordt beleefd.

Sebastian Munster (1550). Kaart van de Britse eilanden en Keltische regionen. Vermeld zijn: Hibernia (Ierland), Wallia (Wales), Cornwall, Anglia (Engeland), Scotia (Schotland). Het eiland Man staat wel op de kaart maar is niet vermeld.
(Gevonden op: www.bbc.co.uk)

De Keltische talen van deze regio's, ook wel populair, 'Celtic Nations' genoemd, kunnen als volgt worden ingedeeld:

De landen en regio's, alwaar een Keltische taal wordt besproken en/of een Keltische identiteit wordt beleefd.

Met de bovengenoemde definitie is dus geen rekening gehouden met andere taal- en cultuurinvloeden. Een voorbeeld hiervan is het Engels in de Ierse en Schotse folksongs of het overnemen van bepaalde (dans)muziek van de ene cultuur naar de andere. Desondanks blijft het Ierse of Schotse muzikale idioom, grotendeels in stand. We spreken dan in dit verband van Anglo-Ierse, resp. Anglo-Schotse muziek. Met dit laatse komen we op het terrein van de naburige stijlen, dat in diverse andere artikelen op deze website wordt besproken.
Lees in eerste instantie, ter introductie, het korte artikel hierover in dit hoofdstuk: Naburige muziek van de Keltische gebieden

Door velen, worden de noord-Spaanse regio's Galicië en Asturië, vanwege culturele redenen, tot de Keltische gebieden gerekend. Beide gebieden (inclusief een klein gebiedje in Noord-Portugal) hebben een eigen volkstaal, die overigens niet Keltisch is, maar verwant is aan het Portugees. Ondanks dat er een Keltische taal ontbreekt, leeft bij de Galiciërs en Asturiërs een sterke Keltische identiteitsbeleving. Het is echter naast taalkundige, alsmede muziek- en poëzie-historische redenen legitiem om de muziek uit deze gebieden niet binnen de definitie te laten vallen, zodat het meer voor de hand ligt om deze muziek te classificeren als naburig. Zie: Naburige volkmuziek (Muziek uit Galicië en Asturië).

We maken op basis van het bovenstaande gebruik van de volgende indeling van de Keltische traditionele muziekstijlen:

Er is, voor wat betreft de Britse Eilanden en Bretagne, een aantal vocale en instrumentale vormen en stijlen aan te geven, die beschouwd kunnen worden als inheems, waar een band met een Keltische taal met zekerheid aanwezig is. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat een deel van de onderstaande termen niet allemaal oud zijn. Sommigen zijn pas voor het eerst vanaf de 19e - 20e eeuw in dit verband genoemd!:

Vocaal (poëzie en muziek zijn gerelateerd):

Instrumentaal:

1.3 Een voetnoot

Voor de val van het Romeinse rijk werd Frankrijk bewoond door de Galliërs, Keltische volkeren die in verschillende stammen door het gehele land verspreid waren. Rond deze periode waren deze volkeren reeds door de Romeinen geassimileerd, waarbij het Latijn de nieuwe voertaal werd, dat zich uiteindelijk tot het Frans heeft ontwikkeld.
De historicus en linguïst, Alexei Kondratiev refereert naar Auvergne, het berggebied van zuidelijk-centraal Frankrijk, waar een identiteit heerst dat terug gaat naar de tijd van de Arverni, de Gallische stam waartoe ook Vercingetorix behoorde. Veel van de volkscultuur is volgens hem te herleiden naar duidelijke Gallo-Romaanse wortels. Er bestaat daar eveneens een prominente doedelzaktraditie. Kondratiev schaart, mede omdat in dit gebied geen Keltische taal wordt gesproken, deze 'Keltische identiteit', volledig gelijk aan die van het noord-Spaanse Galicië(!). Een andere folklore waaraan een Gallo-Romaanse oorsprong is toegeschreven is een zwaarddans met de naam Bacchu-ber van Pont-de-Cervières (Briançon, Provence-Alpes-Côte d'Azur) (Kondratiev, 2005)
Dan reist de vraag waarom zich in Ierland, Schotland, Wales, Cornwall, Bretagne en Galicië, een 'Keltische revival' heeft plaatsgevonden en in de rest van Frankrijk niet? Het feit dat zich vanaf de 18e eeuw een Keltische revival heeft voorgedaan blijkt voor een deel duidelijke historische gronden te hebben, doch een ander deel is ontsproten uit fantasieën en verzinsels om daarmee aan de behoefte van een eigen nationale identiteit van de verschillende bevolkingsgroepen, te voldoen. Ierland, Wales en Schotland die zich afzetten tegen de Engelse overheersing. Bretagne, die zich als een specifieke bevolkingsgroep kenmerkt met een eigen zelfstandige cultuur ten opzichte van de rest van Frankrijk en tot slot Galicië, die zich als een kenmerkend volk ten opzichte van de rest van Spanje beschouwt. (Voor meer informatie zie: Keltisch erfgoed en traditionele gebruiken)

1.4 Wat is traditioneel?

Turlough O'Carolan. Schilderij van Francis Bindon (c.1690-1765).
(Dublin, National Gallery of Ireland)

Menig keer wordt binnen het kader van volksmuziek, -dans, -literatuur, de term traditioneel gebruikt. Dit verdient een nadere omschrijving. Traditionele muziek wil zeggen dat de betreffende kunstvormen gedurende lange tijd, zelfs generaties lang, is uitgewisseld en veranderd, doch met behoud van muzikale structuren, ornamentiek, instrumentale vaardigheden, harmonische elementen, vocale technieken etc. doch met een vrijheid tot het bewust of onbewust arrangeren, zonder dat er enige vorm van schriftelijke notatie wordt gebruikt ('folk-transmission'). Belangrijk in dit verband, is het behoud van de zgn. regionale stijlen en technieken, die kenmerkend zijn voor een bepaalde dorp, stad, streek of land. Mondelinge doorgifte van kennis, muziek en poëzie was tevens de favoriete handelswijze van oude Keltische dichters en musici van zo'n 2000 jaar geleden tot in de middeleeuwen: de barden en filidh. Helaas was dit juist de belangrijkste reden, dat het grootste deel van deze oude kunst verloren is gegaan. De 'mond tot mond'-praktijk, is nog steeds in gebruik, hoewel er tegenwoordig nauwelijks nog muziek en dansvormen bestaan, die niet op één of andere manier zijn genoteerd of op geluids- en beelddragers zijn vastgelegd. Voorbeelden van mondelinge doorgifte kan zijn, uitwisseling tijdens muzikale bijeenkomsten, b.v. muzieksessies, waar muzikanten elkaar diverse instrumentale deunen leren. Of het doorgeven van de muziek in de relatie leraar-leerling. Van veel traditionele muziek is de naam van de componist en tekstdichter verloren gegaan, hoewel er wel degelijk traditionele muziek bestaat, waarvan de componist wel bekend is, ook van recente werken. Uiteindelijk worden deze werken wederom door veel muzikanten uitgewisseld, doorgegeven en (wel of niet onbewust) bewerkt, waarmee zij via het proces van 'folk transmission' in het traditionele circuit worden opgenomen.

Er is geen scherpe grens te trekken tussen volks(folk)- en kunstmuziek. Eveneens is het niet mogelijk om aan beide een eenduidige definitie te koppelen, waarmee ze van elkaar zijn te onderscheiden. Piobaireachd (letterlijk: het 'spelen van de pipes') is de naam van een kunstvorm die vanaf de 16e eeuw in Schotland is ontwikkeld voor de Great Highland Bagpipe. Deze muziek is minutieus uitgewerkt, doch kan zondermeer tot de Schotse muziektraditie worden gerekend (noot 3), daar deze aanvankelijk mondeling werd doorgegeven. Dit geldt ook voor de middeleeuwse bardische snaarmuziek van Wales, cerdd dant ('kunst der snaren' of 'snaarmuziek'), een muzikale kunstvorm die feitelijk in kringen met een hoge sociale status werd beoefend en eveneens door middel van mond-tot-mond-traditie werd overgeleverd.
Dat kunstmuziek een belangrijke bron kan zijn, blijkt uit de diverse arrangementen van het werk van de Ierse harpist en componist Turlough O'Carolan (1670-1738). O'Carolan werd sterk beïnvloed door de Italiaanse barok, terwijl zijn compositiestijl voor de harp, primair werd bepaald door traditionele Gaelisch-Keltische kenmerken. Het is in ieder geval een feit, dat vooral vanaf de 70-er jaren van de vorige eeuw, de muziek van O'Carolan, alsmede die van andere oude Ierse componisten, een voorname rol in de Ierse folktraditie heeft verworven.

1.5 Musicologische kenmerken

De volksmuziekuitingen in Bretagne en Galicië zijn wezenlijk anders dan de Ierse, Schotse of Welshe muziek, terwijl Ierland en Schotland historisch, taalkundig en muzikaal sterk met elkaar zijn verweven. Iedere etnische stijl heeft zijn eigen specifieke traditionele kenmerken: Wales profileert zich, naast de eigen traditionele muziek, met de oude bardische cultuur van poëzie en muziek, waarbij de harp ('telyn'), evenals in Ierland en Schotland, vanuit historische oogpunt, een belangrijk instrument is gebleken.
De stijl van de traditionele melodieën is voor de verschillende regio's, herkenbaar en meestal omlijst met veel versieringen en variaties.

Het onderstaande overzicht toont enkele musicologische typeringen.

Bij vertolking van Ierse of Schotse instrumentale muziek tijdens muzieksessies was en is het gebruikelijk, dat alle aanwezige instrumenten dezelfde melodie spelen als een vorm heterofonie, waarin iedere muzikant zijn individuele interpretatie kan botvieren. De melodie kan ritmisch worden ondersteund door een slaginstrument (b.v. bodhrán), of worden begeleid door het constante geluid van een drone (bourdon), zoals bij de muziek van een doedelzak of uilleann pipes. Tijdens een sessie is tegenwoordig soms een begeleidingsinstrument, zoals bijvoorbeeld een gitaar of begeleidende accordeon toegestaan, hoewel in principe geen absolute noodzaak van begeleiding aanwezig is! Toch heeft zich in de loop van de 19e en 20e eeuw, een ontwikkeling voorgedaan, waarin men naar voorbeeld van de continentale functionele harmonie, de muziek van een akkoordenbegeleiding te voorzien.
Kennelijk valt er vanuit muziekhistorische oogpunt, een oude tweedeling te onderkennen. Enerzijds de traditionele, voornamelijk 'melodie-gerichte', horizontale rurale traditionele volksmuziek en anderzijds de, reeds in de middeleeuwen beschreven insulaire vocale en instrumentale harmonie van Wales, Schotland en Ierland. De uitvoering van deze harmonie is beschreven door Giraldus Cambrensis, ca. 1146 – ca. 1223 in zijn Descriptio Kambriae (Beschrijving van Wales) en Topographica Hibernica (Topografie van Ierland). Hetgeen word bevestigd aan de hand van de middeleeuwse professionele bardische snaarmuziek (cerdd dant) van Wales. Die reeds in een zeer vroeg stadium in de muziekgeschiedenis, onafhankelijk van het continentale Europa, een gedegen vorm van 'niet-westerse', harmonie ontwikkelde. Deze seculaire vorm van musiceren, kwam in de loop van de 17e eeuw, sterk in verval. Zie: Bardische kunst.

Prentbriefkaart ca. 1900. 'The OULD IRISH JIG'
(Lawrence Publisher, Dublin, Ireland)

1.6 Diaspora

De fiddler Edwin Hammons (1874 -1955) uit West-Virginia naast een onbekende banjospeler.
(Gevonden op: Old time fiddlers - Hall of Fame)

In de loop van de laatste eeuwen heeft er een wereldwijde verspreiding plaatsgevonden van de Ierse en Schotse muziek. Deze vond vooral plaats naar de Verenigde Staten van Amerika, Australië, Nieuw Zeeland en Canada. Door de immigratie van 18e eeuwse kolonisten, waaronder Ieren en Schotten, naar het gebied van het Appalachen-gebergte in de Verenigde Staten, ontstond een smeltkroes van allerlei Europese culturen. De traditionele Appalachian muziek is sterk gebaseerd op de Anglo-Keltische folk-ballads en instrumentale dansdeun en. De verschillende Appalachian muziekvormen zijn heden ten dage erg populair, zoals de old-time countrymuziek, bluegrass en gospel. De muziek van Cape Breton, Nova Scotia en Prince Edward Island (Oost-Canada) heeft veel van de traditionele Schotse speelstijl behouden, hetzij doorspekt met Ierse en Franse invloeden.

1.7 'Verkeltisering' en werkliederen

Muzikanten die traditionele muziek vertolken, laten zich niet beperken tot het land of de streek waar zij zelf vandaan komen. Zij spelen of zingen vaak ook dansdeunen en liederen uit een andere regio. Ierse fiddlers (fiddle = viool) en bands, die speelstijlen vertolken uit verschillende Ierse Counties (Donegal, Galway etc), maar ook Schotse muzikanten die voor een deel muziek uit Ierland gebruiken en andersom. Ook muzikanten uit Bretagne en Galicië spelen Ierse en Schotse jigs en reels of vertolken een Ierse of Schotse stijl.

Niet alle traditionele muziekvormen die in de 'Keltische regio's' voor komen, zijn van oorsprong daar ontstaan. Er is een flink aantal dansvormen elders uit Europa 'verkeltiseerd'. Denk maar eens aan de polka, een dans die is ontstaan in Bohemen. Deze is populair geworden in de Ierse Counties Kerry en Cork. Een soortgelijk voorbeeld is de mazurka, een uit Polen afkomstig dansvorm, die zich evenals de polka in heel West-Europa bekend is geworden.

Zeelieden aan het werk.
(Gevonden op: The Songs of the French Sailors)

Er bestaan ook werkliederen, zoals waulking songs (walking songs) (Schots, Hebriden), van oorprong gezongen door vrouwen op het ritme van het slaan van wol of stof, bij het ontdoen van vuil en vettigheid tijdens het verwerkingsproces. Shanties (meervoud van: shanty) zijn werkliederen uit de scheepvaart, toen de grote zeilschepen nog met rechthoekige zeilen waren uitgerust. De shanties zijn van zeelieden van verschillende nationaliteiten, waaronder ook die uit de Keltische regionen, zoals Ieren en Schotten.

1.8 De nieuwe vertolking

Er zijn hedendaagse muzikanten die zich laten verleiden tot het gebruik van niet-Keltische invloeden. Elementen van de jazz, rock, blues en klassieke muziek worden de laatste tijd veel toegepast. Men kan hierover verschillende opvattingen en gevoelens bij hebben. De één vindt deze ontwikkeling verruimend en vooruitstrevend. Terwijl, aan de andere kant van het spectrum, de meest traditioneel ingestelde liefhebbers van Keltische muziek bij bepaalde ontwikkelingen, meer de neiging hebben om een minder positief te reageren. De interventie van andere muziekstijlen kan op den duur een verdere vervaging veroorzaken tussen de 'Keltische' en niet-'Keltische' muziekstromingen.

Toepassing van onregelmatige maatsoorten, die gebruikelijk zijn in de dansmuziek van Zuidoost-Europa, worden tegenwoordig niet geschuwd (Smeceno Horo, een Bulgaarse dans, Planxty, 1979)(The Butterfly, een bewerking van de slip-jig van Tommy Pots, Orison, 1999). Een ander recent product is van Bill Whelan is die van Andy Irvine en Davey Spillane (Eastwind, 1996), dat is gespeend van een Hongaarse invloed. Een andere ontwikkeling is de toepassing van diverse Afrikaanse ritmes, gecombineerd met een Ierse stijl (Afro Celt Sound System, 1996).

De Ierse muziek wint steeds meer aan populariteit in de rest van de wereld. Bekende voorbeelden hiervan zijn, zoals eerder genoemd, de meesterwerken van Bill Whelan (Riverdance) en die van Ronan Hardiman (Lord of the Dance). Het blijkt de laatste jaren dat songwriters en componisten zich laten inspireren door de Gaelische stijl (b.v. filmmuziek van de 'Titanic'). Niet te vergeten de hedendaagse traditionele Ierse en Schotse muziekgroepen, die muziek met een eigen kenmerkend karakter ten gehore brengen. Denk daarbij maar aan bands zoals Clannad, Enya en Capercaillie. Sommigen met een uitgesproken 'rock-achtige' manier van spelen.
Vanwege de popularisering, beginnen eveneens artiesten en bands uit Wales (Kilbride), Bretagne (Alan Stivell, Dan Ar Braz, Tri Yann)en Galicië (Susana Seivane, Carlos Núñes) zich te profileren. Zij veroverden hun eigen kenmerkende plaats in de 'Keltische muziek' muziek, die tot op de dag van vandaag, vooral door de Ierse en Schotse muziektraditie wordt gedomineerd.

1.9 Instrumenten

Belangrijke traditionele instrumenten in de Gaelische muziek zijn de Keltische (Gaelische) harp, flute (dwarsfluit), de tin- of penny-whistle, uilleann pipes (Eng. uitspr. 'IL-len-pipes'), concertina (kleine zeshoekige trekzak), fiddle (viool) en de bodhrán (Eng.: uitspr. 'BOW-rahn', een Ierse lijsttrom). De pipes (doedelzak), fluit en de fiddle zijn sinds mensheugenis als traditionele instrumenten door heel Europa verspreid. Van de doedelzak (pipes) zijn diverse uitvoeringen in alle Keltische regio's bekend: uilleann pipes (Ierland), Great Highland Bagpipes (GHB, Schotland), Welsh pipes (Wales), Cornish pipes (Cornwall), biniou, veuze (Bretagne) en gaita (Galicië en Asturië). Sinds enkele decennia is de nieuwkomer de Ierse bouzouki, naar het gelijknamige Griekse snaarinstrument, razend populair geworden bij de huidige vertolkers van Ierse traditionele muziek. Vroeg in de 20e eeuw, zijn ook de gitaar, mandoline (uit Italië) en de banjo (uit de VS) in de Ierse muziek in gebruik geraakt. De diversiteit aan instrumenten van de verschillende Keltische regio's wordt elders nog uitgebreid besproken.

2. De oudste kunst

2.1 Keltische muziek volgens de oude Grieken

De oudste melding van muzikale aktiviteit van de Kelten is oud-Grieks. Hecataeus van Miletus (ca. 550 v.C – ca. 476 v.C), de Griekse filosoof en geograficus werd door de Griekse historicus Diodorus Siculus (ca. 90 v.C.– ca. 30 v.C.) geciteerd, waarin voor het eerst het woord Kelt (Κελτοι, Keltoi), werd benoemd en een beschrijving van de Ierse Kelten van 500 v.C., die 'liederen zongen ter ere van Apollo', terwijl zij melodieus de harp bespeelden. De Galaten (een Keltische stam in Anatolië (278 v.C. - 400 n.C.), in het centrum van het huidige Turkije), die tijdens het leven van St. Hiëronimus, Keltisch spraken, 'zongen zoet'. (Flood, 1905). De traditie van het zingen onder de begeleiding van een harpachtig instrument, werd reeds voor onze jaartelling uitgeoefend. Hetgeen blijkt uit de optekeningen van Diodorus Siculus over de Gallische volkeren:

"Tussen hen bevinden zich eveneens lyrische dichters, die zij Barden noemen. Deze lieden zingen bij de begeleiding van instrumenten, die op lieren lijken, en hun liederen kunnen zowel over eer als laster handelen. Filosofen, zoals wij ze zo zouden noemen en lieden, die religieuze zaken hebben gestudeerd, worden door hen buitengewoon geëerd en worden door hen Druïden genoemd."

2.2 Bardische kunst

Een crwth, of strijklier

Tijdens de middeleeuwen, waren behoorden de barden tot de eliteklasse van de professionele toonkunstenaars en dichters. Zij bezongen de Keltische helden en heroïsche gebeurtenissen. Via hen werd de muziek, gedichten en verhalen mondeling doorgegeven aan de volgende generaties. Het muziekinstrument van de bard, was voornamelijk de harp en crwth (Wales, spreek uit als in het Engels: 'crooth', een lierachtig middeleeuws strijkinstrument). Deze cerdd dant ('kunst der snaren') was aan de dichtkunst cerdd dafod ('kunst der spraak') verbonden. De traditie van de cerdd dant en cerdd dafod, omvat een tijdsperiode vanaf de middeleeuwen tot aan het begin van de 17e eeuw. In Ierland kende men ook een middeleeuwse bardische traditie, die tot het einde van de 18e eeuw duurde, waarin de filid (dichter) een belangrijke functie vervulde. Een duidelijke rol was weggelegd voor de reacaire (reciteerder) en de harpist. De Ierse meester had de titel ollamh, zijn Welshe tegenhanger heette pencerdd of athro. De Welshe tegenhanger van de Ierse reacaire, heette datgeiniad. Zie: Bardische kunst en De Keltische harptraditie

Houtsnede van John Derricke, 1582, Image of Ireland: MacSweyne dineert bij het reciteren van de bard.

2.3 Robert Ap Huw manuscript

Er is slechts een tweetal manuscripten bekend, waarin muzieknotaties (zgn. tabulaturen) voor de cerdd dant zijn vastgelegd. De belangrijkste van deze manuscripten staat bekend als het Robert ap Huw-manuscript (London British Library) (Lbl Addl MS 14905), het andere manuscript (Lbl Addl MS 14970) is een kleine verzameling van de dichter en antiquair Edward Williams (1746-1826), die beter bekend staat onder zijn 'bard'-naam Iolo Morganwg. Zie: Keltisch erfgoed. De voertaal van deze manuscripten is Welsh.

>
Een fragment van een harptabulatuur uit het Robert ap Huw manuscript.
(Facsimile: The Robert ap Huw manuscript (Lbl Addl. MS 14905, voorheen: B.M. Addl. MS 14905))

Robert ap Huw (ca. 1580–1665), was harpist en dichter aan het hof van James I. Het manuscript met zijn naam verscheen in 1613. Naast diverse laat-middeleeuwse werken, voegde hij tevens materiaal toe dat hij had overgeschreven uit een boek van Wiliam Penlynn, een 16e eeuwse harpist. Het manuscript werd in de 18e eeuw eigendom van Welsh antiquair Lewis Morris, die eveneens extra informatie eraan toevoegde. Het is één van de bestaande manuscripten, dat herkenbare elementen bevat met betrekking tot de oorspronkelijke 11e eeuwse regelgeving van Gruffudd ap Cynan (Statuut van Gruffud ap Cynan), Prins van Wales in ca. AD 1100. Deze wetten waren zowel in Wales als in Ierland afgekondigd en voorzagen in strenge voorschriften voor inzake de sociale status, dichtkunst en muziekspel van de barden.

Het manuscript van Edward Williams bevat harptabulaturen, die zeer veel lijken op die in het ap Huw manuscript en waarschijnlijk dezelfde bron hebben. Deze manuscripten zijn zowel in muziekhistorisch als musicologisch opzicht, van onschatbare waarde en zijn nog steeds een bron van intensief onderzoek.

Iolo Morganwg (Edward Williams) (1747–1826)

Tegenwoordig is men in staat geweest om betrouwbare reconstructies van deze oude muziek te maken. Die geschikt is voor zowel de middeleeuwse harp als crwth (Spreek op z'n Engels uit als: crooth). De laatste is een liervormig instrument, vooral bekend in Wales). Deze, feitelijk bardische kunstmuziek lijkt niet op hetgeen, dat we tegenwoordig 'Keltische' volksmuziek noemen, maar er zijn wel enkele overeenkomsten te duiden, die te maken met zowel metrum en ritmiek, als de reeds hiervoor genoemde term 'double tonic'.
Vaste patronen van opeenvolgende twee- en drieklanken, zorgden voor een metrische basisstructuur, blijkens oude manuscripten en de tabulaturen van de cerdd dant, zoals deze zijn aangetroffen in de manuscripten van Robert ap Huw en Iolo Morganwg.
Veel baanbrekend en betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek naar cerdd dant is uitgevoerd door Paul Whittaker (Universiteit van Bangor, Wales), Peter Greenhill en Paul Dooley.

Uitvoeringen van deze oude muziek, maar waarvan de reconstructies ondertussen sterk zijn verouderd, zijn vertolkt door: Mabel Dolmetsch (naar Arnold Dolmetsch), Alan Stivell, Ann Heymann, William Taylor, Bragod. De meest recente en betrouwbare reconstructies worden gespeeld door de Ierse harpist Paul Dooley op de clairseach. Zie voor meer uitgebreide achtergronden, inzake de recente studies naar cerdd dant, in het hoofdstuk: Vormen en Technieken: cerdd dant

2.4 Edward Bunting

Edward Bunting (1773-1843).

Van groot musicologisch belang is het verzamelwerk van Edward Bunting (1773-1843) (Zie ook: De Keltische harptraditie), die als levenswerk veel oude tot zeer oude Ierse muziek voor de clairseagh (Gaelisch-Keltische) harp heeft opgetekend. Hoewel er geen duidelijke datering bekend is of dat er enig muziekhistorisch bewijs bestaat, wordt de oudste muziek uit zijn verzameling door Bunting zelf, als zeer antiek aangemerkt. Hij schrijft zelfs enkele muziekstukken toe aan de tijd van Ossianus (Ossian of Oìsin), een semi-legendarische Gaelische en in de 18e eeuw geromantiseerde bard uit de vroege middeleeuwen.

De oorspronkelijke clairseagh had metalen snaren (goud, messing, zilver of brons) en werd met de vingernagels bespeeld. De Amerikaanse harpiste Ann Heymann, heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld bij de herleving van de muziek voor dit instrument (Ann Heymann, 2006). Dit geldt met name geldt voor haar onderzoek naar de technische uitvoering en interpretatie van de oude Ierse harpmuziek.

3. Annotaties en bronnen

3.1 Voetnoten

  1. De laatste persoon die het Kernwek als moedertaal sprak stierf in 1891 en die van het Manx in 1970.
  2. De Gaeltachtaí (meervoud van Gaeltacht). De regio's in Ierland waar de Iers-Gaelisch primair wordt gesproken. De omvang van de deze gebieden is met de tijd zienderogen afgenomen, zoals blijkt uit nevenstaande overzichtskaartje. De rode gebieden geven de huidige Gaeltachtí aan.De geografische verdeling van de Gaelisch sprekende inwoners van Schotland in 2001
    (From Wikipedia, the free encyclopedia. This image is licensed under the terms of the GNU Free Documentation License, Version 1.2 or any later version)
  3. Dit onderwerp wordt op een uitgebreide en deskundige wijze uitgewerkt door Matthew Gelbart in zijn boek The Invention of 'Folk Music' and 'Art Music'. (Gelbart, 2007)

3.2 Geraadpleegde bronnen

Literatuur

Www:

4. Aanvullende informatie

4.1 Www

4.2 Discografie (van alles wat...)

Ierland:

Schotland:

Bretagne:

Galicië:

Wales:

New-Age in Keltische stijl:

Showdance-muziek:

Gaelisch-séan nos:

O'Carolan:

Oude muziek:

4.3 Filmografie