Musicologie van de Keltische en naburige stijlen
[Home][Info][Introductie][Cultuurhistorische onderwerpen][Dans en danshistorie][Vorm, technieken en idioom][Toonsystematiek][Akkoordenleer][Harmonie][Extra]

[Home][Auteur: Ben Dijkhuis][Laatste update: 31-12-2017][Hoofdstuk: Introductie][Gebruiksvoorwaarden]

Naburige muziek van de Keltisch-sprekende gebieden en Galicië

INHOUD van deze pagina (verberg)

  1. 1. Definities
  2. 2. Inleiding
  3. 3. Migratie van melodietypen
  4. 4. Galicische muziek
  5. 5. De regio's
  6. 6. Annotaties en bronnen
    1. 7.1 Geraadpleegde bronnen

1. Definities

2. Inleiding

Met naburige muziek bedoel ik muziek in en om de Keltische gebieden die niet geheel onder de definitie en kenmerken van 'Keltische muziek' vallen (taal, muzikaal idioom, melodische en harmonische kenmerken). Tengevolge van diverse historische cultuurverstrengelingen is het onmogelijk om aspecten van Keltische muziek binnen absolute afgebakende grenzen te beschouwen.

Ierland, Wales en Schotland hebben een zeer roerige geschiedenis, waarin veel invasies, waaronder die van de Noorse en Deense vikingen en de Anglo-Normandiërs en de daarop volgende assimilaties onder de Engelse heerschappij een grote rol hebben gespeeld. Reeds vóór het jaar 800, begon mogelijk de invasie van de vikingen met de inlijving van de Orkney- en Shetlandeilanden. In de eerste helft van de 9e eeuw vielen de Noren Ierland binnen. Alhoewel het jaar 1014 wordt aangehaald als het einde van de tijd van Noorse vikingen in Ierland, heeft men geen moeite gedaan om ze uit Ierland te verjagen. De Ierse koningen zagen diverse voordelen die zijn boden en profiteerden van de belasting de zijn betaalden om hun onafhankelijkheid te behouden. Rond de 12e eeuw werd de Anglo-Normandische invloed in Schotland uitgebreid, terwijl gedurende dezelfde periode de eerste Anglo-Normandische inval in Ierland plaatsvond (in 1166). In 1284 werd aan Wales de Engelse wetgeving opgelegd. Het mag duidelijk zijn, dat sinds de eeuwen die daarna verstreken, in Ierland, Wales en Schotland een ware smeltkroes van de Keltische, Noorse en Engelse volkscultuur, was gevormd. Dit geldt zeker ook voor de muziek en literatuur. In dit verband is het niet verrassend dat men in Ierland, vanwege dit cultureel-historisch gegeven op de achtergrond, vaak de voorkeur geeft aan term 'Ierse muziek' boven 'Keltische muziek'.

Men ontkomt er dus niet aan om eveneens terloops aandacht te schenken aan om de diversiteit aan kenmerken van de traditionele muziek, die in een regio of land wordt beoefend. Een voorbeeld is de Ierse muziek. We kennen de Iers-Gaelische muziek, waarvan de diverse kenmerken reeds zijn omschreven (Zie: Introductie: Wat is Keltische muziek?). Naast de Gaelische liederen, bestaan in Ierland eveneens Engelstalige liederen. Hoewel in de muziek zelf wel degelijk 'Gaelische' idiomatische kenmerken aanwezig kunnen zijn. Zo is het interessant om te weten dat Engelse folk, vaak dezelfde toonsoortkenmerken bezit. Breatnach (Breathnach, 1996) onderscheidt de Ierse volksmuziek in het Engels grofweg in twee groepen:

De eerste groep werd in Ierland, tijdens de 17e eeuw, door de Engelsen en Schotten die zich in Ierland vestigden, ingevoerd. Maar ook door Ieren die gedurende de laatste twee eeuwen tussen Engeland en Ierland heen en weer reisden. De tweede groep zijn de liederen, door Ieren geschreven, die het Engels als moedertaal hebben. De wereldberoemde Ierse folkgroep 'The Dubliners' is een duidelijk voorbeeld van vertolkers van voornamelijk populaire Engelstalige Ierse liederen, terwijl door bands uit de Gaeltacht (An Gaeltacht), de Gaelisch sprekende streken, de liederen in de inheemse taal worden uitgevoerd. Voorbeelden van de laatste zijn de vertolkingen van eveneens populaire bands, zoals 'Clannad' en 'Altan' uit het noordwestelijke Ierse graafschap (County) Donegal. Anderzijds is in beide gevallen, sprake van het behoud van het muzikaal idioom, dat wil zeggen de karakteristieke kenmerkende Ierse melodiestijlen.

Zie meer over dit onderwerp in het artikel van hoofdstuk: Vormen en Technieken:

De traditionele Engelse volksmuziek zelf, is eveneens niet los te zien van de muziek van de omliggende gebieden. Engeland is immers zelf het uiteindelijke, historische product van verschillende opeenvolgende culturen: Kelten (Britonen, Picten), Germanen (Angelen en Saksen), Normandiërs (Fransen) en vikingen (Denen). Anderzijds zijn er diverse elementen van de Engelse countrydance-traditie overgenomen door de Schotten en Ieren, terwijl de dansvormen in Frankrijk werden toegepast onder de naam contredance.
De cultuur van de Schotse eilandengroepen; de Hebriden, Orkney- en Shetland Eilanden hebben, naast Keltische, eveneens sterke Scandinavisiche invloeden, vanwege de eeuwenlange bezetting van de Noorse Vikingen. Soortgelijk invloeden vinden we eveneens terug op het Eiland Man.

3. Migratie van melodietypen

Met het hoofdstuk Dans en danshistorie, bespreek ik uitgebreid diverse aspecten inzake de verschillende dansvormen, alwaar onderliggende verbanden aan de orde komen, waarbij niet alleen de dans en muziek van Keltische gebieden betrokken zijn, maar ook die van de regio's daaromheen. Zo is de invloedrijke rol van Engeland en Frankrijk niet te onderschatten.
Interessant is de migratie van dansvormen en -deunen van de ene regio naar de andere. Zo is de hornpipe die binnen de traditionele muziek van Ierland is opgenomen, een dansdeun die van oorsprong uit Engeland afkomstig is. De reel, die tegenwoordig eveneens wordt gezien als een typische Ierse of Schotse dans, heeft in werkelijkheid zijn wortels in de Schotse Highlands. De jig is een populaire traditionele melodievorm die over het gehele gebied van de Britse Eilanden is verspreid. De Engelse jig heeft in Frankrijk, Italië en Duitsland, tijdens de barokperiode, een afgeleide gekregen: de gigue als een onderdeel van een suite.

Een aantal dansvormen, -melodieën of -deunen is in de loop der tijd verspreid vanuit het Europese vasteland naar de Britse eilanden en de rest van Europa, dat zijn met name de polka, schottisch (Een Duitse polka, die feitelijk een imitatie(!) was van Schotse muziek. Nadat de dans bekend werd op de Britse Eilanden, werd de naam verbasterd tot schottische), mazurka en de wals (walz).

Een grove, schematisch overzicht van de migratie van enkele dansen/dansdeunen in en rond de Keltische gebieden. De kleuren van pijlen hebben betrekking op:

purper - strathspey
rood - reel
blauw - jig, afgeleide: gigue
groen - hornpipe
oker - Spaanse vormen, waaronder jota (jota of xota in Galicië)
zwart - continentaal Europese vormen, zoals de polka en schottisch

De oorsprong van de polka en schottisch, is het Europese vasteland, resp. Bohemen en Duitsland. De, in Ierland en Schotland gebruikte naam schottische (met -e!) is van het Duitse Schottisch (zonder -e) afgeleid. De migratie van de jig is onduidelijk, in het algemeen wordt aangenomen dat de jig van oorsprong Engels is. De naam van de barokdans gigue, is een afgeleide vorm van de jig. De muiñera is Galicisch van oorsprong. De gavotte en en dro zijn inheems Bretons. De Bretonse gavotte heeft verder geen overeenkomsten met de gelijknamige dansvorm die tijdens de barok-periode werd aangewend.
(Afbeelding van de auteur)

4. Galicische muziek

Alhoewel de Keltische taal tot in de eerste eeuw bewaard is gebleven, en dat het Iberische schiereiland door de Romeinen vanaf ca. 150 v.C werd ingenomen (Haywood, 2001), laat de naam van Galicië een Keltisch oorsprong zien, betrekking hebbende op de Iberisch-Keltische stam de Gallaeci. In het naamdeel 'Gal', zit de aanduiding van de Romeinse benaming voor Kelten, Galli, opgesloten. Vergelijk: Gaelisch, Gallië, Gaul (in het Engels), Galoise (in het Frans), Gallaten, etc. Hoewel dit Spaanse gebied door velen, wel of niet terecht, als Keltisch wordt aangemerkt, staat het vast dat de Iberische Kelten in ca. de 19e eeuw v.C., evenals de Galliërs in de Galliërs in het huidige Frankrijk in 50 v.C., door de Romeinen zijn geassimileerd.
De culturen van Galicië en Asturië staan niet los van die van Spanje, maar de betreffende bevolkingsgroepen hebben een zeer sterke identiteitsbeleving, waarbij zij zichzelf als Keltisch beschouwen. Het feit dat zij geen Keltische taal spreken (hun taal is verwant met het Portugees) is voor hen geen probleem. Het is evident dat naast de inheemse muzikale traditie van Galicië en Asturië uiteraard veel andere Spaanse invloeden aanwezig zijn, zoals de dansvormen fandangos, jotas en pasodobles.

De belangrijkste en meest archaïsche vocale vorm van Galicië is de alalá, is voorzien van vrije ritmiek en een grote mate aan vocale ornamentiek. Het woord alalá is eigenaardig genoeg hetzelfde als die van het Arabisch-Marokkaanse woord al-âla, voor Arabisch-Andalusische muziek. De Amerikaanse musicoloog en folklorist Alan Lomax verzamelde een groot aantal opnamen 'in het vrije veld' in zowel Galicië, als in de Spaanse provincie Cácares in de Extramadura-streek. Deze laatste opnamen, alsmede diverse transcripties van Extremeense muziek, bevatten eveneens liederen met een hoog ornamentaal en melismatisch karakter en regelmatige strofische vormen.
Cooper geeft, met betrekking tot de Ierse vrij-ritmische en versierende sean nós-steil, aan dat er niet getwijfeld hoeft te worden aan een eeuwenlange connectie tussen het katholieke Spanje en Ierland, waarmee het niet uitgesloten is, dat een bepaalde mate van uitwisseling van muziek tussen de twee culturen heeft plaatsgevonden (Cooper, 2001).
Op basis van bepaalde (toevallige?) muzikale overeenkomsten van voorbeelden van instrumentale vormen, poneert Xosé Lois Foxo in een artikel de stelling dat er een muzikale cohesie bestaat tussen de muziek van Galicië en die van de Keltisch-sprekende gebieden Schotland, Ierland en Bretagne (Foxo, 2007).
Een soortgelijke bewering is die van de Ierse musicus Paddy Moloney (bekend van de band 'The Chieftains'). Hij schrijft in zijn notities bij de CD-album 'Santiago' (1996), waarin diverse gastspelers uit Galicië en Asturië meedoen, waaronder de top-gaitero Carlos Nuñes, het volgende (Moloney, 1996):

"...Galicia, a green and hilly region in the northwest corner of Spain. With an economy historically based on fishing and farming, it has traditionally been one of the poorest regions in Europe. Galicians speak their own language. The culture, particularly the music, has more in common with those of Brittany, Wales, Scotland and Ireland than Castille or Andalusia. Galicia was once described as the world's most undiscovered Celtic country... the traditional pilgrims route to the enchanted cathedral of Santiago de Compostela, Christians hold the site sacred and believe it to be the final resting place of St James the Apostle. Older legends dating back to ancient Celtic times speak of another pilgrimage that followed the stars to the Milky Way to Land's End [Finisterre]. Transcending its own mysterious origins, the Pilgrimage continues to draw countless thousands from around the world to this faraway land."

Alhoewel dit aanlokkende en sympathieke gedachtengang zijn, valt een eventuele directe of historische samenhang van de Galicische en Ierse muzikale idiomen echter moeilijk te bewijzen. De beroemde Galicische gaitera Suzana Seivane, laat zich echter niet identificeren met een Keltische 'etiket' (Cronshaw, 2001):

"I think it's a label, to sell more. What we do is Galician music."

Schrijver en onderzoeker José Filgueira (1906-1996) meldde dat het 'Keltisme' in de muziek, in academische kringen van musicologen niet meer wordt ondersteund. De reden hiervan waren de grenzen waar men tegenop liep. Ten eerste dat het volk van Bretagne, Wales, Cornwall, Ierland en het Eiland Man hun eigen culturele evolutie en een vrijwel onaangetaste taalontwikkeling bezitten en daarmee met die van Galicië verschilt, zodat er op dat gebied geen overeenkomst aanwezig is. Dit geldt mede voor het feit dat er slechts weinig pre-Romaanse toponiemen zijn overgebleven. Het was feitelijk een subjectieve keuze van 19e eeuwse Galicische cultuurwetenschappers (waaronder Manuel Murguía, 1833-1923) om de muzikale vormen uit de Keltisch sprekende gebieden binnen die van Galicië in te passen.
Het tweede punt waar men volgens Filgueira tegenaan loopt, zijn de moeilijkheden die men tegenkomt bij het pogen tot het verkrijgen van inzicht van een bepaalde onderscheid tussen primitieve gemeenschappen, migratieprocessen en folkloristische kenmerken tussen allerlei Indo-Europese takken.
Dit veronachtzaamt echter niet de bijdrage van de huidige 'Keltische mode', hoewel men dit moet zien als een vorm van, zoals Filgueira dat noemt, paradoxaal realisme, waarbij een grens bij een veronderstelde verwantschap met de Keltisch sprekende gebieden getrokken dient te worden (Filgueira, 1942).

Er zijn inderdaad muziek- en taalhistorische argumenten voor de verschillen tussen de Galicische muziek ten opzicht van de Keltische stijlen, met name gebaseerd op de historische seculaire kunstmuziek, te onderkennen:

  1. Gallego (galego) is de regionale taal van Galicië. Het is een Romaanse taal die sterk verwant is aan het huidige Portugees. Tijdens de middeleeuwen was er sprake van een gemeenschappelijk taal, het Gallego-Portugees, waarin de beroemde Cancioneiro's (Cancioneiro's) of liedboeken zijn geschreven. Daarentegen was de middeleeuwse insulaire en Bretonse poëzie in een Keltische taal genoteerd, het Gaelisch (Iers, Schots, Manx), Kymrisch (Welsh), Kernwek (Cornisch) en Brezhoneg (Bretons).
  2. Er is geen enig spoor van een bardische traditie in Galicië bekend. Tijdens de middeleeuwen werd in Galicië de religieuze en seculaire muziek van de Gallego-Portugese Cancionero's genoteerd op een wijze die vergelijkbaar is met ecclesiastische kwadraatschriftnotatie (Cantigas de Santa Maria, Pergaminho Sharrer en Pergaminho Vindel), hetgeen een zekere band met de kerkelijke cultuur aantoont. De middeleeuwse insulaire bardische traditie verbood daarentegen elke schriftelijke notatie en verhief het onthouden en aanroepen vanuit het geheugen als een onderdeel van professionaliteit. Pas in de 17e eeuw werden slechts enkele restanten van middeleeuwse bardische harpmuziek in tabulatuurnotatie gevonden (Robert ap Huw-manuscript).
  3. De structuur van de middeleeuwse Spaanse en Gallego-Portugese lyriek, waarvan in ieder geval een deel gezongen werd, was syllabisch (dat wil zeggen dat de versregels werden geteld in het aantal lettergrepen), doch met een vrije ritmische structuur met consonante en assonante eindrijmvormen. De poëzie van de insulaire Keltische gebieden en Bretagne was eveneens syllabisch, doch de vrije ritmische vormen waren niet standaard in de bardische traditie. Men hield zich vast aan strikte metrums van consonant alliteratie (alliteratie van medeklinkers) en assonante en consonante rijm- en binnenrijm typen, dat zich in muzikaal opzicht weerspiegelde in strak georganiseerde percussie- of instrumentbegeleiding (harp, crwth, lier). Meer vrije lyriek werd pas rond de 16e een 17e eeuw aangewend.
    (Zie het hoofdstuk Vormen en Technieken, het artikel Het bardisch vers, de muziek der taal)

Veronderstellingen gebaseerd op 'wishfull thinking', romantische visies en toevalligheden, zonder enig bewijs van verwantschap met muziek van de Keltische gebieden hebben zeker twee eeuwen lang grip gehad op de musicologische studies. Men steunde hierbij op bepaalde typische kenmerken, bijvoorbeeld de onterechte bewering dat de gaita (Iberische doedelzak), een typisch Keltisch instrument is, alsmede een vermeende Keltische herkomst van de draailier (zanfona), gezien het gebruik ervan in Bretagne (vielle à roue). Dit geldt ook voor muziekvormen, b.v. de muiñeira, een melodie voor de gelijknamige snelle dans in een 6/8 maat, die vaak met de Ierse jig in verband wordt gebracht. De springende metrische vorm, die tot dansen uitnodigt, vindt men ook in andere culturen terug (b.v. tarantella en saltarello in de Italiaanse volksmuziek). Er is geen reden om aan te nemen dat deze op één of andere manier aan de Ierse jig verwant zou zijn, mede gezien de muzikaal-idiomatische verschillen.

5. De regio's

Naast muziek en dans uit (Laag- en Hoog-Bretagne, Galicië, Ierland (Keltisch-Iers), Wales, Cornwall, Eiland Man, Schotse Hooglanden, wordt op deze website terloops, doch vanuit verschillende invalshoeken, aandacht besteedt aan volksmuziek en dans uit Engeland, Northumberland, Shetland- en Orkney Eilanden, Hebriden, Schotse Laaglanden en Ierland (Anglo-Iers).

Het voert te ver om de muziek van de Keltische diaspora in andere werelddelen, zoals die van de Verenigde Staten van Amerika, Canada, Australië, Zuid-Amerika en Nieuw Zeeland apart op deze website te bespreken, omdat de feitelijke, originele basis van deze muziek in Europa ligt. (Wie zich geroepen om hierover te schrijven is welkom!)

6. Annotaties en bronnen

6.1 Geraadpleegde bronnen

Literatuur

Www