[Home][Auteur: Ben Dijkhuis][Laatste update: 21-10-2016][Hoofdstuk: Vormen en technieken][Gebruiksvoorwaarden]

"Perform ye a sufficiency of Cronan for me...."

Uitspraak van Marbhan in 'The proceedings of the great institution' ('Book of Lismore', ca. 1480)

Crónán. Een archaïsche vocale stijl.

INHOUD van deze pagina (verberg)

  1. 1. Inleiding
    1. 1.1 Crónán
    2. 1.2 Vermelding in oud-Ierse bronnen
    3. 1.3 Overige verwijzingen
  2. 2. Crónán in Buntings 'Ancient Music of Ireland
    1. 2.1 Crónán als toon- of snaaraanduiding voor de harp
    2. 2.2 Ballinderry & Crónán
  3. 3. Een archaïsch muzikaal motief
  4. 4. Geraadpleegde bronnen

1. Inleiding

1.1 Crónán

Ondanks dat over de crónán weinig bekend is, moet het toch worden beschouwd als een belangrijke vorm, c.q. techniek die zeker al in de 6e eeuw in het Gaelisch sprekende Ierland in gebruik was. In feite gaat het hier om een dode vorm van vocale muziekbeoefening, met veel onzekere en raadselachtige aspecten. Een juiste interpretatie van de wijze waarop de crónán werd uitgevoerd valt daarom lastig te achterhalen. Men komt in de literatuur een diversiteit aan definities tegen, zoals monotoon gezang, vocaal gemurmel, gebrom, spinnend geluid (als van een kat) of geruis, maar ook als een vocale drone (O'Curry, 1873)(Flood, 1911). De Schotse piper en musicoloog Francis Collinson filosofeert met betrekking tot het vocale drone-geluid, met een verwijzing naar dord fian (dord, dordán= Iers: drone), een monotoon signaal voor het verzamelen van de manschappen uit de tijd van de mythologische krijgers Fionn en Ossian (Collinson, 1975).

Naast een monofone uitvoering, is beschreven dat de uitvoerders (crónanaighe) eveneens vorm van koorzangtechniek (corus cronáin) ten gehore brachten. De term chorus cronain blijkt overigens synoniem te zijn met de oud-Ierse term aidbsi (aidhbhsi) en volgens de Ierse filoloog Eugene O'Curry (1794-1862) ook met het Schotse cepóg.
Er zijn sterke aanwijzingen dat de crónán in functioneel opzicht overwegend met gezongen elegies (caointe) en in enkele gevallen met slaapliederen (lullabies, shuantraí;) in verband gebracht kan worden.

De anglificatie van het woord crónán, is het woord crooning (neuriënd) een afkorting van 'cronaning'. Als we uitgaan van de diverse bronnen, heeft crónán echter niets met neuriën uit te staan. In verband met de etymologie van het Engelse woord 'crooning' verwijst Goldstein naar het woord 'croyne', dat van Schotse oorsprong is, hetgeen een lage, brommend geluid betekent (New Grove, 2001 vol 6, p.720).

Over de aard van de zangtechniek kan men alleen steunen op overlevering van ooggetuigen. Eugene O'Curry zegt zelf ooit getuige van een crónán-uitvoering te zijn geweest, hij zegt hierover (O'Curry, 1873):

"I have, myself, often heard with pleasure this Cronán, or throat accompaniment, without words, performed to old Irish dirges; and I very well know how it was produced, and could even attempt an imitation of it. But, I have never heard the Cronán fully sung in concert; and I have known only two men who were proficients in it; one of them was my own father; the other was John Molony, a younger and better performer. They were both large men. My father sang Irish songs better than any man I ever knew; but John Molony could not sing at all."

De zangtechniek zelf, wordt door O'Curry aldus beschreven als een keelklank als 'het spinnen van een kat' en wordt in de woordenlijst in zijn 'On the Manners and Customs of the Ancient Irish' als volgt omschreven (O'Curry, 1873):

"Cronán [a sort of musical purring], a throat accompaniment without words; it was also called Aidbsi in Ireland, and Cepóc in Scotland."

"Cronán or purring, comments in the chest or throat, on a low key, and rising gradually to the highest treble. It must, too, to have any effect, have been sung by a multitude; and there cannot be much doubt but the Irish funeral cry, as it is called, or our times is a remnant.

Over de vocale techniek van de crónán, kan dus niet meer gezegd worden dan dat deze vanuit de keel wordt voortgebracht als het spinnen van een kat. Mogelijk kan dit duiden op een tremolerende, of vibrerende zangtechniek (Grove's Dictionary, 1962 VIII, p. 540 ).

Op basis van de bronnen kan men concluderen dat de crónán in de Ierse muziektraditie verbazingwekkend lang stand gehouden, maar is kennelijk gedurende de 18e en 19e eeuw, maar misschien ook wel eerder, een zeldzaamheid geworden.

1.2 Vermelding in oud-Ierse bronnen

Er is een verwijzing naar een bijeenkomst Drom-Ceata (Druim Ceta) (nabij Leim-a-Mhadaigh, County Derry), die in ca. AD 575 plaatsvond. Deze werd bijeengeroepen door de Ierse hoogkoning Aedh Mac Ainmire († ca. 594), waar ook St. Colum Cille (St. Columba, 521-597) aanwezig was. Het was een koor die een lofrede aan St. Columba ten gehore bracht, hetgeen een verkeerd verloop had vanwege het verschijnen van zwarte demonen. St. Columba liet het gezang stoppen met de mededeling dat een lofrede, die als een elegie wordt opgevoerd, pas na de dood van de betrokkene mocht worden gecomponeerd en nooit tijdens zijn leven. Dit wijst op het geloof van die tijd, dat van de crónán een magische werking uitging.

Het volgende citaat is uit de 'Voorspraak' van Amra Choluim Chille (de lofrede ter ere van St. Columba) door Dallán Forgail (St. Dallan, ca. 530 – 598). Zoals beschreven in Lebor na hUidre (Book of Dun Cow, 12e eeuw, RIA MS 23 E 25 (Cat. No. 1229) (O'Beirne Crowe, J., 1871, p. 10, 11):

"The poets after that came into the assembly, and a
poem of praising with them for him, and aidbsi is the name of that music; and a surpassing music was it,
as Colman Mac Lenene said:

'Blackbirds beside swans, ounces beside masses,
Forms of peasant women beside forms of queens,
Kings beside Domnall, a murmur
[bass, drone] a chorus [aidbsi]
A taper beside a candle
[is] a sword beside my sword.'"
Zie ook: www.ucc.ie/celt/online/G301900/text003.html (327-333): aidbsi .i. corus cronain Zie ook: O'Curry, 1873; p. 245

In Forgaill's lofrede, wordt nog eens het volgende hierover gezegd (O'Beirne Crowe, J., 1871, p. 40, 41):

"Aidbsi is the name of the music, or of the cronan most of the men of Eriu used to perform that time, whatever they would sing together: and it is through that music, which the men of Eriu made for Colum Cille in the great convention of Druim Cetta, pride of mind grew in him."
Zie ook: www.ucc.ie/celt/online/G301900/text003.html (774-778) Zie ook: O'Curry, 1873; p. 247

De volgende middeleeuwse bron met betrekking tot de crónán, is een satire op de bardische orde getiteld Imtheacht na Tromdhaimhe of 'The proceedings of the great (bardic) institution' uit 'The Book of Lismore' (Royal Irish Academy, MS 478) (fol. 144 a, 1–151 b)(zie ook: www.ucc.ie/celt/book_lismore.html. In 1890 verscheen een vertaling door de Ierse schriftgeleerde Owen Connellan (1797-1871). Het verhaal zou zich afspelen tijdens een bijeenkomst aan het hof van Guaire, koning van Connaught, na de dood van de hiervoor reeds genoemde dichter en hoofd-ollamh Dallán Forgaill, de lofredenaar van St. Columba, waarvoor een waardig opvolger werd gezocht. Het was Seanchán Torpes van Connaught die in deze functie gekozen werd. Na de misdragingen van de volgelingen van Seanchán, riep Marbhan (Marvan), de broer van Guaire een bezwering over hen uit. Connellan zegt hierover het volgende (Connellan, 1890, introductie p. 33):

"We learn from the latter part of the foregoing brief sketch of the history of the Bards, that at various times they had become obnoxios to the nation by reason of their overbearing insolence en exactions, and it is quite clear that the object of the writer evidently was to satirize the Bards, rail at their overbearing arrogance, check their influence, and cover their professional order with ridicule and contempt. It is, in fact, a severe satire on the whole order....."

Hierbij een stukje tekst uit Owen Connelans vertaling (Connellan, 1890, p. 91, 93):

'True,' said Shanchan, 'and art thou Marvan the swineherd, chief prophet of heaven and earth?' 'I am, indeed,' replied Marvan. 'What is thy pleasure?' asked Shanchan. 'I heard,' replied Marvan, 'that every person gets his choice of music or of arts from you, and I am come to ask my choice of the arts.' 'You shall obtain that,' said Shanchan, 'if you can show your relationship to the arts.' 'I can do so,' said Marvan, 'namely, that the grandmother of my servant's wife was descended from poets.' 'You shall obtain your choice of the arts, though very remote is your connection with them,' said Shanchan, 'and say what art is it you prefer.' 'I desire no better at present than as much Cronan [a monotonous chaunting tune often used as a lullabi] as I like,' says Marvan. 'It is not easier for these to perform any other art for thee than that,' says Seanchan.
The Cronan performers came to them, thrice nine was their number, and they wished to perform the regular Cronan. That, however, was not what Marvan desired, but the bass
[or hoarse] Cronan; and the reason he chose that was, in the hope that they might break their heads, feet and necka, and that their breathing might the sooner be exhausted by it than by the regular Cronan.
The three nines were singing the Cronan after that manner; and, whenever they wished to stop, it was then that Marvan would say— 'Give us as much of the Cronan as we desire in accordance with your promise.' The three nines soon became exhausted, and Marvan again desired that more of the Cronan should be sung for him. Nine of them, who were inefficient, only answered to his call, and these continued a shorter time to sing it than the three nines previously; and Marvan said —'Perform as much Cronan as we desire.'

Uit dit gedeelte valt mogelijk op te maken dat de leden van bardische orde niet in staat was om een crónán op fatsoenlijke wijze uit te voeren. Het zou zo maar kunnen zijn dat dit uiteindelijk de arrogantie van deze lieden logenstrafte, mogelijk omdat de crónán een muzikale traditie van het 'gewone volk' was, waarvoor de geschoolde musici van de bovenklasse kennelijk hun neus voor ophaalden.

1.3 Overige verwijzingen

Het volgende fragment vindt men in 'A Kerry Pastoral' of 'A Pastoral in Imitation of the First Eclogue of Virgil, &c door Murrough O'Conner en Owen Sullivan (1719), waarin een crónán als slaaplied wordt vermeld (Payne Collier, et al, 1842) :

"Or on the Grassy Sod Cut Points to play
Backgamon; and Delude the Livelong Day.
When Night comes on to pleasing Rest you go,
Lull'd by the soft Cronaan, or Sweet Speck show
When Kircher'd Sheelah strains her warbling throat,
In tuneful Hum, and Sleeps upon the Note."

De betreffende ballade is een onderdeel van het verzamelwerk Early English Poetry, Ballads, and from original Manuscripts and Scarce Publications (VII). De redacteuren verwijzen in hun notities naar een verklarende woordenlijst in de Irish Hudibras (1689)*) (Payne Collier, et al, 1842):

"Cronaan is explained in the glossary to the Irish Hudibras as a song:
'But sing dyself the sweet Cro-naan.'

At an Irish wake:
'some laugh, some weep;
Some sing Cronans, and some do sleep.'"

*) James Farewell; The Irish Hudibras, Or Fingallian Prince: Taken from the Sixth Book of Virgil Aenids and adapted to the Presen Times; (London, 1689)

De auteurs verwijzen in dit verband ook naar het Iers-Engelse woordenboek, waarvan de eerste editie uitkwam in 1768, van John O'Brien treft men het volgende aan (O'Brien, 1768):

Cronán, the base in music; crónán iáchdarchanus, cantus-bassus.
Cronán, any dull note; also the buzzing of fly or other insect. "

  1. Joseph Cooper Walker (1761-1810) geeft in zijn 'Memoirs of the Irish Bards' (1786) een woordenlijst met (Walker, 1786):

    CORNAN or CRONÁN, a word formed of cor music, and an or anan a base. They had also another instrument of a similar nature named,
    IACHDAR-CHANNUS, which was the Latin Cantus Bassus."

  2. Walker citeert daarbij uit de 'Collectanea De Rebus Hibernicis' van Charles Vallancy (1721-1812):

    Collect. de rebus Hib. No. 13. At this day, a tune hummed in a low key, is called a Cronàn in many parts of Ireland: and the monotonous purr murmurred by a cat, while watching for her prey, is also so named. The Irish Cronán seems to answer to the English Drumble. "

2. Crónán in Buntings 'Ancient Music of Ireland

2.1 Crónán als toon- of snaaraanduiding voor de harp

In zijn Ancient Music of Ireland, een verzamelwerk van Edward Bunting uit 1840 staan eveneens verwijzingen naar crónán, maar dit keer binnen de Ierse harptraditie. We komen de term in twee verbanden tegen, als een vorm van een lamentatie (zie 2.2), maar ook als aanduiding van twee bassnaren van de harp.
De harpterminologie die Bunting heeft aangewend heeft wortels in de oude Ierse harptraditie en is mede gebaseerd op de autoriteit van de traditionele harpisten uit zijn tijd, met name Denis Hempson, Arthur O'Neill, Hugh Higgins, Charles Fanning en Dan Black. Van Denis Hempson is het bijvoorbeeld bekend dat hij een zeer oude aanslagtechniek met de vingernagels in combinatie van een karakteristieke dempingtechniek in praktijk bracht*), die ook werd toegepast in de Welshe snaarmuziek of cerdd dant, zoals voorgeschreven in het Robert ap Huw-manuscript.

*)De zogenaamde 'covering finger-techniek', zie Hoofdstuk vormen en technieken: Cerdd dant 2, sectie 5.3.

Er zijn in Buntings werk drie vermeldingen van de crónán, met betrekking tot eigennamen van enkele bassnaren van de harp (Bunting, 1840):

2.2 Ballinderry & Crónán

In hetzelfde werk van Bunting treft men één voorbeeld van een crónán aan, dat is aangeduid met de air 'Ballinderry and Cronan'. Bunting toont in zijn 1840-collectie twee versies, een eenvoudige versie op p. 90 van hoofdstuk VI (Notices) en een overdreven geharmoniseerde bewerking in de hoofdcollectie op p. 42. De laatste is zodanig opgesmukt dat de authenticiteit van het arrangement in twijfel getrokken moet worden.

Bunting zegt in zijn voorwoord (Bunting, 1840, p. 8):
"Of this class [ancient Irish music], the one to which the Editor atttaches most importance, is the air called 'Ballinderry', which, although now sung in English words, in the counties Down and Antrim, bears unequivocal marks of a very high antiquity, and at the same time possesses the extraordinary peculiarity of a very nearly regular bass called the Cronan, running concurrent with the melody through the entire composition ....... the Irish of their time had a knowledge of counterpoint, or music in consonance..."

Verder: (Bunting, 1840, p. 88):

"The cronán or chorus, wich imparts its great peculiarity to the piece, will be found to form a tolerably perfect bass, except in the last bar, which wants the cadence to make it complete. It has been favourite performance from time immemorial with the peasantry of the counties of Down and Antrim, the words being sung by one person, while the rest of the party chant the cronan in consonance. There are several other Irish airs with a similar chorus, but the Editor has not succeeded in finding any other in which the cronan forms a bass, or harmonizes with the air, as it does in this."

Het onderstaande voorbeeld is gebaseerd op het originele veldmanuscript van Bunting (O'Sullivan, Ó Súilleabháin, 1983), met als reden om de storende toevoegingen van de arrangementen te omzeilen. In het originele manuscript staat de hoofdmelodie van Ballinderry gescheiden van de crónán, maar is in het onderstaande voorbeeld, naar aanwijzing van Bunting, boven de baslijn geplaatst. Daarnaast is er een synthetische weergave in de vorm van een midi-bestand toegevoegd. Opvallend is de nauwe polyfonie van secunden, tertsen en kwinten.

De muziek van dit stuk is in feite een vermenging van twee muzikale culturen. Zo is de tekst en de hoofdmelodie typisch Engels (hier niet genoteerd), terwijl de lamenterende crónán een traditionele klaaguiting in het Iers is: 'och-ón' ('helaas', 'ach'), een 'roep' of 'cry' die men bij een zogenaamde caoineadh (meervoud: caionte) aantreft. De Engelse tekst en muziek is verklaarbaar uit het feit dat het Noord-Ierse gehucht Ballinderry (County Derry/Louth) onder Engelse invloed stond.

3. Een archaïsch muzikaal motief

De term crónán is ter sprake gekomen in een internet-discussiegroep over het Robert ap Huw-manuscript. (Dit manuscript elders op deze website uitgebreid besproken). Een interessant feit dat door de Britse musicoloog Peter Greenhill werd opgemerkt, is het ostinato-motief van de baslijn, waaruit de crónán van het Ballinderry-lied is opgebouwd, niet op zichzelf staat. Men kan het zelfs veelvuldig elders aantreffen bij andere inheemse muziekvormen van Ierland, Schotland en Wales (Greenhill, 2016). Het is natuurlijk niet uitgesloten dat er soms sprake is van toevalligheden, maar gezien dat dit motief vaak herkenbaar aanwezig is, is het erg waarschijnlijk dat hier een archaïsche traditie aan ten grondslag ligt. Functioneel gezien, komt het voornamelijk voor bij lamentaties of elegies, muziekstukken die een rol speelde bij bepaalde rituelen of zelfs als waarschuwing bij krijgshandelingen.
Het is nu gebleken dat het kenmerkende ostinatomotief niet perse aan crónán verbonden hoeft te zijn. Het is eveneens niet noodzakelijk dat er een ëën of andere harmonische vorm aan ten grondslag ligt, zoals dat in het stuk van Ballinderry het geval is.
Dit onderwerp wordt verder uitgebreid besproken in een vervolgartikel: Een pre-existentieel muzikaal motief in Keltische muziekvormen.

4. Geraadpleegde bronnen

Literatuur