Musicologie van de Keltische en naburige stijlen
[Home][Info][Introductie][Cultuurhistorische onderwerpen][Dans en danshistorie][Vorm, technieken en idioom][Toonsystematiek][Akkoordenleer][Harmonie][Extra]

[Home][Auteur: Ben Dijkhuis][Laatste update: 01-01-2018][Hoofdstuk: Dansmuziek en danshistorie][Gebruiksvoorwaarden]

Dansmuziek en danshistorie van Engeland, Wales en Cornwall

INHOUD van deze pagina (verberg)

  1. 1. Engeland
    1. 1.1 Hornpipe
    2. 1.2 Country dance
    3. 1.3 Morris dance
    4. 1.4 Clog dancing
  2. 2. Wales en Cornwall
    1. 2.1 Dreigende teloorgang
    2. 2.2 Oude aanknopingspunten
    3. 2.3 18e en 19e eeuwse bronnen van de dans in Wales
    4. 2.4 Revival van de dans in Wales
    5. 2.5 19e eeuwse bronnen van de dans in Cornwall
    6. 2.6 Revival van de dans in Cornwall
  3. 3. Instellingen en Festivals
  4. 4. Annotaties en geraadpleegde bronnen
    1. 4.1 Voetnoten
    2. 4.2 Geraadpleegde bronnen
  5. 5. Aanvullende informatie
    1. 5.1 Websites
    2. 5.2 Media

1. Engeland*

(*Behalve het graafschap Cornwall, dat elders op deze pagina wordt besproken)

1.1 Hornpipe

Hoewel de hornpipe tegenwoordig overwegend als een traditionele dans(-melodie) van Ierland wordt beschouwd, is het zeker dat de oorsprong in Engeland ligt, en zich van daaruit over alle Britse gebieden en Ierland heeft verspreid. In Ierland zou de dansvorm, volgens Cullinane, niet eerder vermeld zijn dan in 1718! (Cullinane, 1990). Zoals reeds eerder is opgemerkt is de naam hornpipe, afgeleid van het instrument hornpipe (Welsh: pibcorn), een dubbelriet blaasinstrument. Naast enkele 15e-eeuwse verwijzingen, bestaat er een groot aantal 16e-eeuwse referenties naar de hornpipe.

Hugh Aston (ca. 1485-1558), tijdgenoot van Henry VIII, schreef een 'Hornepype' voor virginaal (noot 1) (British Museum MSS Reg. Appendix 58). Ten tijde dat Elizabeth I van Engeland (1533-1603) de troon besteeg, bleek de hornpipe als dansvorm reeds populair te zijn.

Militair en tevens schrijver, de Engelsman Captain Barnaby Rich, schreef in 1581:

"the dances in vogue were measures, galliards, jigs, brauls, rounds, and hornpipes" (Chappel, 1859).

Een verwijzing naar de hornpipe vindt men eveneens in Shakespeare's 'A Winter's Tale' (1611, 4e acte, scène 3):

"She hath made me four and twenty nosegays for the shearers- three-man song-men all, and very good ones; but they are most of them means and bases; but one Puritan amongst them,and he sings psalms to hornpipes."

Ben Jonson (1572–1637) refereert naar de hornpipe in The Sad Shepherd: or a Tale of Robin Hood (1641, 1e acte I, scène 4):

"Use of our Youth, and Spirits, to awake
The nimble Horn-Pipe, and the Timburine,
And mix our Songs and Dances in the Wood,"

midi midi
Hornpipe (MB39) van William Byrd (1543-1623)
(Midi is van John Sankey)
Hornpipe in E-mineur (ZT 685) van Henry Purcell (1659-1695)
(Midi is van Tony Matthews)
Beide hornpipes voor clavecimbel staan beide in de oude driedelige maatsoort: 6/4

Na verloop van tijd ontwikkelde de hornpipe in Engeland tot verschillende volksdansvariaties. Beroemd werden de Nottingham-, Derbyshire- en de Lancashire hornpipes. Tot aan de 1840/50 werd de hornpipe uitgevoerd in theaters tussen de akten van toneelstukken. De voornamelijk vrouwelijke uitvoerenden uit die tijd, voerden de dans vaker uit vanuit een 'zeeman's motief'. Het is bekend dat in het midden van de 18e eeuw de hornpipe geassocieerd werd met zeelieden, vanwege het feit dat fiddlers destijds vaak deel uitmaakten van de scheepsbemanning. Verplicht dansen was een vorm van gymnastiek en maakte deel uit van het reglement op schepen. Jeffrey Pulver (Pulver, 1923) was echter mening dat de zeeman's dans niets van doen heeft met de hornpipe van het platteland. Hij ging er vanuit deze feitelijk is afgeleid van de hornpipe gelijkende matelotte.

Aanvankelijk was de maat van de hornpipe driedelig (triple hornpipe of triple-time hornpipe, met de maatsoorten 3/2, 6/4 of 12/8, populair ook wel 'three-two's'genoemd), maar werd in de loop der tijd overheerst door de duple hornpipe in een tweedelige maatsoort (2/2, 2/4 en 4/4). Deze waren aanvankelijk zeldzaam, maar mogelijk verscheen de eerste onder de naam Lady Banbury's Hornpipe (ook: The Lady Banbury) in 1657, in John Playford's The English Dancing Master en in 1666 in zijn Musick's Delight on the Cithren. Tijdens het midden van de 18e eeuw domineerde uiteindelijk de 'duple'-vorm, die tegenwoordig alom bekend is (Pulver, 1923). Er is geen bewijs dat de hornpipes van triple-time naar duple-time zijn geëvolueerd. Beide vormen waren onafhankelijk van elkaar in gebruik geraakt.

Emmerson meldt dat de antiquaar William Stenhouse 3/2 hornpipes, die in Schotland zijn gespeeld heeft opgetekend in zijn Illustrations of the Lyric Poetry:

"time out of mind, as a particular species of the double hornpipe"

Een ander citaat in dit verband is de opmerking van een voormalige 'piper' van de Duke of Northumberland, een zekere James Allan;

"particular measure originated in the borders of England and Scotland"

Vanwege het bestaan van een groot aantal triple-time hornpipes in de grensgebieden van Northumberland, meent Emmerson dat de laatste opmerking inderdaad juist is. In Schotland werden de triple-time hornpipes aangeduid met single hornpipes (!), terwijl de 'duple time', werden benoemd met double hornpipes
(Emmerson, 1972)(Kuntz, 1996)

midi (BGD) midi (BGD)
The Lady Banbury of Lady Banbury's Hornpipe, zoals we die tegenkomen in The English Dancing Master (1657) van John Playford. Dit is één van de eerste hornpipes in een tweedelige maatsoort.
Klik hier voor een vergroting
De London Hornpipe is een typisch voorbeeld van een hornpipe in drievoudige maat. Deze komt men in diverse boeken over Engelse country-dances van rond 1735 tegen. Waaronder: Wright's Collection of 200 Country Dances, vol. i., en Walsh's Compleat Country Dancing Master.
(Kidson, 1904)

In het noordwesten van Engeland, met name het graafschap Northumberland wordt de triple hornpipe nog steeds als country dance deun gespeeld.

Naar boven

1.2 Country dance

De country dance is een Engelse danstraditie met een kenmerkende uitvoeringsstijlen, meestal in opponerende rijen, waarbij de gezichten naar elkaar toe zijn gericht. De eerste rij bestaat uit mannelijke dansers, die aanvankelijk tegenover de vrouwen in de tweede rij zijn gepositioneerd, waarna de paren regelmatig van plaats verwisselen. De diversiteit aan begeleidingsdeunen is talrijk en kunnen zowel jigs, slip-jigs, reels of hornpipes zijn, doch ook andere typen deunen zijn bekend, waarvan sommigen een hoge ouderdom hebben (Raven, 1984). De populariteit was in de 17e eeuw bijzonder groot, zoals blijkt uit de publicatie van country dances in 1651 door John Playford (1623-1686), die bekend staat als uitgever en auteur van diverse werken, waaronder een tal van muziekpublicaties. Zijn bekendste werk is The English Dancing Master Or, Plaine and easie Rules for the Dancing of Country Dances, with the Tune to each Dance en is daarbij de oudste genoteerde bron van de country dance, waarvan zelfs na zijn dood, door zijn zoon Henry een groot aantal edities zijn verschenen: de eerste uitgave was in 1651 en de laatste in 1728. Veel van Playford's gepubliceerde deunen, waren zelfs al in zijn tijd bijzonder oud. Voorbeelden hiervan zijn: Dargason, Blew Cap, All in a Garden Green en Bobbing Joe (Kuntz, 1996). Een aantal blijkt eveneens van Ierse en Schotse afkomst te zijn.

Het titelblad van John Playford's 'The English Dancing Master' van 1651.

The Dancing Master bevat een drietal hoofdvormen longways, rounds en square dances op verschillende melodietypen. De longways zijn dansen in rijen, waarbij partners van plaats wisselen, bij rounds bewegen paren zich in een cirkel. Square dances zijn dansen voor vier paren, die in een vierkant worden uitgevoerd, waarbij de partners van plaats wisselen.

Titelblad van de 'English Dancing Master' van de editie uit 1728. Op deze afbeelding staat de uitvoering van een longways weergegeven

Tijdens de Restauratie in Engeland (een politieke tijdperk van ca. 1660 - ca. 1700), waren bij de elite nieuwe gebruiken in de mode, waaronder diverse dansvormen die van het continentale Europa afkomstig waern. Het is bekend, dat na de uitvoering van deze dansen, pavanes, branles en galliardes, de avond los eindigde met jigs en country dances. (Kuntz, 1996).

Nadat, de country dances uiteindelijk bij de 'upperclass' waren verdrongen, werden ze uiteindelijk door het volk opgepikt en daarna tot op heden levend gehouden, zelfs in de Engelse kolonies.

In de 18e eeuw, tijdens de rococo-periode, werd de country dance onder de naam contredanse of contradanse (letterlijk: dans van opponenten) aan het Franse Hof geïntroduceerd . Een kenmerk hiervan was, zoals de naam kennelijk al zegt, dat de danspartners tegenover elkaar waren opgesteld, met de gezichten naar elkaar toe. Alhoewel er eveneens wordt verondersteld, dat de naam letterlijk is afgeleid van de term country dance.
Het wordt aangenomen, dat vanuit de contredanse, de quadrille, anglaise en cotillon zijn ontwikkeld.

Country dances, worden tot op heden, ook in Ierland (de zgn. céilí dances, voornamelijk: 'long dances' en 'round dances') en in Schotland (Schottish Country Dance en ceilidh dances) op verschillende soorten muziek gedanst.

Naar boven

1.3 Morris dance

Morris dance is evenals de country dance een onderdeel van de Engelse danstraditie, met name van de graafschappen Gloucestershire, Oxfordshire, Yorkshire, Northumerland, Durham en de grensgebieden van Wales. De dans komt op kenmerkende wijze, eveneens voor in Wales en Cornwall. De uitvoering van de morris, wordt meestal in verband gebracht met diverse volksevenementen van het platteland, zoals Mayday (1-mei) en Pinksterzondag (Whitsunday). De dans wordt door een groep uitgevoerd door middel van verschillende figuren, waarbij diverse voorwerpen als hulpmiddel worden gebruikt, zoals zwaarden, stokken, bellen en zakdoeken etc..

Morris dancing op het terrein van Wells Cathedral, Wells, England. (Exeter Morris Men).
Foto: Adrian Pingstone. Gevonden op wikipedia.en
Morris dancers bij Thames in Richmond. Rechts onderaan een 'hobby horse'
Fragment van een anoniem schilderij uit ca. 1620. Fitzwilliam Museum, University of Cambridge.

De vroegste referenties blijken vermeld te zijn in inventarisatiebeschrijvingen, die helaas niet meer bestaan.
Uit een testament uit 1458 van Alice Wetenhale:

"I leave to my daughter Catherine … 3 silver cups. sculpted with a moreys daunce, with one lid for them"

Uit beschrijvingen van de inventaris van Caistor Castle (Norfolk) van een wandtapijt van blijken referenties naar een afbeelding van een morris dance:

1448: "the morysk Daunce"
1459: "the morysch daunce"
en 1462: "the Morys daunse" (Heaney, 2003)

De oudste nog bestaande afbeeldingen van morris dansers, zijn te zien in het Betley Window. De precieze datum en de maker van dit de 16e eeuwse raam, dat zich in het het Victoria & Albert Museum in Londen bevindt, zijn onbekend.
Voor de afbeeldingen van dit raam, verwijs ik naar de St.Alban website van J.Price: The Betley Windows.

Er bestaan verwijzingen uit de 15e eeuw, waarin de belangrijkste dansers specifieke namen hadden:
Robin Hood, Maid Marian, de 'hobby horse' (Cornwall: 'Obby' Oss) en de 'fool' . De dansers werden muzikaal begeleid door een pijper en tamboer. De hoofddansers werden vergezeld door zes andere dansers, die twee rijen van drie vormden. (Kidson, 1904)(Hays et al, 1999)

Morrisdancer, begeleid door een muzikant met tabor en fluit/pijp
(William Kemp, Nine Daies Wonder, 1600)

Ondanks de diverse historische referenties, is het ontstaan van de dansvorm niet begrepen. Er bestaat een drietal vooronderstellingen over het onstaan. De eerste theorie was een reden voor puriteinen ten tijde van Elizabeth I om in te grijpen tegen de dansers, omdat het folkloristisch karakter (als zwaarddans) zou duiden op een heidens, voorchristelijk gebruik. Een tweede theorie uit de 17e eeuw, die poneert dat de morrisdance een afgeleide zou zijn van een oorlogsdans uit de klassieke oudheid. Een derde vooronderstelling van rond het midden van de 17e eeuw, is de theorie, dat het een Moorse dans ('moorish dance', morisque, morisco) zou zijn, dat via Spanje in Engeland werd ingevoerd. (Kidson, 1904)

Voor wat betreft de ontwikkeling van de morris dance en de bovengenoemde theorieën, met betrekking tot de folkloristische gebruiken heeft de Engelse antropoloog John Forrest een uitgebreid onderzoek verricht. Dit onderzoek heeft tot een aantal conclusies heeft geleid:

Naar boven

1.4 Clog dancing

Clog dancing of clogging heeft evenals step dancing, betrekking op een dansvorm waarbij de voeten het ritme van de muziek 'meetappen'. Deze techniek is alom bekend in Ierland en Schotland, maar eveneens in Engeland, Wales en Cornwall. Zowel de Engelse, Schotse als Ierse emigranten hebben ze meegenomen naar de Verenigde Staten en Canada, alwaar het uiteindelijk heeft gezorgd voor het onstaan en de verdere ontwikkeling van de Amerikaanse tapdance.

De clog dance vindt zijn oorprong in de geindustrialiseerde gebieden in het begin van de 19e eeuw en had zijn hoogtepunt gedurende de periode tussen 1870 en 1905. Het was de dans van de 'working class', de mijnwerkers en de industrie-arbeiders. Het dans-schoeisel bestaat uit clogs ('klompen'), schoenen die voorzien zijn van houten zolen, die aanvankelijk door de mijnwerkers werden gedragen, maar ook door de arbeiders van de katoenmolens. Dit schoeisel, dat feitelijk het stempel van de armoede droeg, had de voorkeur vanwege het praktische 'comfort', de goedkope prijs en de lange tijd dat het schoeisel meeging. De bekendste clog dance traditie, vindt men in het graafschap Lancashire, hoewel clogging eveneens voorkomt in Durham, Tyneside, Yorkshire, West Cumbrië, Wales en het zuiden van Schotland. Dankzij de instroom van duizenden Ierse arbeiders in de industriegebieden is er eveneens een hybride stijl ontstaan, die zich uiteindelijk tot de Lancashire-Irish clogdance-stijl heeft ontwikkeld.

Clog dancing wordt op verschillende muziekdeunen uitgevoerd, waaronder jigs en hornpipes, waarvan de hornpipe wel de belangrijkste is. Deze wordt in dit verband clog hornpipe genoemd, hoewel iedere geschikte hornpipe gebruikt kan worden. De aanwijzingen van het bestaan hiervan dateert op z'n vroegst in 1819. Deze zou zijn wortels hebben in Lancashire. De hornpipe als solodans werd rond die periode populair dankzij de rondreizende 'dancing masters' in alle delen van Brittanië en Ierland. (Dunmur, 1984)(Brady, 2007)(Fischer, 2006)

Het is niet ongebruikelijk om bij sommige morris dances clog-technieken toe te passen (clog-morris).

Naar boven

2. Wales en Cornwall

2.1 Dreigende teloorgang

Zowel Wales, als Cornwall kennen een eigen kenmerkende danstraditie, hoewel duidelijke Engelse invloeden aanwezig zijn zoals de Morris- en Countrydance. Doch, evenals in de andere regio's die zijn besproken, blijken vroeghistorische bronnen naar de dans in Wales en Cornwall bijzonder schaars te zijn. Een veronderstelling die dit verklaart, is de invloed van Puriteinse beweging in Engeland tijdens de 16e en 17e eeuw, alsmede de politisering door de heersende Tudor-dynastie (waaronder Elizabeth I). Deze tijd ging immers gepaard met een klimaat van angst en repressie, waarbij niet alleen het erfgoed van de voor-christelijke bardische cultuur, maar ook de 'nationale' dans om zeep werd geholpen. Een andere verklaring ligt misschien meer voor de hand en heeft betrekking op de mondelinge doorgifte van de kennis, die uiteindelijk verloren is gegaan. De magere referenties met betrekking tot de Welshe dans, leidde zelfs tot een historische misinterpretatie, dat Wales van oorsprong geen eigen danstraditie had. Omdat men eveneens in de oude Gaelische literatuur geen verwijzingen naar dans aantrof, leidde dit naar een gelijksoortige veronderstelling dat men in het oude Ierland eveneens geen dans kende. (Zie ook: Dans en danshistorie van Ierland en Schotland). Het is dus niet verwonderlijk dat velen, waaronder belangrijke musici zoals William Jones of Llangadfan (1729-1795) en Edward Jones (Bardd y Brenin, 'Bard van de koning')(1752- 1824), de teloorgang van de Welshe cultuur met lede ogen aanzagen. Zij en andere verzamelaars (Benett, Walsh en Thomson) hebben de moeite genomen om de beschrijvingen van de traditionele dansen op papier te zetten. John Playford publiceerde reeds eerder, in de 17e eeuw, een aantal Welshe dansen in de 'English Dancing Master'.
William Jones schreef aan Edward Jones:

"The dances formerly in this Country were by parties of six, longways and round about 40 years ago they extended no more than 4 or 5 parish & about 15 years ago they were wholly laid aside it begins to revive a little at present, but as it requires some skill & application to learn it handsomely and the experienced practisers are either dead or superannuated it will be entirely lost to the next generation. If you are not acquainted with their manner – please to let me know & I will send you a few tunes - - they must be a curiosity to such as ever(?) saw them" (Thomas, 1998)

2.2 Oude aanknopingspunten

Een oud volksgeloof, met een voorchristelijk oorsprong heeft betrekking op de zgn. steencirkels, die uit de late steentijd dateren. Van de beroemde cirkels van Stanton Drew (ten zuiden van Bristol) wordt gezegd dat het een bruiloftsfeest was, die in steen veranderde. Van een steencirkel in Cornwall bij St. Buryan, de 'Merry Maidens Stone Circle' of 'Dance Maine' (Dawns Maen), of 'dans der stenen, zouden jonge vrouwen zijn, die in hun goddeloze dans tijdens de sabbat in steen zijn veranderd. Van Giraldus leren we dat Stonehenge (graafschap Wiltshire) bekend stond als 'De Dans der Reuzen' (MacBain, 2005)

De steencirkel de 'Merry Maidens' in Cornwall. Oorspronkelijk waren dit 19 stenen, waarvan er nu nog 16 overeind staan
(Bron: Wikipedia)

De eerste verwijzing naar dans in Wales wordt gegeven door Giraldus Cambrensis (Gerald of Wales) in 1188, waar hij een jaarlijkse religieuze ceremonie en rituele dans beschreef, dat plaats vond in de St. Almedha's Church bij Brecknock:

"...The circumstances which occur at every anniversary appear to me remarkable. You may see men or girls, now in the church, now in the churchyard, now in the dance, which is led round the churchyard with a song, on a sudden falling on the ground as in a trance, then jumping up as in a frenzy, and representing with their hands and feet, before the people, whatever work they have unlawfully done on feast days....." (Uit: Itinerarium Cambriae, vertaling uit het Latijn)(Lile, 1999)(Williams, 1932)

Middeleeuwse referenties naar de dans in combinatie met het spelen van de pipes zijn aangetroffen in de Ordinalia of Cornish Mystery Plays (Bodleian Library en een kopie in de National Library of Wales).(noot 2)

I (Origo Mundi)
"lemmen pan yu nef thyn gwrys"Now when is heaven to us made
ha lenwys a eleth splan...and filled with angels bright...
ha the welas an passyon a jhesus hep gorholethAnd to see the Passion of Jesus without delay,
a worthevys crys[t] ragon avorow deug a dermyn hag eus pub drewhich suffered Christ for us, tomorrow come in time. And go all home
a barth an tas menstrels a ras pebough whare"On the part of the Father, minstrels, of grace Pipe at once"
III (Resurrexio Domini Nostri)
Jesus a fue anclethyys"Jesus was buried,
hag yn beth a ven gorrys....and in grave of stone put...
may hyllyn mos the thonssye."That we may be able to go and dance."

(Jones, 1912)(Williams, 1932)

Een statuut uit 1287, die werd uitgevaardigd door bisschop Peter Quinel van het Diocese van Exeter (Devonshire), bepaalde een verbod voor ongepaste vermakelijkheden op het kerkhof, waaronder worstelen en kringdansen. Speciaal tijdens de heilige feestdagen en de vooravonden ervan.

"..Et quia in cimiterijs dedicatis multa sanctorum & saluandorum corpora tumulantur quibus debetur omnis honor & reuerencia, sacerdotibus parochialibus districte precipimus vt in ecclesijs suis denuncient publice ne quisquam luctas coreas vel alios ludos inhonestos in cimiterijs exercere presumat precipue in vigilijs & festis sanctorum cum huiusmodi ludos teatrales & ludibriorum spectacula introductos per quos ecclesiarum coinquinatour honestas, sacri canones destestenur..""..And because many bodies of the saints and of those worthy of salvation, to whom all honour and reverence is due, are buried in consecrated churchyards, we strictly command parish priests to announce publicly in their churches that no one shall presume to practise wrestling, round dances, or other improper pastimes in churchyards, especially on the eves and feastdays of the saints, since the sacred canons loathe for such stageplays and shows of derision to be introduced, by which the decency of churches is polluted.."

Bron: (Hays et al, 1999)

Welshe barden uit de 14e en 15e eeuw maakten reeds melding van dans in hun poëzie, terwijl een andere 15e eeuwse referentie betrekking had op de jaarlijkse gwyl mabsant (een term die voor het eerst in 1470 werd gebruikt door de dichter Lewys Glun Cothi (ca. 1420-89)), een wake die was opgedragen aan de parochie-heilige, die met dans werd opgeluisterd. Dit was eveneens het geval bij andere vieringen en festiviteiten, zoals May Day en Midzomer. Na verloop van tijd verdween de connectie met betrekking tot de parochie-heilige, waarna het woord mabsant werd gebruikt voor iedere willekeurige feestelijke bijeenkomst, inclusief de taplasau haf (Lile, 1999). Zie ook het onderdeel: Twmpath en taplas.

Een 16e-eeuwse verwijzing naar de dans in Wales vindt men in éé van de zgn. Cwrtmawr-manuscripten (noot 3):

"Y kenadwr:"The Missionary:
Tewch a son gwrandewchCease talk and listen,
am y chwedyl mawr meddyliwchThink of the great story.
y chware eich gwydd a welwchThe play in sight you see
Süddas vradwr ynn llawenJudas betrayer gladly
guerthodd Jessü..."selling Jesus..."
"Y kythrael:"The Devil:
Ha ha mi af i chware dawnsHa ha, I will go to play the dance
ac i neidio ynn y mrigawnsand to jump in my armour.
yr owran ir wy yn dal HerodNow I shall Herod
ynn barod ynn i vengiawns."ready for my(?) vengeance."

(Jones, 1912)(Williams, 1932)

Er bestaat een aantal 16e eeuwse meldingen met betrekking tot de populariteit van de morris dance in Cornwall. Hetzelfde geldt voor Wales in 18e eeuwse en latere overleveringen. De morris dance wordt traditioneel in verband gebracht met Whitsuntide en Mayday (Calan Mai in Wales), met de hoofdrolspelers die aan de dans zijn verbonden: Robin Hood, de meiboom ('maypole'), 'lords of misrule' (lett. 'de heren van wanorde'), 'mock courts' (lett. 'rechtzittingen van spot'), de Cadi (Wales: een entertainer die is uitgedost in vrouwenkleren). Hoewel de morris dance ook bij andere gelegenheid werd uitgevoerd, waaronder de zgn. churchales in Cornwall (alwaar drank werd verkocht, waarvan de opbrengst ten behoeve van de parochie diende). De favoriete figuur van Robin Hood, kon zowel een danser als een figuur in een toneelstuk zijn. (Hays et al, 1999)(Williams, 1932)

William Roberts brengt in zijn werk (Roberts, W.; Crefydd yr Oesoedd Tywyll; 1852; Caerfyrddin; p. 94), een oude referentie met betrekking tot de Mei-dans in Wales onder de aandacht. Het handelt hier om de Calender of Psalms and Lessons op de aanvangspagina's van Lliver Gweddi Gyffredin (Book of the Common Prayer, Londen, 1586). Deze Calender typeert de seizoenen met kleine tekeningetjes, die zijn voorzien van een spreekwoord. Voor wat betreft het tekeningetje, behorend bij de maand mei, merkt Roberts het volgende op:

"..[The drawing for May]contains something like a festival, with which they have musical instruments, etc. It seems to me to signify the actings of festivities at the beginning of the month" (Williams, 1932)

Er blijkt echter geen gedocumenteerd bewijs te bestaan, die een bevestiging geeft van een oude, of voorchristelijke oorsprong van de Helston Furry Dance, een welbekend gebruik in Cornwall, die met de lente wordt geassocieerd en jaarlijks op 'Flora Day' (8 mei) in de stad Helston wordt gehouden. Mogelijk is dit gebruik voortgekomen uit de mayday-traditie, waarna het is omgezet in de viering van de geestverschijning in Italië van St. Michael, de beschermheilige van Helston.(Hays et al, 1999). Een referentie uit 1790 naar de Helston Furry Dance vindt men in The Gentleman's Magazine. Frank Kidson schrijft in een artikel, dat de Helston Furry Dance een karakteristieke vorm van een Morris Dance is:

"It is noticeable that most Morris dances are in either common, or 2 - 4 time, and the Helston Furry Dance, which is a true Morris dance, is a very characteristic example. Of a different type is the following, which we may assume to be a traditional Welsh Morris in a book of country dances issued by John Walsh about 1730-35, it is there entitled Welsh Morris Dance."
(Williams, 1932)(Kidson, 1904)
(DuncanHill/Crowdercref, 2006)

De Welsh Morris Dance. Gepubliceerd in Compleat Dancing Master van John Walsh (1733)
Klik hier voor een vergroting
midi

2.3 18e en 19e eeuwse bronnen van de dans in Wales

Uit een aantal referenties rond deze periode, blijkt een grote populariteit voor de mabsantau met betrekking tot de dans en muziek. De festiviteiten trokken zeer veel bezoekers aan en waren soms beroemd vanwege het hoge niveau van social dancing, die daar plaatsvond (Lile, 1999). Doch ondanks de populariteit, werd de dans vanuit de kerk de dans tot zonde verklaard, zoals blijkt uit een boek van Rhys Prydderch (1714), een predikant van het Gospel in Carmarthenshire. Dit boek meldt twaalf zonden, waarvan de eerste, het gemengd dansen was (Dawnsio Cymmyscedig). Om deze serieuze veroordeling te illustreren: de tweede zonde was hanenvechten, de derde trouwen met kleine kinderen, de vierde het heffen van woekerrente, de negende tovenarij en de twaalfde, lang haar! Aan het einde van het boek staan een aantal veroordelingen vermeld, waaronder die van een danser en een muzikant. Een populair werk in de discussie was de 'Ymddidddanion': Gesprekken tussen 'Zondaren en een Predikant van de kerk', die in 1766 werd heruitgegeven. W.S. Gwynn Williams (Williams, 1932) geeft de volgende, in het Engels vertaalde dialoog tussen de danser en de predikant:

Dancer: The playing of the harp benefits us, we can dance to it, and banish every care and sadness.
Minister: It might be said that musicians heal, like the deceitful teachers, and they healed also the hurt of the daughter of my people slightly. Jer. VI, 14. One built up a wall, and, lo, others daubed it with untempered mortar: Say unto them which daub it with untempered mortar, that it shall fall; and a stormy wind shall rend it. Lo, when the wall is fallen, shall it not be said unto you, Where is the daubing wherewith ye have daubed it? Ezek. XIII, 10, etc.
Dancer: Those who dance do not mean any harm.
Minister: And God saw that the wickedness of man was great in the earth, and that every imagination of the thoughts of his heart was only evil continually. Gen.VI, 5. But the noise of them sing do I hear. And it came to pass, as soon as he came nigh unto the camp, that he saw the calf, and the dancing: and Moses' anger waxed hot. Exod. XXXII, 18, etc.
Dancer: I have never heard ill come of dancing. I do not know what harm it is.
Minister: Ye do err, not knowing the scriptures. Mat. XXII, 29. Was not dancing the cause of the unwise oath of Herod, and the beheading of [John] the Baptist?

Ondanks alle tegenwerking, alsmede de pogingen van de kerk om de dans om zeep te helpen, is het bekend dat juist gedurende de 17e, maar vooral in de 18e eeuw, zowel de 'social dances' , als de ceremoniële dansen bijzonder populair waren onder de bevolking van het Welshe platteland. In zijn verslag uit 1773 van Thomas Pennant van zijn rondreis in Noord Wales, meldt hij:

"Some vein of the antient minstrelsie is still to be met with in these mountainous countries. Numbers of persons, of both sexes, assemble, and sit around the harp, singing alternately pennils, or stanzas or antient or modern poetry. The young people usually begin the night with dancing, and when they are tired, sit down, and assume this species of relaxation" (Williams, 1932)

In dit verband bestaat een zeer opvallend groot aantal verwijzingen naar de dans in Wales in de 18e eeuw. Dit blijkt uit een opsomming en diverse beschrijvingen van W.S. Gwynn Williams (Williams, 1932), alsmede door D. Roy Saer van het Welsh Folk Museum (Saer, 1984)). Dit was een tijd dat er veel dansmuziek werd gepubliceerd. Interessant is wel een aantal muziekpublicaties met betrekking tot de traditionele dans van Wales. Aanvankelijk waren het de publicaties van John Playford in The English Dancing Master, die op zijn vroegst in 1652 werd uitgegeven onder de noemer van country dances. Deze Welshe dansen zijn: Lord of Carnarvon's Jigg (1652), The Bishop of Bangor's Jigg (1703), Abergenny (1657) en Meillionen (onder de naam: Row Well ye Marriners, 1651). Een aantal Welshe titels vindt men eveneens terug in Compleat Country Dancing Master van John Walsh, de reeds eerder genoemde Welsh Morris Dance, alsmede The Bishop of Bangor's Jigg en Evan's Jigg, hoewel het van de laatste niet zeker is of het van Welshe bodem komt. Zoals de meest muziek van deze periode vond er een grote mate van uitwisseling plaats in de onderlinge gebieden, tussen Wales, Engeland, Schotland, Ierland en het continentale Europa. Zo werden originele Welshe namen naar het Engels omgezet. Bijvoorbeeld, de bekende Welshe melodie en dans Hoffed ap Hywel (beschreven in: Charles & Samuel Thompson; Twenty Four Country Dances for the Year 1765; London) is veranderd in Powell's Fancy.

The Bishop of Bangor's Jigg. Gepubliceerd door John Playford in The English Dancing Master (1703)
Klik hier voor een vergroting
midi

Hieronder de deun Meillionen, gepubliceerd in Antient British Music van 18e eeuwse Welshe harpist en componist John Parry ('Blind John Parry', 1710-1783) en Evan Williams (Ifan William). Parry meldt hierin:

"used to be danced in the dancing days of the Cymry, particularly as a hornpipe;- but when played slow, it an elegant flowing melody"
(Kidson, 1904)(Williams, 1932)

Meillionen. Gepubliceerd in Antient British Music (1742) van John Parry en Evan Williams
Klik hier voor een vergroting
midi 1 midi 2
De midi-bestanden zijn twee uitvoeringen van Meillionen. De eerste (midi 1) is een benadering van de John Parry genoemde 'elegant flowing melody'. En de tweede (midi 2) in een zodanig tempo, dat het als een dansdeun geschikt is.

Edward Jones (Bardd Brenin) geeft in zijn Relicks of the Welsh Bards een overzicht van de vormen in de Welshe muziek, waarbij de dansmelodieën expliciet worden genoemd. Opvallend is het gebruik van het woord jig, dat als een synoniem voor 'dans-deun' wordt gebruikt:

"The most ancient style of Welsh music is the grave, and solemn, which was consecrated to religious purposes. The next, distinct from the former, is strinkingly martial and magnificent. Another is plaintive, and expressive of sorrow, being appropriated to elegies, and the celebration of the dead. Another is of the pastoral kind, and of all, perhaps, the most agreeable; coming nearest to nature, and possessing a pleasing melancholy and foothing tranquillity, suitable to genial love. There are also, dancing Tunes, or jigs, wich are extremely gay and inspiring"
(Jones, 1808)

Hierbij wordt in het betreffende boek verwezen naar o.a. de volgende melodieën: Hoffedd Modryb Marged, Ceffylyn Rhyngyngog (Gallopping Nag), Gyrru'r Bŷd o'm blaen (Drive the World before me), Fiddle Faddle, Tri Hanner Tôn, Consèt Davydd ap Gwilym, Hob-y Dylif (The Poipoise)

midi
Klik hier voor een vergroting
midi
Klik hier voor een vergroting
Twee dansdeunen, Tri Hanner Tôn (lett. 'drie halve melodieën') en Hoffedd Modryb Marged (Aunt Margaret's Favourite).
Uit de derde editie van Relicks of the Welsh Bards van Edward Jones (Bardd y Brenin), 1808
(Jones, 1808)

In het tweede deel van Jones 'Relicks', The Bardic Museum, inzake de verschillende typen 'Cambrian tunes and songs' meldt hij:

"The sprightly Jigs, and Hornpipes, are usually danced at the Wakes, at the Weddings, Assemblies, and at the Twmpath, which is a rural Dance on the green, in Summer Evenings; for those dances formerly used to be held periodically, during the summer season"

De volgend dansen worden in dit verband genoemd: Cymro o b'le? ('A Welshman from where?' Een levendige jig)- in Wales gedanst door zes personen. Y Gwr a'i Farch ('Horse and Jockey' Een oude Welshe jig) - gedanst door vijf personen. Y Dydd cyntaf o Awst ('The first of August' - in Wales gewoonlijk gedanst als een Hornpipe. Mopsi dôn; yr hê fford ('Mopsy's tune; the old way'- (Een jig). (Jones, 1802)

In deel 2 van zijn 'The Welsh Harper' (1848) zegt John Parry (Bard Alaw, 1776-1851):

"an imitation of the Welsh Jigs, which used formerly to be danced at all weddings and Wakes in Wales, by a male and female, as long as either could hold out, when another person would jump up and foot it featly. It has been frequently been the case, that merry Welsh lass has danced three men down to the great amusement of the company. The Jig was always kept up with infinite spirit, as long as the Harper was able to play. It is the same with the Scottish Reel, and the Irish Jig"
(Williams, 1932)

midi
Een door John Parry (Bardd Alaw) gecomponeerde jig: Cwrw Da ('Good Ale') in The Welsh Harper (deel 2, 1848). Annotatie voor het laatste deel: "Here the dancers drum it, as they call it, with their feet, that is beat time very loud""
Klik hier voor een vergroting

Het is duidelijk dat in Wales, gedurende de 17e en 18e eeuw verschillende dansvormen in zwang waren. Dat waren, (in mindere mate) de morris dance, maar vooral de jigs en hornpipes, die zowel in Wales als in de rest van Groot-Brittanië, in het algemeen bijzonder gewild waren. De grootste collectie aan dansen uit die tijd behoort tegenwoordig tot de Britse nationale volksmuziek. Veel van deze dansen en dansdeunen waren, voordat ze ooit op papier werden vastgelegd, mogelijk populaire dansvormen van het platteland van Wales.

2.4 Revival van de dans in Wales

Rond het begin van de 20e eeuw, was de bijdrage van de traditionele dans, op enkele clog-dancers na, aan de cultuur van Wales bijzonder klein. Daar kwam een kentering in de 20-er jaren. Hugh Mellor, Urdd Gobaith Cymru (de in 1922 opgerichtte 'Welsh League of Youth') en anderen begonnen interesse te krijgen in de oude dansvormen. In de 30-er en 40-er jaren zorgden de bijdragen van Lois Blake (1890-1974) en Gwyn Williams tot een revival van de dans van Wales. Ter stimulering en promotie van de terugkeer van de oude dansen werd in 1949 de Welsh Folk Dance Society (Cym Ddawns Werin Cymru) opgericht. Veel dansen zijn uit historische collecties en bronnen verzameld aan de hand van hun Welshe namen (noot 6), hoewel van een aantal dansen het niet zeker is, of zij werkelijk van Welshe bodem komt. Feitelijk is de huidige collectie van de Welshe dansen afkomstig van: oude bronnen, waarin de dans wordt beschreven of reconstructies hiervan; hetzij overleveringen en optekeningen via ooggetuigen, alsmede nieuw gecreëerde dansen.
(Welsh Dance Society, 1999)(Blake, 1972)

(Voor meer aanvullende informatie en gegevens over de danstypen in Wales, zie Aanvullende informatie: websites)

Twmpath en taplas

Was van oorsprong een bijeenkomst van musici op een openbare plaats, b.v. de 'village green' (= centrale openbare plaats in een dorp of stadje) alwaar de mensen in de gelegenheid werden gesteld om te dansen. Het was een dansbijeenkomst voor de bevolking van het platteland tijdens de zomeravonden. Tegenwoordig is het een evenement in de geest van andere typen bijeenkomsten, zoals de Engelse barndance, de Ierse célí, Schotse ceilidh of de Bretonse fest-noz. Het woord twmpath, betekent letterlijk 'bult', 'heuveltje', dat mogelijk kan duiden naar een heuveltje in de 'village green'. In Glamorgan, worden dit soort gelegenheden taplasau of taplasau haf genoemd (enkelvoud: taplas) (Saer, 1984).

Morris dance

Nantgarw Dances

De Nantgarw Dances zijn ontsproten uit de herinnering, van Mrs. Margretta Thomas (1880-1972) en vervolgens, van tijd tot tijd opgetekend door haar dochter Dr. Ceinwen Thomas. Margretta woonde als kind in Nantgarw, destijds een dorpje dat tussen de rivier Taff en het Glamorgan kanaal was gelegen en niet is te vergelijken met het huidige geïndustrialiseerd centrum. Ondanks het heersende purtiteinisme, werd er in de kroegen toch gedanst, hetgeen door de plaatselijke harpeneers werd gestimuleerd. Margretta's ouders waren bijzonder geïnteresseerd in oude manier van leven, met name het dansen had daarin een plaats.
Dankzij haar voortreffelijke geheugen, is een verzameling van negen dansen opgetekend die bekend staat bekend als de Nantgarw Collectie.

Melodie voor de Rali Twm Sion.
Bron: www.thesession.org
Klik hier voor een vergroting
midi
Melodie voor de The Dance of St. John's Eve.
Bron: www.thesession.org
Klik hier voor een vergroting
midi
Melodie voor de Floral of Flowerdance.
Bron: www.thesession.org
Klik hier voor een vergroting
midi
De Rhuddlan's March.
Bron: http://jodeejames.home.att.net/welshabc.htm (dode link)/Lesl's Welsh ABC Collection
Klik hier voor een vergroting
Melodie voor de Grasshopper Dance.
Bron: http://jodeejames.home.att.net/welshabc.htm (dode link)/Lesl's Welsh ABC Collection
Klik hier voor een vergroting
midi midi

Llangadfan Dances (Dawnsiau Llangadfan)

Deze dansen werden zo'n tweehonderd jaar geleden beschreven door William Jones (1726-1795) in zijn brieven aan Edward Jones (Bardd y Brenin) in Londen. Deze manuscripten zijn in 1929 tussen de papieren van Edward Jones, boven water gekomen en worden momenteel bewaard in de National Library of Wales in Aberystwyth (NLW Addl. MSS 171E).
De dansen zijn, naast de z.g.n. Round O, uit drie delen samengesteld. Het eerste deel wordt de Leading (Arwain) of de 'Man's Part' genoemd. Het tweede deel de Tracings (Ochri )of 'Woman's Part' en het derde deel Turnings (Tro Llaw) of de 'Cross Part' . Bij een Round O past meestal een korte jig, die na elk onderdeel wordt gespeeld of aan het einde van de hele serie.
De namen van de dansen en bijbehorende melodieë zijn:

Het blijkt overigens dat de muziek de dans bepaalt en niet andersom, zodat de dansers, aan de hand van de muziek, uiteindelijk beslissen welke dans zij uitvoeren. Zoals William Jones in zijn manuscript meldt:

"When two or more Parties set up at once, Complaisance requires that the first Couple that name their Tune, consult their opposite Couples whether such Tune will be agreeable to them?"

Zo is The Roaring Hornpipe feitelijk de naam van een triple hornpipe (hornpipe in een 3/2 maat) voor de gelijknamige dans, hoewel een andere gelijksoortige hornpipe toepasbaar is. Hetzelfde geldt de jigs Aly Grogan en Lumps of Pudding.
Iedere deun wordt bij elk deel drie keer gespeeld, dus totaal negen keer, hoewel de tendens bestaat om, ter variatie, bij het middendeel van de hoofddeun (d.w.z. op het moment dat eerste herhaling zou plaats vinden), een andere passende melodie te spelen om zo eentonigheid, voor zowel de dansers als publiek te voorkomen. De naam van de dans blijft overigens gelijk aan die van de hoofdmelodie.

De Welsh Dance Society verlangt een uitvoering van de dansen volgens de patronen, zoals deze door William Jones zijn opgetekend in zijn manuscript. Doch de theorie en de beschrijvingen zijn eveneens goed bruikbaar om voor andere dansvormen, als leidraad aan te wenden.
William Jones schrijft in dit verband:

"They formerly here had Dances to Ffarwel Ned Puw, Y Fedle Fawr, Neithiwr ac Echnos, Crimson Velvet & such like, but these were left off before my Time"

"They may appear at first very perplexing, but when the theory is once understood they will soon become familiar to persons of tollerable skill & activity & the Dances may be diversified & suited to various sorts of tunes"

De hierboven genoemde dansen, Ffarwel Ned Puw (Ned Pugh's Farewell) en Y Fedle Fawr (The Great Medley) zijn door middel van interpretaties naar Dr Ian Hughes reconstrueerd, waarbij hij de basistheorie en -patronen volgens William Jones heeft toegepast.
(Williams, 1932)(Thomas, 1998)

Aly Grogan, een jig. Tune voor de gelijknamige dans
Bron: (Williams, 1932)
Klik hier voor een vergroting
Lumps of Pudding, een jig. Tune voor de gelijknamige dans
Bron: (Williams, 1932)
Klik hier voor een vergroting
midi midi
The Roaring Hornpipe, een triple hornpipe. Tune voor de gelijknamige dans
Bron: (Williams, 1932)
Klik hier voor een vergroting
The Galloping Nag, een jig. Tune voor een Round O.
Bron: (Williams, 1932)
Klik hier voor een vergroting
midi midi

Llanover Dances (Dawnsiau Llanofer)

The Llanover Welsh Reel, opgetekend uit het geheugen van Mrs. Gruffyd Richards. Deze tune was reeds voor het eerst gepubliceerd onder de titel Jones Hornpipe in 1794.
Bron: (Williams, 1932)
Klik hier voor een vergroting
midi

Step- of clogdances (Dawnsfeydd Stepio/Clocsio)

Clog- of stepdancing is geen revival, maar is de enige ononderbroken danstraditie van Wales, die in de huidige tijd nog bestaat. De uitvoering begint eenvoudig met enkele gemakkelijke passen volgens een patroon, waarbij de frase in de vierde of achtste maat, met een kletter wordt benadrukt. Met de zgn. 'travelling step' verandert de danser zijn positie. Een geoefend danser is in staat tot het maken van syncopen en het introduceren van tripletten binnen het bestaande ritme. De dans werkt gelijkmatig naar een climax, alwaar de dansers hun beste passen en nieuwste vondsten tonen.
Er blijken twee stijlen te bestaan: toe clogging (het gebied rond Bangor) en heal and toe clogging, dat bekend is in Berwyns. W.S. Gwynn Williams was er van overtuigd, dat zowel de Welsh Jig, als de Welsh Hornpipe zeker stepdances waren. Tijdens de revival leek de oude traditie van de clogdancing te worden weggecijferd ten gunste van de zoektocht naar de figuurdansvormen. Zoals Williams in 1932 meldt:

"But as both the Welsh Jig and the Welsh Hornpipe were certainly step-dances, as they are found in Ireland to-day (noot 9), collectors will be well advised to seek out (before it is too late) some of the old step-dancers still remaining in the country. It seems to us that up to now the few interested have been on the wrong track in attempting to find some elaborate Welsh figure dances, while appartently ignoring the probably genuine old national step-dances"

Met betrekking tot de overeenkomsten van de Ierse en Welshe stepdance en de mogelijke gezamenlijke bron, citeert Williams, Bard Alaw (John Parry):

"Just a hundred years ago Bardd Alaw stated clearly that the Welsh jigs resembled those of the Irish, and that very probably both sprang from the same source"

Het belang van de stepping wordt tegenwoordig wel ingezien. Het succes vindt zijn toepassing bij diverse dansdeunen, zoals de Powell's Fancy (Hoffedd ap Hywel), The Gower Reel, Gwyl Ifan, The Horned Sheep (Y Ddafad Gorniog) en de Llanofer Reel. (Millennas, 2008)(Williams, 1932)

(Millennas, 2008)

In de loop der tijd zijn er nieuwe titels voor de stepdances bijgekomen, zoals blijkt uit het repertoire van Dawnswyr Nantgarw

Andere dansen

(Millennas, 2008)

2.5 19e eeuwse bronnen van de dans in Cornwall

Naast de reeds eerder genoemde, 18e eeuwse vermeldingen van de Helston Furrydance, bestaan er eveneens diverse 19e eeuwse verwijzingen naar de Furry- of Flora Dances. Ashley Rowe schreef in 1959:

"In the peace rejoicings at the defeat of Napoleon in 1814 Truro danced the Flora for several hours; at Falmouth they danced until midnight on the Wednesday, Friday and Saturday; Penzance people also danced. " en:

"When Victoria was pronounced Queen in 1837, Falmouth and Chacewater danced the Flora......On Coronation day 1838 Trewoon, near St. Austell, held its Flora Dance and at Truro the Mayor led the dance, which lasted till the small hours"

Andere referenties naar Flora Dances zijn beschreven voor de plaatsen Penryn, Sithney, Lizard Schiereiland (1834 volgens William Penaluna), St. Mawes (1842 volgens Ashley Rowe), St. Ives (1884 John Hobson Matthews) en Newlyn (1896).

De troyl (troil) was van oorsprong een feestelijke bijeenkomst voor de dans in die gemeenschappen, waar men leefde van de visvangst. Sarah Teague Husband schreef in Old Newquay (1923):

"[troil]... always terminated the pilchard season. This was a feast for those connected with the cellars, each cellar having its own troil. After the feast, which was given in the loft, games and dancing followed. These were kept up until the small hours of the morning, the music being provided by a fiddler."

De 19e eeuwse auteur William Bottrell (1816–1881) beschouwde de muziek als een onderdeel van de oogstvieringen en feestdagen, waarbij hij naar bepaalde dansen verwijst, zoals three hand reels en jigs, alsmede naar balladen die als begeleiding voor de dans dienden. In ca. 1880 meldde M.A. Courtney kringdansen van Mounts Bay tijdens de feestdagen van St. John en St. Peter.

Edward Veale, grootvader van de Gorseth Kernov Piper, Merv Davey, herinnerde zich de stepdance Lattapuch. Deze werd uitgevoerd in Unity Fish Cellars van Newquay rond de jaren 1880. De stepdance-traditie (scoot dancing) is een belangrijk onderdeel van de revival van de dans in Cornwall.

Een andere populaire vorm was de geese dancing (guise dancing). In haar Folklore and Legends of Cornwall (1881), maakt Margaret Courtney melding van geese dancers en een 'hobby horse' in de buurt van Lands End in 1812. Andere referenties naar geese dance zijn uit 1880 (Robert Hunt), 1906 (Arthur Thomas Quiller-Couch).
Aan het slot van het verhaal Joan's Trip to Penzance, beschrijft William Bottrell de geese dances, gevolgd door een opgewekte step dance, die aanvankelijk door zang werd begeleid (Bottrell, 1870):

"Then the squire looked to grand and so happy when the stately old ladies came with him and other gentlemen into the hall to see the guise-dance of 'St. George and the Turkish Knight', with many other such sports and pastimes as they say are not known up the country.....After the guise-dance, Bet of the Mill came in with her crowde to beat up the time to the old ballads she sang for the dancers in the hall. At the same time the boots of others were stamping to the same tunes on the caunce (pavement) outside the windows."

(DuncanHill/Crowdercref, 2006)(DuncanHill/Crowdercref, 2007)(noot 5)

2.6 Revival van de dans in Cornwall

Terwijl de revival van de traditionele dans in Wales zich, sinds de jaren dertig van de vorige eeuw, liet gelden, begon de herleving van de dans in Cornwall echter nog maar relatief kort geleden. De initiatie zou hebben plaatsgevonden tijdens het Pan Celtic Festival van 1978, alwaar de 'Gorseth Kernov Piper', Merv Davey (Doedelzakspeler van de Cornische Gorsedd) en zijn vrouw Alison tijdens het festival een ontmoeting hadden met Ian O'Leary, de coördinator van dit festival. Merv en Alison waren bijzonder teleurgesteld over het feit, dat behalve de welbekende Helston Furry Dance, er nauwelijks sprake was van een Cornische danstraditie. O'Leary zou hierop het volgende gezegd hebben:

"Don't be ridiculous! With music like that there must be dances in Cornwall, go and find them!"

Met betrekking tot de muziek in Cornwall had Merv Davey al veel onderzoek gedaan, doch dit kreeg een vervolg met een minitieus onderzoek en zoektocht naar de Cornische dans, door het echtpaar. Dit leidde uiteindelijk tot een sneeuwbaleffect, omdat meer mensen zich ermee bezig gingen houden. In 1980 waren er twee groepen opgericht, die tot doel hadden om de Cornische dans te promoten. Dat zijn 'Cam Kernewek' (Cornisch Step) en 'Ros Keltek' (Celtic Circle).
Tussen 1982 en 1984 verschenen drie 'Troyl'-boekjes. Acht jaar later verscheen 'Corollyn', de eerste geschreven bron met als doel om in de Cornische dans te onderwijzen. (Davey, 2005)

Troyl

In het voorgaande is de troyl reeds besproken als een dans van het vissersvolk. Na de revival van de Cornische dans wordt de troyl echter beschouwd als de Cornische tegenhanger van de Ierse céilí, Schotse Céilidh, Welshe Twmpath en de Bretonse fest-noz. De naam zou verband kunnen houden met het oude Cornische werkwoord troillia (17e eeuw), dat (om elkaar heen) draaien, wervelen of ronddraaien betekent of van het huidige zelfstandig naamwoord troyll, dat draai, spiraal of ronde betekent. (DuncanHill/Crowdercref, 2007)

Danstypen

De vormen van de traditionele dans van Cornwall wordt in grote lijnen in drie categorieën ingedeeld:

Evenals bij de danstraditie van Wales, zijn de de diversiteit aan dansen vanuit de literatuur en overleveringen bewaard gebleven en vastgelegd. Eveneens zijn, volgens de lijn van de traditie, nieuwe melodieën en bijbehorende dansen gecomponeerd. Een compleet overzicht vinden we op de website van An-Daras, de instelling voor de promotie en bescherming van de Cornische cultuur: Cornish Dance Index. Sommige dansen hebben een functie in twee tradities, b.v. scoot- en social dancing, social- en feast day dancing, alsmede scoot- en feast day dancing.

Feast Day Dances

De bekendste en de meest beschreven dans is de Helston Furry of Helston Flora (beslist niet verwarren met de term 'floral dance'), een evenement van Flora Day (Furry Day), een feestdag van de stad Helston. Hierover is in het voorgaande reeds het één en ander gezegd. De etymologie voor de naam Helston, is van het Keltische woord: henlis dat 'oude hof' betekent en het oud Engelse woord 'ton' (tun), dat insluiting, boerderij of dorp betekent. De Helston Flora vindt jaarlijks, op 8 mei plaats, tenzij deze dag op een zondag (rustdag) of maandag (marktdag) valt. Toch staat de Furry Dance van Helston niet op zichzelf het is slechts een onderdeel tijdens de Flora. Andere onderdelen zijn: Seven O'Clock Dance, Hal-an-tow (een tocht van jongeren ter verwelkoming van de lente), Children's Dance (voor kinderen van 8-18, een traditie die pas in 1922 is geïntroduceerd), Furry Dance (middagdans, die om 12 uur begint) en de Five O'Clock Dance. Deelnemers voor de Furry Dance zijn genodigden, die zich aan kledingvoorschriften dienen te houden: de dames dragen een lange jurk, hoed en handschoenen en de heren een zwart 'Morning Dress', stropdas, een grijze hoge hoed en handschoenen.

De melodie met de titel Helston Furry Dance komt overigens in veel variaties in heel Engeland en Wales voor. Een variant is Nobody’s Jig. (Kuntz, 1996)(Matthews, 2004)

De tune voor de Helston Furry Dance
Bron: M. Raven; English Country Dance Tunes
Klik hier voor een vergroting
midi

Naast de Helston Furry Dance bestaan meer 'feast dances'. Traditionele deunen en bijbehorende dansen zijn:

DansMelodieMaatsoort
Candle DanceAn Gantol3/4
Cock in BritchesCock in Britches2/4
Fer Lyskerys/Liskeard FairFer Lyskerys/Liskeard Fair4/4
GolowanFour Hand Reel4/4
Grampound FurryGrampound Furry, variatie op Helston Furry2/4
HevaHeva4/4
North Cornwall FurryBodmin Riding4/4
Seaton FurrySeaton Furry4/4
Serpant Dance=Dons Syrf=Snake Dance=Serpentine WalkTruro Agricultural Show6/8
The Snail CreepTruro Agricultural Show6/8
Tobacco RollTruro Agricultural Show6/8
Tregajorran FurryTregajorran4/4
Turkey RhubarbTurkey Rhubarb3/4

Scoot Dances

De naam scoot dance voor de Cornische stepdance is te danken aan de metalen plaatjes, de scoots (ook wel 'toes', 'Q's ), die aan de clogs of hardshoes ('klompen') werden gedragen. Aanvankelijk werden de dansen uitgevoerd op locaties met leistenen of houten vloeren, b.v. keukens of dorpskroegen. In de loop der tijd heeft er wel een teloorgang plaatsgevonden, doch stierf nooit helemaal uit, waardoor veel dansen door overlevering bewaard zijn gebleven. De schoenen die worden toegepast zijn tegenwoordig lichter dan de goedkope traditionele clogs. De zgn. taps vervangen de originele ijzers, en kunnen onder elke schoen vast worden genageld.

De scootdances kunnen grofweg worden ingedeeld in drie vormen:

De tendens bestaat overigens dat de scootdance vaker voor competatieve doeleinden worden gebruikt, waarbij deelnemers van wedstrijden hun vaardigheden en behendigheid tonen. Het is niet ongebruikelijk dat de dansers door de muzikanten worden opgezweept, door het tempo van de muziek te verhogen.

De Boscastle Breakdown
Bron: www.thesession.org
Klik hier voor een vergroting
De tune We be, de tune voor de Broom Stick Dance.
Bron: An-Daras
Klik hier voor een vergroting
midi midi
Naam van de dansTypeVoorbeeld melodieMaatsoort
Boscastle Breakdownshuffle, soloBoscastle Breakdown4/4
Mr. Martin's Reelshuffle, naar keuze ('as many as will'), minimaal tweeMyghtern Sweden (King of Sweden)2/4
Mrs. Parkyn's Jigshuffle, naar keuze ('as many as will'), minimaal tweeMrs. Parkyn's Jig6/8
Four Hand Reelvoor vier dansersPlethen a Beswar (The Four Hand Reel)2/4 of 4/4
Three Hand Reelvoor drie dansers*Plethen a Dry (The Three Hand Reel)2/4 of 4/4
Broom DancesoloPengughow Glas (Blue Bonnets), Zeak Waltz2/4 of 4/4
Broom Stick Dancetwee dansersWe Be4/4
Cock in BritchessoloCock in Britches4/4
Harvey Daveytwee dansersHarvey Davey6/8
Lattapuchtwee dansersPorthlystry6/8
*Veel scootdances worden 'Three Hand Reels' genoemd, hoewel hiermee feitelijk een type dans wordt bedoeld. Met andere woorden, het is niet altijd zo, dat het betrekking heeft op drie dansers.

(Davey, 2005)

Social dances

Cornish Knight
Country dance, een zgn. longways step voor drie paren. Deze dans is opgenomen in deel III vab David Rutherford's Complete collection of 200 of the most celebrated country dances both old and new which are now to be found in vogue and performed at court, all public assemblies (1771). Het is niet bekend, hoe Rutherford aan de dans en de begeleidende melodie is gekomen. Suggesties voor de begeleidende deun: An Marrak, Bishops Jig en Hernen Wyn, hoewel iedere andere jig (6/8-maat) van 32 maten geschikt is. (Keller, 2001)(An-Daras, 2008)

Cornish Squire
Country dance, een zgn. longways step voor drie paren. Deze dans bevindt zich in de collectie van John Playford 'The English Dancing Master' (1698). De deun Cornish Squire is triple hornpipe (3/2-maat) (Keller, 2000)(Keller, 2006)(An-Daras, 2008)

De tune Cornish Squire, voor de gelijknamige dans.
Bron: J. Playford; The English Dancing Master, 1698
Klik hier voor een vergroting
midi

Corol An Vro
Een square dance. Een reconstructie waarbij de passen van de quadrille La Pasourelle zijn toegepast. Geschikte melodieën zijn Altarnun Volunteer en Boscastle Breakdown, hoewel elke geschikte 4/4-tune van 32 maten bruikbaar is. (An-Daras, 2008)

Corwedhan
Een zgn. half set voor twee paren. Eveneens, worden bij deze dans bewegingen toegepast die zijn afgeleid van de quadrilles , waarbij de Cornische traditionele stijl in verweven. De naam Corwedhen betekent letterlijk: 'spiraal' of 'draaikolk'. Voor deze dans is de, door Ray Delf gecomponeerde, Polka Covath (4/4-maat) geschikt. (An-Daras, 2008)

Cushion Dance
Deze dans en tune is evenals de Cornish Squire gepubliceerd in Playfords Dancing Master vanaf 1686 tot en met de uitgave van 1728, eveneens onder de titel Joan Sanderson (7e t/m de 18e uitgave). Later is hij eveneens verschenen in de Compleat Dancing Master van John Walsh (1718): "..a variety of dances both old and new particularly those performed at Masquerades. Together with all choicest and most notable country dances performed at court, the theatre and public balls", alsmede in Davies Gilbert's en later in Some Ancient Christmas Carols; 2nd ed. 1823 (Old Cornwall Society Magazine 1925). Begeleiding is de deun Cushion Dance of het lied Joan Sanderson (de maatsoort is 3/4). (An-Daras, 2008)

Newlyn Reel (Plethen Newlyn)
Dit is een kringdans voor een willekeurig aantal deelnemers ('as many as will'). Deze is in 1970 opgetekend door Esme Francis (harpist van de Cornische Gorseth) naar mededeling van een zekere John Williams van Boscreggan. Hij herinnerde zich de dans, tijdens zijn reis met paard en wagen, naar Newlynn, alwaar hij een vissers deze dans zag uitvoeren. De begeleidende deun, de Newlyn Reel (2/2-maat) is tweedelig, waarbij deel A staccato (puntig, gedempt) wordt gespeeld en deel B, overeenkomstig de mimiek van de dans, meer vloeiend. (An-Daras, 2008)

De tune Cushion Dance voor de gelijknamige dans
Bron: J.Playford, The English Dancing Master (1686)
Klik hier voor een vergroting
De tune Newlyn Reel, voor de gelijknamige dans.
Bron: An-Daras
Klik hier voor een vergroting
midi midi

Six Hand Reel (Plethen A Wegh, Cornish Way) Van deze reel voor zes dansers zou tijdens de 50-er jaren zijn gecomponeerd door John Searle en is verder een levend voorbeeld van mondelinge overlevering. Het proces waarin de traditionele muziek en dans, zich ontwikkelt. Voordat de componist bekend was, is de dans in diverse bronnen gerefereerd als een dans bij Barn Dances (een Britse equivalent van de Ierse céilithe), fair-dance, een dans op feesten, of tijdens de periode rond de Kerst. De dans staat ook bekend als 'Cornish Six' en 'Cornish Way'. In dit verband is aardig om op te merken dat het Cornische woord 'wegh', dat als het Engelse woord 'way' wordt uitgeproken, het getal zes betekent. De ondersteunende melodieën zijn Elyn Howlek en Polquylkyn (4/4-maat), terwijl elke andere reel van 32 maten lang, die twee keer wordt gespeeld of een reel van 64 maten, eveneens geschikt zijn. (An-Daras, 2008)

Tremadheves
Deze square dance, is een op fantasie gebaseerde reconstructie van een zeer oude dans, waarvan de oudste vermelding is gevonden in Borlase's Antiquities of Cornwall (1754). Hoe de dans origineel werd uitgevoerd is een raadsel is gebleven, ondanks de naam veelvuldig in diverse Cornische woordenboeken en vocabulaires voorkomt, doch met geen enkel ander detail dat het een dans was met een round-dance-figuur. Geschikt zijn de driedelige tunes, St. Just Cock Dance en An Culyak Hos (2/4-maat), die volgens de zinsbouw AABBCCABC zijn gearrangeeerd. Overigens is iedere reel van 32 of 64 maten geschikt. (An-Daras, 2008)

Trip to Truro
Tegenwoordig wordt deze longways voor drie paren (longways triple minor set), volgens een aangepaste versie van John Mosedale uitgevoerd. Referenties vindt men in Johnson's Twenty Four Country Dances...for the Year 1755. De ondersteunende melodie 'Trip to Truro' is een arrangement van de Newlyn Reel, door Jeff Jones. (An-Daras, 2008)

3. Instellingen en Festivals

The English Folk Dance and Song Society

Country Dance and Song Society

Cymdeithas Ddawns Werin Cymru of de Welsh Folk Dance Society.

Belangrijke festivals in Wales zijn diverse activiteiten en competities, gepromoot door de Urdd National Eisteddfod. De Gwent Children's Festival, Welsh Children's Festival, alsmede St. John's Eve Festival (Gwyl Ifan) in Cardiff

An-daras The Doorway to Cornish Folk Arts

4. Annotaties en geraadpleegde bronnen

4.1 Voetnoten

  1. Virginaal: een klavierinstrument, waarbij de snaren door tokkelwerking tot klinken worden gebracht. In de 16e en 17e eeuw in Engeland geliefd huisinstrument.
  2. De Cornish Mystery Plays: Een gedocumenteerde cyclus van de drie mysterie-spelen die eveneens bekend staan als de Ordinalia, is in de afgelopen jaren, nieuw leven ingeblazen en uitgevoerd in St. Just.
    Een 15e eeuws manuscript [Oxford, Bodleian Library, Bodl. 791 (Pref.MS)] van deze stukken overleefde de tand des tijds en is geschreven in middeleeuwse Cornisch; de drie spelen, de Origo Mundi, de Passio Domini Nostri en Resurrexio Domini Nostri, zijn mogelijk uitgevoerd tijdens opeenvolgende dagen, gedurende de plaatselijke parochie festivals door plaatselijke bevolking en kan een onderdeel zijn geweest van een jaarlijkse Corpus Christy festival, dat in verband is gebracht met het Glasney College in Penryn, eéén van de belangrijkste centra van het Christendom in het graafschap Cornwall. De spelen waren ontworpen om het Heilige Schrift aan eenvoudige mensen te onderwijzen, doch waren vaak luidruchtig, ontuchtig en vermakelijk.
    (Bron: Cornwall's Archeology Heritage)
  3. National Library of Wales, Cwrtmawr MS 530, fol.41. Een oude verwijzing in Jones, 1912: Llanwrin MS 1 (destijds in bezit van D. Silvan Evans van Llanwrin). De Cwrtmawr Collectie bestaat uit manuscripten en papieren van John Humphreys Davies (1871-1926), Hoofd aan de University College of Wales, Aberystwyth, van 1919 tot zijn dood in 1926.
  4. Fish Cellars zijn plaatsen waar vers gevangen vis werd gezout en in tonnen verpakt
  5. Mededeling van de auteur Ben Dijkhuis:
    In het algemeen ben ik van mening, dat terughoudend is geboden met het overnemen van gegevens van Wikipedia, omdat de betrouwbaarheid als bron van deze populaire encyclopedie, niet altijd goed gewaarborgd is. Bij deze referentie echter, wil ik graag een uitzondering maken, omdat de betreffende artikelen goed controleerbare literatuurvermeldingen bevatten. Deze zijn gedeeltelijk daadwerkelijk door mijzelf gecontroleerd. De belangrijkste auteurs van deze Wikipedia-artikelen, schrijven onder de pseudoniemen DuncanHill en Crowdercref. De laatste auteur is musicoloog, folklorist en muziekleraar en pleegt divers onderzoek. Gezien de degelijke opgave van referenties, beschouw ik de inhoud van deze artikelen als betrouwbaar.
  6. Dezelfde werkwijze en adaptie van countrydances is toegepast door de Royal Scottish Country Dance Society. (Zie: Dans- en danshistorie van Ierland en Schotland
  7. 'Fair days' (Nederlandse synoniem: jaarmarkt) zijn dagen waar mensen bij elkaar komen voor een tal van soorten activiteiten, waarbij het vermaak een rol speelt, zoals markt, kermis, tentoonstellingen en andere evenementen. De dansen voor deze gelegenheden, worden Fair Dances genoemd.
  8. Lichfield is een parochie in het Engelse graafschap Staffordshire.
  9. Bij beluistering van de muziek, ligt een stilering naar een hornpipe inderdaad voor de hand, eerder dan voor een reel. Dit effect wordt sterk zodra er hopfiguren worden gespeeld.
  10. W.S. Gwynn Williams citeert hier uit (O'Keeffe, 1902)

4.2 Geraadpleegde bronnen

Literatuur

Www

5. Aanvullende informatie

5.1 Websites

5.2 Media